|
Jaspis
School voor
innerlijke ontwikkeling, werk met elementwezens, landschapsgenezing
1. Jaspis en de Graal
2. Over innerlijke ontwikkeling
2.1. Geschiedenis van het Graalchristendom
2.2. Wat leer je bij Jaspis
2.3. Scholing als proces
2.4. Inwijding; moeder en mensenzoon
2.5. Het onderscheid in astrosofie, astrofonie en astrognomie
2.6. Het praktische werk
3. Over elementwezens
3.1. Inleiding; in en om ons heen
3.2. Methoden; zang, ritmen, beweging. Een aantal
liederen
3.3. Beschrijvingen van het werk
4. Over landschapsgenezing
4.1. Inleiding; hoe en waar kunnen we herstellen. Deva’s
4.2. Ondersferenwerk voor geschonden plekken.
Het worden van een magiër door mee te doen
4.3. Grotere perspectieven; kosmische klankverbindingen
5.1. Vakken in 3 niveaus;
* beeld GW
* klank OK
* vormgebaar MT
5.2. cursussen
5.3. opleidingen
5.4. docenten
6. Projecten
6.1. Landschapsgenezing; een goede oefenweg
6.2. Muziek en muziektheater als ontwikkelingswerk
7. Publicaties
7.1. Artikelen
7.2. Boeken
7.3. Muziek en muziektheater als inwijdingswegen
8. Uitgebreider cursusoverzicht
1. Jaspis en de Graal
Ieder mens heeft het recht om zijn wereld te leren
kennen, en hieraan te groeien. De huidige cultuur biedt mogelijkheden
om met name de fysieke wereld om ons heen tot op de naad te onderzoeken.
Elk kind leert al om de apparaten om hem heen uit elkaar te halen om te
leren hoe deze werken. Maar voor onze eigen binnenwerelden van het leven
(je stemmingen en welzijnsgevoel), de ziel (je gevoelens) en de geest
(je visies en idealen) worden er weinig handvatten geboden. En wat er
leeft in onze wil en idealen, moeten we met vallen en opstaan zelf achter
zien te komen. Dit laatste gaat veelal gepaard met weerstanden uit de
omgeving, tegen de stroom in, om de eigen zich voorgenomen weg te willen
gaan. De ervaringen uit dit gebied zijn aanvankelijk duister voor het
huidige normale dagbewustzijn.
Binnen Jaspis zijn er methoden ontwikkeld waarmee je de eigen binnenwereld
van organen, lotusbloemen, zielebewegingen, wilsimpulsen en idealen, en
ook de binnenzijde van de ons omringende werkelijkheden kan leren ontdekken
en herkennen in hun ware wezen en gedaanten. En daarmee kun je ook de
innerlijke kwaliteiten en vaardigheden aanscherpen, scholen, om actief
en scheppend iets in die werelden van de geest, de ziel en het leven te
kunnen doen.
Zo’n ontwikkeling gaat stap voor stap, geleidelijk. Dat is wat wordt
genoemd de ontwikkeling van de innerlijke Graal, het eigen ontwikkelingswezen,
dat zich meer en meer kan doen ervaren als een zich sluitend ei van levenskrachten,
waarin zich de ziel en de geest differentiërend uit gaan drukken
wanneer je die gaat ontwikkelen: ‘Graal’ komt van het Latijnse
woord ‘gradalis’ en betekent ‘stap voor stap’.
In het epos Parzival van Wolfram von Eschenbach wordt de Graal genoemd
een ‘iaspis ex silis’; een jaspissteen uit silicium; eigenlijk
siliciumoxide. Een kiezelsteen dus. Nu is een jaspis bruin tot rood, wat
duidt op een doortrokken-zijn met ijzeroxide; net zoals ons bloed dat
hierdoor rood kleurt. Een eivormige kiezelsteen (zoals een chalcedoon
of agaat) is dus een beeld voor ons levenslichaam dat zich ontwikkelen
kan. Kiezel is gestolde zonnesubstantie: de zonnestralen hebben de aardkorst
hiermee gevormd; dat heeft met bewustzijn te maken. Bewustzijn dragen
we in het zielelichaam. Het kiezel maakt dus een bewustzijnshuidje rond
het levenslichaam, dat uit het waterige, plooibare is gevormd. En de roodbruine
kleur van een jaspissteen duidt op de werking van onze geest, ons ik door
het bloed heen. Vandaar de naam van de school.
Het levenslichaam is opgebouwd, doortrokken met de elementwezens die we
hebben opgenomen met onze zintuig-indrukken. Deze wezens leren kennen
en herkennen,en met hen te leren werken, is een van de methoden die Jaspis
zich ten doel heeft gesteld; de binnenzijde van de buitenwereld. Ofwel,
leren waarnemen in de gebieden waar het bewustzijn aanvankelijk nog duister
is. En met deze wezens samen kunnen we ook leren om de aarde te beheren
en waar nodig te genezen. Daar wij tijdens onze ontwikkeling ook veel
mis hebben gedaan aan medemens en aarde, zijn er nog veel gewonde plekken,
waar de natuurwezens niet goed kunnen functioneren, mede omdat er nog
getraumatiseerde overleden men-sen rondhangen. Zoals voormalige slagvelden,
concentratiekampen, plekken waar mensen mishandeld en gedood zijn, en
waar de natuur geweld is aangedaan. Ook hiervoor zijn er binnen Jaspis
grondleggende methoden uitgewerkt om hier iets mee te kunnen aanvangen
en de plekken en ermee verbonden wezens te kunnen transformeren en waar
nodig bevrijden.
Een van de basale methoden van Jaspis is het werken met muziek, waarmee
de verbinding wordt gelegd tussen de vier menselijke lichamen (het fysieke,
het levenslichaam, de ziel en de geest) en hun oorsprong in de sferen
van de sterren en planeten. Dat drukt zich specifiek uit in maat, ritme
en tonaliteit, en is een weerslag in ons van de sferenharmonie. Zo kan
van een moment, of een geboortehoroscoop, bij benadering de sferenharmonie
in maat, ritme en tonaliteit voor elk punt aan de hemel en voor iedere
planeet, bij benadering worden weergegeven. Muziek vanuit de sterren kan
helpen om de mensen de weg te helpen wijzen; in zichzelf en de elementwezens.
Met deze muziek die met de vier lichamen te maken heeft als een weerslag
van het sterrenschrift, kan men ook landschappen helpen genezen door de
verbinding met de engelenkoren vanuit de planeetsferen weer te herstellen.
Ook zijn er methoden om de sterrenbeelden buiten de dierenriem, die elk
een van onze idealen vertegenwoordigen, in klank en ritme om te zetten,
zodat wij er ons bewust van kunnen worden.
Jaspis biedt naast de opleidingen ook persoonlijke scholings-trajecten,
waarbij de begeleider mee probeert te kijken met de deelnemer. Bevrijding
van stukken leed die men aanziet, kan hierop vaardigheden geven; vandaar
de persoonlijke trajecten in verband met karma en reïncarnatie.
Terug naar boven
2. Over innerlijke
ontwikkeling
Een van de grootste illusies die de gangbare cultuur
ons neigt voor te houden, is dat we ons in werk, bezit en status zouden
dienen uit te drukken om ons gelukkig bij te voelen. Dit doordat we dan
doen wat er min of meer van ons verwacht wordt, of wat we van onszelf
verwachten, op grond van de ons aangeleerde normen. Louter dit nastreven,
leidt echter onherroepelijk tot verhardingen.
Een andere misvatting is, dat ‘het allemaal wel goed zal komen,
want God en de engelen waken wel over ons’. De ervaring leert, dat
die engelen alleen wat kunnen doen als wij zelf in beweging gaan komen
en door inspanningen te leveren, in ontwikkeling gaan komen. We zijn anders
niet zichtbaar voor hen; we stralen niet, wanneer we alleen onze gewoontelijke
handelingen doen.
De ontwikkelingsmogelijkheden voor ieder individu liggen juist in de innerlijke
ontplooiing van de morele kracht op etherisch, ziele en geestesgebied;
daar waar we onze innerlijke idealen willen uitwerken in de wereld, veelal
tegen de gewoonten, normen en waarden van de omgeving en samenleving in.
Het markeert de ontwikkeling van de innerlijke Graal. Dit kan natuurlijk
heel goed in het beroepsleven worden vormgegeven, wanneer de ziel daaraan
geen schade leidt. En dit laatste is wat er veelal gebeurt, door de vertroebeling
omtrent gebeurtenissen en de conclusies die daar vanuit media en beleidsmakers
voor ons worden getrokken.
Terug naar boven
2.1. Beknopte geschiedenis van het Graalschristendom
Er is tegenwoordig veel bekend over oosterse en Indiaanse
inwijdingen en esoterische kennis daar vandaan. Minder bekend is dat ook
onze westers-christelijke cultuur een lange traditie heeft van esoterische
kennis en praktijken.
In de Griekse oudheid was het heel gebruikelijk dat men om een beroep
te leren, naar een tempel of andere speciale plaats of persoon ging, waar
men een stuk inwijding kreeg in niet-zichtbare werkingen en wezens achter
de fysieke werkelijkheid, waarvan het weten hiervan, en de mogelijkheden
ermee te kunnen werken, behulpzaam waren voor de uitoefening van het beroep.
Bij tijd en wijle ging men dan weer kortere of langere tijd terug om verdere
verdieping te leren. In de Middeleeuwen heeft dit zijn beslag gekregen
in de verschillende gilden, de beroepsverenigingen waar men ook ingewijd
werd in specifieke vakgerichte kennis, alsmede de engelen en heiligen
die hiermee verbonden waren.
Na de komst van het Christendom en daarmee het stap voor stap overwinnen
van de oude, ‘heidense’ religies, leed de kerk als instituut
sterk aan veruiterlijking en dogmatisering. Het ergste waren de concilies
van de kerkleiders gedurende het eerste millennium, waarvan die van 696
in Nicea het dieptepunt was. Hier werd de geest van de mens ontkend, en
per dogma alleen maar een stuk onsterfe-lijke ziel aan hem toegeschreven.
Het voordeel ervan was dat er binnen de kloosters mogelijkheden werden
geschapen voor een zieleleven dat zich in rust en toewijding kon ontplooien.
Dat heeft mooie mystieke waarnemingen en werken voortgebracht. Toch was
het nonnen- en monnikenleven eenzijdig, want het dagelijkse leven werd
buitengesloten. Men leefde in de vereniging met Christus en God, niet
met de medemens. De Griekse filosofen werden er vertaald en bestudeerd,
wat het denken sterk voedde.
Naast de kerkelijke leer leefden de meer esoterische geschriften van de
Essenen, de orde waarbinnen ook Christus kon verwijlen en waarvan het
gebouw in Jeruzalem was waarin het Heilig Avondmaal plaats vond. De Essenen
waren rond 150 voor Christus omgevormd tot een vorm van Boeddhisme dat
de innerlijke zuiverheid nastreefde en de tegenwerkende krachten en wezens
buiten hield. Van hun hand zijn een aantal geschriften bewaard gebleven
die de meer esoterische achtergronden achter schepping en geschiedenis
van komos, mens en aarde omvatten. Vanuit deze zogenaamde gnostieke teksten
konden veel mensen het gebeuren rond Christus beter begrijpen. Mede door
kennis en inzicht in deze geschriften heeft Mani in de 4e eeuw na Christus
een aantal visioenen gehad, en vanuit zijn helderziende gaven een begrijpbare
vorm van het Christendom, het manicheïsme weergegeven waarin het
ging om de strijd tussen licht en duisternis en ieders verhouding daartoe
in leven en werk. Tot in de Middeleeuwen bleef dit een troost en toeverlaat
voor veel mensen, met name in het zuiden van Europa, aangezien het ook
praktische oefeningen voor alledag omvatte, waaraan iedereen deel kon
nemen. Uiteindelijk werd dit een aantal vooraanstaande kerkleiders te
veel, en in 1244 op de Mont Ségur in de Pyreneeën zijn de
laatste katharen of albigenzen verslagen. Van kathaar komt ons woord ketter.
In de 12e eeuw werd de orde van de Tempeliers opgezet, een monnikenorde
van ridders die de weg naar het heilige land vrij hielden, en ook uit
Jeruzalem de geheimen van de tempelbouw meenamen en vorm lieten geven
in de Gotische kathedralen. De orde behield veel geheimen van de bouwmeesters
die stamden uit het oude Egypte. Degene die erin toetrad, gaf zijn bezit
aan de orde, stelde zijn zwaard in dienst van Christus, en kreeg een sterke
inwijding in de ziel en in de wil, zo, dat hij contact kreeg met het hogere
ontwikke-lingswezen van de mens, dat in de Openbaringen van de Bijbel
wordt genoemd de mensenzoon. Streven was, dit wezen door leven en werk
te ontwikkelen. Daarnaast vonden de Tempeliers de bankwissel uit, waardoor
het eerste bankwezen werd gevormd. Met zo’n bankwissel konden de
leden zonder geld door Europa en naar Palestina reizen, en werden op de
bezittingen van de orde verzorgd. Deze orde bracht rust in grote delen
van Europa (in Duitsland was een parallelle orde opgezet, de Duitse Orde).
In het begin van de 14e eeuw werd de rijkdom van de orde een doorn in
het oog van de Franse koning Filips de Schone, en deze liet een kerkelijk
proces tegen de Tempeliers voeren waarin zij van ketterij en hoogverraad
werden beschuldigd, de leden werden gemarteld en gedood, en de orde ontbonden.
Alleen in Portugal is de orde verder gegaan onder een andere naam (de
Orde van Christus) en leeft voort tot op de huidige dag, zij het niet
meer actief.
Na de val van deze orde dreigde het esoterische Christendom zijn draad
te verliezen. Hierop is de ingewijde Christian Rosenkreuz langs verschillende
vorstenhoven gegaan met een eendere leer als de Tempeliers, maar de edelen
waren bang geworden voor represailles. Daarom heeft Christian zijn Rozenkruiserbeweging
meer naar binnen gericht, naar innerlijk werk; uiterlijk deden zijn broeders
alleen aan de verzorging van zieken. Innerlijk hebben zij de alchemie
verder uitgewerkt: dat is een actieve wijze om jezelf te veredelen samen
met de levende substanties die je tracht om te vormen. Zij hebben eeuwenlang
zo gewerkt, en kwamen pas naar buiten in de 18e eeuw, toen de chemie alle
leven uit de dans der substanties neigde te bannen met de leer der chemische
elementen.
Aan het einde van de 19e eeuw kwam er een einde aan de geestesduisternis
in Europa, en met de komst van de Theosofie kwamen de eerste heldere waarnemingen
terug in onze cultuur. Aanvankelijk was dit nog sterk doortrokken met
Indisch-oosterse wijsheden. Toen ook nog de Indiër Krishnamurti naar
voren werd geschoven als de nieuwe boeddha (wat deze overigens zelf ontkende),
heeft Rudolf Steiner zich hiervan afgescheiden, en de antroposofie uitgewerkt.
Hierin werkt hij de Griekse leer van de vier elementen helder om in begrip
voor mens en wereld, als zijnde opgebouwd uit de vier lichamen fysiek,
leven, ziel en geest, waarvan de elementen een weerslag zijn, alsook de
natuurrijken van mineralen, planten, dieren en mensen. De antroposofie
is een geesteswetenschap, dwz. een wetenschap die in zijn beschouwingen
ook het geestelijke perspectief der verschijnselen betrekt en onderzoekt.
Dit laatste was mogelijk door de al door Goethe uitgewerkte fenomenologie,
de kwalitatieve onderzoekswijze der verschijnselen als zijnde fenomenen,
die ook de mens als waarnemer erbij betrekt. Het richt de ziel op de geest,
en tracht door de abstracties van het verstand, intellect heen te breken
door het denken beeldend en daarmee lichaamsvrij te maken.
Alle genoemde richtingen hebben met een stuk innerlijke ontwikkeling te
maken, en zijn daardoor openbaringen van de Graal.
Sinds het midden der 20e eeuw is er een nieuwe weg naar de geest vrijgekomen,
en wel die door het hart heen. Dit als gevolg van een kruisiging van Christus
in de levenswereld rond 1942, midden in de tijd van de Nazi’s. Door
deze ontwikkeling is het nu mogelijk om de inspiratieve en intuïtieve
vaardigheden bewust te kunnen ontwikkelen, door het hart heen waarin het
gevoel en het geweten aangrijpt. Je leert het bewustzijn in het hart te
brengen en hier vanuit te denken en doen. Deze inspiratief-intuïtieve
krachten worden genoemd de mensenzoon, het innerlijke ontwikkelingswezen.
Je zou ze ook helder voelen en helder willen kunnen noemen. Binnen de
Jaspisschool worden daarom met name deze vaardigheden aangeleerd, aangezien
de ontwikkelaar van de methoden hierin, Nicolaas de Jong, langs deze ontwikkelingsweg
is gegaan. Dit als aanvulling op en in samenwerking met de methoden van
de geesteswetenschap of antroposofie, welke vooral tot beeldbewustzijn,
helder zien ofwel de imaginatie leiden. En met name de jongere generaties
komen met vaardigheden en waarnemingen die zijn gegrond in helder zien,
voelen en willen; daaraan kan een Jaspis geschoolde dan adequaat antwoorden
geven en hen begeleiden op hun verdere weg. Ook kan men hiermee veel leed
in psychiatrische inrichtingen verlichten, aangezien er toch veel mensen
zitten die niet met hun innerlijke waarnemingen goed uit de voeten konden
en zich innerlijk konden blijven oriënteren en balanceren, mede omdat
zij er geen goede begeleiding in hebben gehad. Dit maakt de Jaspis school
tot een moderne mysterieschool die staat in de natuurlijke lijn van het
esoterische Christendom.
Terug naar boven
2.2. Wat leer en ontwikkel je bij Jaspis
*Ervaren dat de oorzaak der dingen en verschijnselen
ligt aan de binnenzijde, van waaruit deze ook worden gestuurd en onderhouden:
je leert er de wezens achter de werkingen der fysieke gebeurtenissen,
vormen en verschijnselen waarnemen. Met als gevolg dat je hier ook mee
kunt leren werken.
*De wegen in jezelf leren herkennen en gaan; vanuit zintuigindrukken,
de gevoelens naar wat er in je wil leeft, gaande door je orgaan-processen
heen; de idealen die je tot daden kunnen impulseren, en de deugdgebaren
die je dient te maken om deze idealen door de uiterlijke en innerlijke
weestanden heen toch te kunnen realiseren; dat hangt samen met de ontwikkeling
van de bladen van je chakra’s, je hogere zielezintuigen.
*Dat betekent het leren ontwikkelen van je geest tot imaginatieve, inspiratieve
en intuïtieve vaardigheden, dus van helder zien, helder voelen en
helder willen. Hiermee samenhangend, leren onder-scheiden wat het is om
de weg te gaan van respectievelijk de ziener (de verlichte), de ingewijde
(die kan doen in de werkingen der verschijnselen) en de magiër (die
de wordings-wilskiemen van mensen en wezens kan leren waarnemen en helpen
ontplooien).
*De wegen in de buitenwereld leren herkennen en gaan: de engelen en de
elementwezens, dat zijn de gedachtewezens die zij uit zich voortbrengen
en de verschijnselen teweegbrengen en onderhouden.
*Als praktische hulp hierbij leer je te werken met de krachten van maat,
ritme en tonaliteit als te richten uitwerkingen van de harmonie der sferen,
waarmee de natuur en cultuur vanuit de engelenwerelden worden gestuurd
en gevoed. Dat wordt genoemd de astrofonie.
*Ook leer je de vormtaal der verschijnselen naar elementwerking inzien
en ermee werken als gebarende taal die de verschijnselen vormt. Dat wordt
genoemd de astrognomie.
*Inzien van de eigen tekortkomingen en verwondingen. Door hieraan te willen
werken, mede doordat je de eigen binnenwereld leert kennen, kun je nieuwe
onvermoede talenten in jezelf tegenkomen. Wat je hebt overwonnen, kun
je op anderen laten uitstralen. Overkomen leed wordt tot heil voor medemens
en wereld.
*Je weg in het leven makkelijker kunnen vormgeven, vanuit de idealen die
je je voorgeboortelijk hebt voorgenomen. Bij verdieping dus de ontwikkeling
van het bewustzijn van de ziener, van de ingewijde, van de magiër.
*Vanuit de innerlijke heling, transformatie en groei kun je komen tot
inzicht en heling in anderen en huizen, terreinen en stukken landschap.
Dit door te leren doen vanuit de ontwikkelings-kiemen die in ieder wezen
en in elke omstandigheid of gebeurtenis besloten liggen: het Christusbewustzijn
in zichzelf en de wereld wekken en werkzaam maken (‘Zie, mijn Ik
maakt alles nieuw’).
*Hulp daarbij is kennis omtrent en toepassing van de 12 warmtesoorten,
welke de werktuigen zijn van ons ik, onze geestkiem, waarmee we onszelf
en de wereld uiteindelijk om kunnen vormen.
*Het sociale bewustzijn versterken door in een groep te leren werken.
*De geleerde innerlijke vaardigheden ook toe leren passen op leven en
beroep. Dat kan inhouden de vernieuwing van de wetenschappen vanuit de
inzichten van de mensenzoon.
*Meer specifiek wordt er ook opgeleid tot muziektherapeut, mens- en landschapsgenezer
vanuit de werkingen van de sterren en planeten (astrosofie, dat is sterrenwijsheid
waarin astronomie en astrologie een nieuwe fusie aan kunnen gaan).
Terug naar boven
2.3. Scholing als proces
Voor de helderziende ziet het levenslichaam er bij
iemand die zich innerlijk nog niet of nauwelijks heeft ontwikkeld, uit
als een soort open zak naar onderen, die bij het hoofd wat duidelijker
is verdicht en begint te stralen (naarmate men helder in zijn denken is
geworden), en dat naar onderen toe ongevormd en open is. De in elkaar
passende Russische houten ‘baboeschka’-poppetjes zijn hiervan
een mooi beeld; rond de nek en het hoofd een beetje ingesnoerd, verder
de eivorm benaderend. Zie de afbeeldingen hiernaast.
Bij verdere verfijning van zijn wezen (dwz. het meer bewust toepassen
van de warmtesoorten als de werktuigen van de geest) kan dit ei zich meer
gaan sluiten van onderen, krijgt een meer of minder duidelijke afscheiding
van de omgeving, een soort astrale, schijnende huid (kiezel, jaspis) en
gaat innerlijke structuren vertonen, rond organen en chakra’s. Ook
komen er bewegingen, stromingen binnen dit ei, en begint men op te stralen
naar buiten. De huid veroorzaakt dat men wezens en onbewuste indrukken
niet meer zonder meer in en uit zich laat stromen, maar dat men er bewust
van wordt. En daarmee kan men zich ook makkelijker leren afsluiten voor
gevoelens en wilsimpulsen van anderen.
Dat men innerlijk begint te stralen, heeft ook tot gevolg dat men zichtbaarder
wordt voor de wezens die niet fysiek geïncarneerd zijn, zoals overledenen,
en ook allerhande geestelijke wezens die het al of niet goed met ons voor
hebben. Dit geeft ook een stuk verant-woordelijkheid hier goed mee om
te leren gaan. Daarbij is het noodzakelijk dat men leert inzien en waarnemen
wat deze wezens van ons willen, en wat we met hen kunnen doen. Het geeft
een verdieping van de werkelijkheid, doordat men er een stuk naast krijgt
dat met zin en verdieping van doen heeft, en tevens handvatten geeft om
ook met deze nieuwe werelden (van oorzaken) te leren omgaan. Het is hierom
ook noodzakelijk dat men weet wat men zichzelf heeft voorgenomen om te
ontwikkelen; pas dan kan men inzien of men met de toestroom van wezens
door dit innerlijke licht iets zinvols kan doen, of dat men zich er alleen
maar voor dient af te schermen.
We kunnen innerlijk de vorming van gebaren en stromingen ervaren die uitgaan
van de verschillende chakra’s. Op een gegeven moment wordt innerlijk
de beleving van het kruismotief belangrijk. Niet zozeer omdat het een
Christelijk symbool is, maar omdat het de innerlijke beleving is van de
ontwikkeling van de 4-bladige bijhart- ofwel thymuschakra; deze helpt
bij het aanleggen van het etherhart, en geeft daarmee ons innerlijke ontwikkelings-wezen
een soort bedding, vorm en balans. Ty pisch is bij deze ontwikke lingsstap
dat mijn de eigen en andermans gevoelens als gebaren kan gaan waarnemen
en beleven.
De mensenzoon zelf, ons innerlijke kindje, kun je op een gegeven moment
in je buik zien of voelen ontwikkelen; deze ontwikkelt namelijk tussen
het navelchakra (die het levenslichaam aanlegt en onderhoudt) en het zonnevlechtchakra
(die het zielelichaam aanlegt en onderhoudt). Uit de samenwerking tussen
ziel en leven, ontstaat de mensenzoon.
Vanuit de navellotusbloem, door inzichten vanuit de zonnevlecht, kan men
ook de gestalten en gebaren van de wezens in de buitenwereld leren waarnemen;
de engelen en elementwezens. Ook uit de eigen binnenwereld kan men wezens
zien opkomen, aangezien wij deze toch opnemen bij elke zintuigindruk die
we maken. En hiermee om leren gaan, geeft weer mogelijkheden voor innerlijke
groei en uiterlijke transformatie.
Leert men ook zijn begeerten- en driftleven goed aan te schouwen (en het
doorleven van de sexualiteit met een partner kan hiertoe een goede hulp
zijn), dan kan men leren om de eigen levensboomkrachten die uit de aarde
komen en worden gebundeld bij het stuitchakra, waar te nemen en te leren
sturen. Deze krachten naar boven leren brengen en bewust in de handelingen
toe te passen, kan veel extra kracht aan de handelingen geven, en levensenergie
schenken. Men richt dan de kundalini op, en kan er door de kruin mee zich
makkelijker met de kosmos en de daarin levende engelen verbinden. Door
verbinding van het voorhoofdchakra met de kruin, kan men sterk leren helder
zien, voelen en handelen, als een werktuig voor de engelen. Dit is wat
een magiër op tijden van actie kan doen; het handelt dan in hem,
hij is deels toeschouwer van het sterke krachtenspel door hem heen. En
zijn etherei, zijn Graal is dan zeer krachtig gedifferentieerd en stralend.
Terug naar boven
2.4. Inwijding; moeder en mensenzoon,
sterrenbeeldkrachten.
De initiatiefnemer tot deze school, Nicolaas de Jong,
heeft zijn inwijding gekregen van Christus, die hem innerlijk in een wolk
trok en Zijn werkingen als klanken, kleuren en vormen liet beleven. Later
heeft een engel hem laten ervaren dat die krachtenwerkingen in klank,
kleur en vorm ook in hemzelf schuilden. Op grond daarvan heeft hij de
methoden ontwikkeld die ten grondslag liggen aan de Jaspis school. De
toetsing vond plaats tijdens workshops, cursussen en opleidingen die hij
sindsdien hieruit heeft ontwikkeld, en waarbij de deelnemers tot eendere
waarnemingen kwamen.
Het was hem bekend dat er meerdere mensen waren die Christus imaginatief
hadden waargenomen, zoals die door Rudolf Steiner in zijn beeld van de
mensheidsrepresentant was uitgedrukt: schrijdend door de wereldzee (de
levenswereld), waardoor de tegenmachten vallen. Dat is een imaginatief
beeld, dat men met de naar de geest toe gerichte ziel kan waarnemen. Deze
werkingen in de wolk waren echter van een ander gehalte; het waren bewegingen,
krachten, vormgebaren. Dat wat in de geesteswetenschap wordt genoemd de
inspiratieve stroom (het helder aan- en invoelen), en het waarnemen van
de intuïtieve wordingskiem als gebaar (het heldere willen). Op dit
onderscheid wordt gewezen door Christus wanneer Hij aan het kruis hangt.
Hij spreekt Zijn moeder samen met de leerling Johannes aan: ‘Zoon
zie uw moeder. Moeder, zie Uw zoon’. Tot die tijd waren er namelijk
twee mysteriestromingen geweest in verschillende culturen, die strikt
van elkaar gescheiden waren. Het waren de lichtmysteriën enerzijds,
die tot het beeldende, imaginatieve denken voerden: de lichtmysteriën.
Was je een wijdeling in deze mysteriën, dan werd je een ‘zoon
of dochter van de weduwe’, namelijk Isis, genoemd. Anderzijds waren
er de duisternismysteriën; die van de inspiratie en intuïtie,
welke zich in het levens- en fysieke lichaam afspelen, en de processen
daarin zijn voor het huidige bewustzijn duister. Deze werden genoemd de
ontwikkeling van de mensenzoon, of kortweg zoon, het scheppende geesteskindje
dat schuilt in ieder mens. Johannes was voor zijn inwijding (de schijnbare
opwekking uit de dood) Lazarus, een zanger. Hij lag vaak aan Christus’
borst te luisteren naar de kosmische klanken die daaruit opstegen: hij
was inspiratief ingewijd. En Maria, Christus’ moeder had ondanks
het leed dat haar Zoon werd aangedaan, toch het vermogen om hier doorheen
te schouwen en de geestelijke werkelijkheden erachter waar te nemen: zij
was imaginatief ingewijd, een zieneres. Doordat Christus hen aangeeft
waar te nemen aan elkaar, verbindt Hij de licht- en duisternismysteriën.
Hierdoor kan het beeldbewustzijn, de moeder, uit het leven van de zoon
tappen, waardoor haar beelden levendig blijven en niet tot dogma’s
zullen voeren. En de inspiratief-intuïtief ingewijde kan in de duisternis
gaan met het licht, de inzichtkrachten van de moeder. Beide bevruchten
elkaar op deze wijze. En dit is wat Jaspis beoogt; door doen groeien in
de aanvankelijk voor het bewustzijn duister zijnde werelden van het leven,
de ziel en de geest, met gebruikmaking van het licht van de geest, de
moeder, het beeldbewustzijn. Daarom wordt er bij iedere oefening geoefend
in het doen in die werelden, en erna wordt er uitgeboetseerd en besproken
wat men er heeft waargenomen. Zo groeit men langzaam, stap voor stap (gradalis)
de hogere werelden binnen doordat men er inzichtlicht heen brengt. En
wordt ingewijd in deze werelden.
In de duisternis van de wil liggen ook onze idealen. In de sterrenbeelden
(buiten de dierenriem) zijn de ideeën van het Goddelijke scheppingsplan
terug te vinden, die mens en aarde vorm hebben gegeven. Wat we zien als
we naar boven kijken, is de buiten-kant van een groep engelwezens die
dat idee vertegenwoordigen. Tussen twee incarnaties op aarde in, bezoeken
we meerdere van die groep engelen die aan een specifiek idee werken. Op
aarde gekomen, nemen wij die ideeën mee als onze idealen. We weten
namelijk innerlijk dat, wanneer we die op aarde willen realiseren, we
onszelf en de aarde zelf transformeren kunnen, en grotere geesten kunnen
worden, door de weerstanden heen. We nemen die ideeën op omdat we
door deze te verwerkelijken in ons en op aarde, meewerken aan de verwezenlijking
van dat plan. Tevens vormen we er onszelf mee om tot hoger geestwezen.
Daarom vormen de sterrenbeeldkrachten in ons op aarde onze idealen. Zij
zijn aanwezig als warmtekristallen in het niet-substantiële fysieke
lichaam dat ons omhult, en vaker ons fantoomlichaam wordt genoemd. Op
specifieke momenten in ons leven, die bepaald worden door de overgang
of hoek van bepaalde planeten aan de hemel naar standen binnen onze geboortehoroscoop,
zal de beschermengel deze idealen wekken en in ons bloed doen verwerken
(via het miltproces), en tevens zal hij ons in contact proberen te brengen
met mensen en omstandigheden, waarin we van buitenaf het door ons voorgenomen
ideaal kunnen herkennen, bij voorbeeld omdat we misstanden ontmoeten die
we vanuit dit ideaal recht willen zetten. Dan dienen we door onze eigen
weerstanden in ziel en lichaam, en de uiterlijke heen dit ideaal te verwezenlijken.
Dit lukt veelal niet meteen, en dient ritmisch herhaald te worden, waarbij
we ons wezen verfijnen en aansterken in verhouding tot dat ideaal. We
ontwikkelen goede gewoonten, dat wil zeggen deugden, waardoor het telkens
beter zal kunnen lukken. Deze deugd opent hogere ziels- en geestvaardigheden
in ons, waardoor we uit kunnen groeien tot een wezen met hogere vermogens,
een engelwezen of nog hoger. En zo vormen we met dit ideaal onszelf om,
waarbij het steeds meer verwezenlijkt kan worden in de wereld om ons heen.
Dit proces verloop door het leven heen. In scholing kan dit echter versterkt
worden, en ook als eerste herkenbaar gemaakt, want niet iedereen herkent
zo makkelijk zijn eigen idealen. Vervolgens kan men leren dit ideaal ook
toe te gaan passen als actieve kracht.
Een van de redenen hiertoe, is dat ook de tegenmacht die satan of ahriman
wordt genoemd, tracht deze innerlijk te ontwikkelen talenten, te veruiterlijken
en voor ons te zetten als techniek. Hiervoor hoeven we niet zelf in beweging
te komen, enkel het geld te betalen dat voor de verwerving ervan nodig
is. Zo zijn onze vervoersmiddelen (auto, trein, vliegtuig), onze telecommunicatiemiddelen
(telefoon, tv, internet) alle veruiterlijkte vaardigheden die we zelf
zouden kunnen ontwikkelen (telekinese, telepathie, beeldbewustzijn). Het
is goed om naast het gebruik van deze uiterlijk geworden technieken, ook
de eigen innerlijke ontwikkeling in deze richtingen verder te kunnen voeren,
aangezien ze onszelf en daarmee de aarde verder in de ontwikkeling kunnen
helpen.
Van die sterrenbeelden zijn er 72; in de Bijbel genoemd de 72 sleutels
van David. Jaspis biedt methoden aan om deze sterrenbeelden in klank,
ritme en vormgebaar bewust te kunnen worden en hiermee te leren werken.
Aangezien het kosmische Woord in de sterren leeft, is Jaspis een uiting
van de Woordmysteriën. In klank en vormgebaar, en met behulp van
zang en boetseren, worden deze krachten verinnerlijkt
Terug naar boven
2.5. Het verschil tussen astrosofie, astrofonie,
astrognomie
Jaspis biedt praktische onderzoeksmethoden en scholingstrajecten
aan waarmee de moderne mens al oefenend zich op eigen kracht een weg kan
verschaffen tot de boven de fysieke werkelijkheid uitgaande werelden van
leven, ziel en geest. Uitgangspunt daarbij is kennis omtrent de mens in
al zijn lichamelijkheden en de samenhangen daarmee met de werkingen van
de hogere engelwezens op de mens vanuit de sterren en planeten. Dit laatste
is vormgegeven in de astrosofie, de nieuwe sterrenwijsheid, en diens verdere
uitwerkingen en toepassingen in astrofonie (klankhoroscopie) en astrognomie
(de wezens-vormgebaren van elk verschijnsel en wezen zoekend).
Astrosofie is een vorm van sterrenkunde die de vier lichamelijkheden
van de mens en hun verankering in de vier natuurlijke rijken van vuur,
lucht, water en aarde alsook hun betrekkingen tot de sterrenbeelden en
planeten in beschouwing neemt. Uitgangspunt vormen antropo-sofische gezichtspunten,
die door middel van nieuw ontwikkelde onderzoeksmethoden getoetst worden,
en zo verrijkt worden met nieuwe onderzoeksresultaten. Het wekt de imaginatieve
vermogens.
Astrofonie is een uitwerking van de sterren- en planeetwerkingen
in de mens die zijn te benaderen in klank, muziek en ritme. Er wordt onderzoek
gedaan door middel van zangimprovisatie, alsook onder-zoeksresultaten
toegepast in composities, die zo mogelijk worden uitgevoerd. Zang opent
de ziel voor de waarnemingen van hogere werelden, waarmee men zich al
zingende verbindt. Verder is er een muziektheorie uitgewerkt, die samenhangen
aangeeft tussen muzika-le wetten en de werkingen vanuit planeetsferen
en dierenriemtekens, zoals die zich in de menselijke constitutie uitdrukken.
Het helpt inspiratieve vaardigheden te ontwikkelen.
Astrognomie is een verdere uitwerking die de astrosofische
en astrofonische uitgangspunten in organische vormgeving door middel van
boetseren tracht te benaderen en onderzoeken. Elke door de mens gedane
daad, zijn houding, gevoel en gebaar, zijn uitingen van de in hem opgenomen
werkingen van sterren en planeten en de wezens die daardoorheen werkzaam
zijn. Dit wordt door middel van vormgeving onderzocht, in de mens en in
de verschijnselen. Het helpt bij de ontwikkeling van intuïtie.
Terug naar boven
2.6. Het praktische werk
Om de weg te leren gaan in het eigen wezen, en erin
de hogere lichamen van leven/vormkrachten, ziel en geest te leren waarnemen,
onderkennen en ermee en vanuit werken, zijn in de Jaspis school methoden
uitgewerkt waarmee al oefenend en beeldvormend, maar ook vaardigheden
ontwikkelend, inzicht kan worden gekregen. De fenomenologische methoden
in klank, ritme en boetseren, laten de cursist vrij zelf zijn vormtaal
te leren kennen en de innerlijke wegen en vaardigheden ook praktisch te
kunnen gebruiken. Waarnemen en uitboetseren helpen innerlijke vaardigheden
en hogere
zintuigen verder te ontwikkelen en gebrui ken (de lotusbloemen).
-De 7 stappen om van een zintuigindruk te komen tot de ontwikkeling van
deugden. Dit helpt de 12 zintuigen beter te gebruiken, welke op de fysieke
wereld zijn gericht. Daarnaast het herkennen van de eigen meegebrachte
idealen.
-Het leren onderkennen en gaan van de wegen in de eigen innerlijke orgaanprocessen,
waardoor men anders dan gewoontelijk is leert handelen, en uit cirkels
van gedrag kan leren komen.
-De ontwikkeling van deugden die de eigen chakra’s, de hogere ziele-zintuigen,
kunnen helpen ontwikkelen. Dit geeft vaardigheden.
-Het leren invoelen en herkennen van de zielekrachten en -conflicten,
zoals die zijn terug te vinden in de geboortehoroscoop als afbeeld van
het eigen lot. Door hierin in klank, maat en ritme te leren meebewegen,
kan men deze zielekrachten in zich en de ander leren gebruiken, en de
verschillende lichamelijkheden beter leren hanteren. Het geeft ook de
ontwikkeling van vaardigheden, wanneer men dit als actieve kracht weet
aan te wenden (ook op de buitenwereld, aangezien de wezens in de natuur
met eendere klanken en ritmen meebewegen). Daarnaast kan men weer de weg
terug leren naar de harmonie der sferen. Als steun hiertoe zijn ontwikkeld
een lotusbloemendans, een maans- en een Mercuriusdans.
-Dit kan worden verdiept door de specifieke klanken en ritmen van de sterrenbeelden
buiten de dierenriem, welke met het persoonlijke lot samenhangen en de
meegebrachte idealen vertegenwoordigen, ten gehore te laten brengen, en
met boetseer-opdrachten deze helder te kunnen krijgen.
Uiteindelijk leert men al doende het innerlijke wezen en vele van de er
sluimerende vermogens waarnemen, kennen en hanteren, waardoor men de innerlijke
geestelijke vaardigheden van imaginatie (helder zien), inspiratie (helder
voelen) en intuïtie (helder willen) tot ontwikkeling kan laten komen.
Met deze toekomstgerichte vaardigheden kan men helpen en omvormend in
de wereld bezig zijn, in zijn beroep en daarbuiten.

Presentatie van
het eindwerkstuk
Terug naar boven
3. Over elementwezens
3.1. Elementwezens in en om ons heen
Een elementwezen is de scheppende gedachte van een
engel, die daarmee een verschijnsel op aarde in gang heeft gezet. Deze
element/gedachtewezens weven door de verschijnselen van mens, natuur en
cultuur heen en veroorzaken en onderhouden deze; zij weven achter de elementen
aarde, water, lucht en vuur. Met elke zintuigindruk nemen we hen op. Deze
vormen onze gedachte-inhouden, en wij veranderen ze wanneer we deze overdenken.
Zo zijn zij ook in onze cultuur en techniek gebannen, wachtend op een
verdere omvorming en verfijning door ons.
3.2. Methoden; zang, ritmen, beweging
Binnen Jaspis zijn scholingsmethoden ontwikkeld om
stap voor stap met de verschillende groepen van elementwezens in contact
te leren treden. Eerst wordt gericht geleerd om hen waar te nemen; door
middel van samenzang, waarneming, beweging en boetseren. Met samenzang
stelt men zijn hart en ziel open, waardoor er directer contact met hen
mogelijk wordt – het zijn basaal gevoelswezens. Er wordt getracht
innerlijke handvatten te ontdekken die deuren kunnen openen naar de levenswerelden.
Dan worden deze innerlijke waarnemingsmogelijkheden gericht op de wezens
die werken in en door de elementen heen, die deze sturen en onderhouden.
De zang helpt om de ziel te openen waardoor deze verbonden kan worden
met de innerlijke en uiterlijke verschijnselen. Het boetseren helpt de
waarnemingen verdichten en objectiveren. In nabesprekingen wordt getracht
de ervaringen en waarnemingen meer bewust te maken.
Vervolgens wordt getracht met hen te communiceren – en dat is voor
elke groep een specifieke opdracht. Daarna wordt bekeken of zij in het
gebied waar men werkt, versterkt kunnen worden op plaatsen waar zij nodig
zijn. Door gericht met hen te leren werken, kunnen zij en ook wij verder
in ontwikkeling komen, en samen aan de aarde verder werken, deze omvormen
in van tevoren gekozen richtingen.
Enige handvatten om in contact te komen met element-wezens zijn de in
de astrofonie ontwikkelde ritmen gebleken, want deze verbinden ons levenslichaam
met hen in de verschillende levenskrachtbereiken (elk huis correspondeert
met een specifiek levensgebied achter een van de elementen). De elementwezens
zijn op drievoudige hiërarchische wijze met een specifiek element
verbonden, welke zij beheren en sturen. Dit hangt met hun bewustzijn samen.
Ook is er gericht muziek en muziektheater ontwikkeld om hen beter aan
deze tijd te laten aanpassen, en om hun angst voor tegenwerkende geesten
weg te nemen, zodat zij zelf actiever in de ontwikkeling van zichzelf
en de aarde kunnen worden, samen met de mensen.
3.3. Hoe gaat het in
zijn werk
Voor werk in het veld wordt veelal gewacht tot er
een vraag komt, van een van de elementwezens, of van mensen die stukken
natuur als geschonden ervaren. Dit laatste gebeurt veel in door de mensenhand
beïnvloedde natuur of aanbouw van wegen, huizen. Dan wordt terplekke
met een groep mensen waargenomen wat er mis is. We stellen ons voor aan
de landschapsdeva terplekke door de zang van de stemming van dat moment,
waartegen met de lier de klanken en ritmen van de planeten vanuit hun
plaats aan de hemel worden gespeeld, overeenkomstig de astrofonische uitwerkingen.
Daarmee wordt contact gelegd met de deva, en kan zij ons helpen bij verdere
stappen. Uit de waarnemingen blijkt veelal wat er nodig is op die plaats.
Dat komt er meestal op neer dat een of meerdere groepen van elementwezens
bij een van de landschapspunten teveel of te weinig is vertegen-woordigd.
We zoeken een plek waar zij wel goed vertegen-woordigd zijn, stemmen ons
af op hen door het betreffende ritme te lopen, en trachten in dialoog
te komen. Hierna boetseert iedere deelnemer uit de
gebaren die hij of zij heeft waargenomen. Met dit beeldje gaan we terug
naar deze wezens, vragen hen of ze mee willen komen door er een taak bij
te krijgen, en we brengen ze dan via het beeldje naar het betreffende
landschapspunt waar zij te weinig zijn vertegenwoordigd. Dit wordt afgesloten
met een ritueel met gebaren en ritmen, veelal ook met de zang van specifieke
kleuren, en het landschap kan zo enige tijd tot rust komen. Hierna gaan
we weer waarnemen, om te ervaren of ons werk gelukt is of dat er nog meer
nodig is.
Terug naar boven
4. Over landschapsgenezing
4.1. Hoe en waar kunnen we herstellen
Net zoals het menselijk lichaam, wordt de aarde in
leven gehouden door een web van levenskrachten en dat wordt gestuurd door
bezielde wezens. Deze wezens zijn de elementwezens, die in een hiërarchische
orde werken, elk naar zijn eigen element, en die ieder voor zich specifieke
taken hebben uit te voeren. Een levenseenheid van een landschap wordt
beheerd door een landschapsengel, dat is een Engel van Moeder aarde; deze
wordt veelal een Deva genoemd. Deze grijpt aan in een landschap op drie
punten; een punt van instroom van de kosmische krachten, een punt waar
deze kosmische klankkrachten worden samengevoegd met de levens-processen
binnen dat landschap, waar wordt verteerd en omgevormd; het transformatiepunt.
En een punt van uitstroom van deze omgezette krachten, waarbij er een
fijne onderaardse stroom terug gaat naar het punt van instroom. Op elk
van deze punten werken de elementwezens uit verschillende rijken en van
verschillende orde samen om deze vertering tot stand te brengen.
Dit is ooit door de engelen zo ingesteld en heeft duizenden jaren gewerkt.
Echter de laatste eeuwen nu de mens steeds dieper ingrijpt in de natuur,
worden veel van deze landschapseenheden verstoord. Ook de vele oorlogvoeringen,
met name in Europa (waar op veel grotere schaal werd gevochten en kapotgemaakt),
hebben hele landschappen en streken verwoest ofwel vastgezet.
Mede omdat de leiding van de elementwerelden in onze handen is gelegd,
hebben wij een taak naar landschap en de deze bevolkende wezens om waar
nodig, de boel te herstellen, ofwel om ook nieuwe landschapseenheden in
te richten waar dat noodzakelijk blijkt. Daarbij is voor mens en natuurwezens
een hoop gewonnen, want wij kunnen weer met hen in contact leren treden
en iets voor hen terug doen, en zij kunnen door ons werk, met name waar
het om offerkrachten gaat, verder ontwikkelen. Offerkrachten zijn namelijk
door ons bewust omgevormde warmteëlementwezens, welke zij door deze
omvorming weer verder kunnen bewerken. Wij doen dit offeren uit eigen
vrijheid: dat is een eigenschap die zij zich slechts met moeite eigen
kunnen maken. Zo ontstaan samenwerkingsverbanden tussen mens en elementwezens
op een nieuwe basis.
Er zijn binnen Jaspis methoden ontwikkeld om ten eerste weer in contact
met de verschillende elementwezens binnen hun rijken te kunnen treden,
en ten tweede om in samenspraak met hun wensen iets aan het land-schap
te kunnen doen. Vaker komt dat neer op het gronden van de of een deva
in haar landschapspunten, en het verbinden van haar met wezens van de
verschillende andere elementwerelden, waardoor verstoorde werkin-gen weer
in beweging kunnen komen, en er een geheel nieuw élan in het betreffende
landschap kan
ontstaan. Kring van wensbeeldjes na afloop
4.2. Ondersferenwerk voor geschonden
plekken. Het worden van een magiër door mee te doen.
Daarnaast is er werk in de veelal nog duistere 9 onderaardse
sferen ontwikkeld, waarbij de erin gebannen wezens kunnen worden waargenomen,
erkend en wanneer zij dit wensen, mee in ontwikke-ling kunnen worden genomen.
Veelal bevrijdt men dan op geschon-den plaatsen, bijvoorbeeld waar executies
of oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, de mensen die er zijn gevangen
in angst ofwel verontwaardiging omtrent het hen aangedane onrecht, mensenzielen
die er vastzitten en niet verder in hun ontwikkeling kunnen komen.
De werkmethoden zijn het fenomenologische inleven, het zingen van de aan
de verschijnselen ten grondslag liggende krachtenspel, het lopen van ritmen
die ons met de levenswerelden verbinden, en uiteindelijk het uitboetseren
van de waarnemingen, waarbij de eigen waarnemingen tot wensen voor ontwikkeling
van het landschap worden omgevormd. Uiteindelijk worden deze wensbeeldjes
bij een van de landschapspunten neergezet. Dit gaat gepaard met gebaren
en spreuken, veelal op ritme en muziek, die de deelnemers aan elkaar leren
en die elk met beweging en muziek in het landschap worden ‘ingedanst’;
er ontstaan zo nieuwe vormen van rituelen die samen met de element-wezens
worden uitgevoerd. Waarnemingen geven aan dat zij van hun kant net zo
hard meedoen, en de in de beeldjes verwerkte intenties en vorm-gebaren
eruit halen om hiermee verder te kunnen werken.
Hoofdgedachte bij dit alles is dat de beeldjes, gebaren van planeetritmen
en wensen in vrijheid aan de elementwezens worden voorgehouden, waaruit
zij zelf kunnen kiezen wat zij hiermee doen. Dat leert hen ook wat vrijheid
zijn kan. Veelal juichen zij deze ontwikkelingen toe; in de toekomst moeten
we het toch meer en meer samen voor elkaar krijgen om de aarde te beheren
en te veranderen.
Er wordt bij elk landschap nagegaan wat de eigenlijke vraag of behoefte
is, waar de knelpunten zitten, en hoe we hierop kunnen inspringen. Dat
is veelal een creatief proces waarin hooguit wat methoden en richtingen
duidelijk zijn. Al doende toont zich vaker de te volgen weg. En zo worden
de deelnemers mede-scheppend aan de processen van de natuur en cultuur
door het goede dat in de wezens en dingen als wordingskiem verborgen ligt,
werkzaam te gaan maken. De mens wordt magiër.
Terug naar boven
4.3. Grotere perspectieven;
kosmische klankverbindingen.
De correspondentie tussen de kosmos gevuld met engelen
en de aarde wordt in stand gehouden door een hoge deva van de kosmische
klanken, die hoort wat er op ieder moment klinkt aan sferenharmonie. Dit
brengt zij over op gevoelige leylijnen, en de landschapsdeva’s over
de aarde nemen dit op en werken het in binnen hun landschap. Echter door
het scherm van satellieten en elektromagnetische straling dat wij mensen
aanbrengen, wordt dit kosmische net vertroebeld en tegengewerkt. We proberen
binnen Jaspis de grotere verbanden in kaart te brengen en er op verschillende
pgevoelige plaatsen op de continenten de er relevante klankkrachten weer
te herstellen, en zo een halt toe te roepen aan deze vertroebeling, door
de gevoelige planetaire punten op ieder continent in kaart te brengen
en er te gaan werken.
Mede zijn en worden hiertoe binnen Jaspis planeet- en sterrenbeeldliederen
ontwikkeld, met rituelen en dansen (zoals de lotusbloemendans) om die
plekken blijvend gevoelig te laten afstemmen op wat er tot ons komt uit
de engelenwerelden.
Terug naar boven
5. Vakken in 3 niveaus
De drie genoemde onderdelen innerlijke ontwikkeling,
werken met elementwezens en landschapsgenezing hangen nauw samen. Door
innerlijke ontwikkeling neemt men makkelijker waar in de natuur wat daar
leeft, en wat daar loos is. Door waarneming in de natuur leert men de
processen kennen waaruit men zelf ook is opgebouwd. ‘Ken de wereld,
ken u zelf, want de wereld, dat zijt gij’.
Daarnaast groeit men samen met de elementwezens, van hoog tot laag, wat
aan beiderlei kunnen toevoegt. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is
dat Christus heer van de aarde is, leeft in de levenswereld en ook heer
van de elementwezens is. Men voegt zich bij Zijn strijd voor omvorming
van de aarde.
5.1. Over het onderscheid in geesteswetenschap,
objectieve kunst en morele technieken
Om een verbinding te kunnen maken met de werelden
van leven, van ziel en van geest, dient men wakkerheid in het gevoel te
ontwikkelen waarmee men de ziele-organen kan ontwikkelen en deze kan leren
te gebruiken. Met name zijn bepaalde doelgerichte kunstzinnige bezigheden
hiertoe geschikt, omdat deze ons kunnen verbinden met de verschijnselen
op een fijnzinnige wijze die onverwachte verfijningen van de zintuigen
als waarnemingsorganen veroorzaken, en tegelijk mogelijkheden om scheppende
vaardigheden te openen. Jaspis streeft naar de verwezenlijking van een
vernieuwde school voor geestimpulsen midden in onze samenleving waaruit
deze zich kan voeden en worden geïnspireerd. Het zal bestaan uit
de volgende drie afdelingen:
I. Geesteswetenschap. Een wetenschap
waarin men het denken cultiveert en richt op de werkingen van de geest,
waardoor het doortrokken wordt met het imaginatieve bewustzijn. Als basis
hiertoe dient de binnen de Rune-werkplaats ontwikkelde astrosofie.
II. Objectieve Kunst. Een wijze van
kunst bedrijven dat zoekt naar de uitwerkingen van de geest in de mens,
in de natuur en het universum via kunstzinnige scheppingen. Dit biedt
mogelijkheden om de innerlijke leiding binnen processen te ervaren en
toe te passen, en geeft mogelijkheden om inspiratieve vaardigheden te
ontwikkelen (helder voelen en helder horen). Een basis hiertoe is de astrofonie.
III. Morele techniek. Een techniek
die tracht om het goede dat schuilt in ieder verschijnsel en wezen, tot
ontwikkeling te brengen. Zodoende kan zo’n techniek helpen bij de
ontwikkeling van helder willen, het intuïtieve bewustzijn. Basis
hiertoe zijn de werkmethoden van de astrognomie.
Terug naar boven
5.2. Cursussen
-Cursus Boetseren
vanuit de zintuigen
Er worden indrukken gegeven van een van de 12 zintuigen, en met een serie
gerichte vragen leert men de weg in de eigen binnenwereld kennen door
ervaren. Van weg door het eigen wezen, via gevoel, orgaan/zieleruimte,
wilsintentie, ideaal komen tot de ontwikkeling van een deugd. Boetseeropdrachten
en nabesprekingen.
Duur: een ochtend in de week van 9 – 12.30 uur.
-Cursus Beleven
van de orgaanprocessen
Met behulp van maatsoorten en gerichte vragen wordt gevoel verkregen voor
de verschillende orgaanprocessen en de mogelijkheden die zij ion ons bewustzijn
geven om anders te gaan gedragen, zo, dat men handvatten krijgt om beter
door moeilijkheden heen te komen. Boetseren en nabesprekingen.
Duur: een ochtend in de week van 9 – 12.30 uur.
-Cursus Ontwikkeling
van de lotusbloembladen
Met gerichte vragen en boetseeropdrachten krijgt men zicht op de verschillende
deugden die leiden tot te ontwikkeling van de bladen van de lotusbloemen,
daarmee onze hogere zintuigen en ook vaardigheden wekkend.
Duur: een ochtend in de week van 9 – 12.30 uur.
-Weekendcursus ‘Werken
met kosmische klanken en ritmen in en om je heen’
Hierin wordt specifiek gewerkt vanuit de in klank en ritme omgezette horoscoop
om hierin de krachtwerkingen in het ziels- en levenslichaam te kunnen
waarnemen en uitwerken. Ook hier weer helpt boetseren tot bewustzijnsvergroting
van de innerlijke processen, en tevens de versterking ervan.
Duur: een weekend, zaterdag en zondag van 10 –
17 uur. Zaterdagavond concert.
-Weekendcursus Wegwijs in de Levenswereld
Hierin worden de scholingsmethoden ter oriëntatie aangevoerd, zoals
die in de opleiding ‘Mensenzoon’ worden gegeven.
Duur: een weekend, vrijdagavond van 20 – 22.30
uur, zaterdag en zondag van 10 – 17 uur.
-Scholingsweekenden vanuit een van de orgaanprocessen
Hierin wordt telkens de werking van een specifiek orgaanproces beleefbaar
gemaakt. Met behulp van ritmen en de eigen betreffende planeetstand in
de horoscoop. Ook de sterrenbeelden die parallel staan met de betreffende
planeet in de horoscoop. Boetseren van de innerlijke waarnemingen.
Duur: een weekend, zaterdag en zondag van 10 –
17 uur.
Voor een uitgebreider cursusaanbod, zie onder
Terug naar boven
5.3. Opleidingen van Jaspis
1. Werken met
de Levenswereld en de Mensenzoon in zich
Uitgangspunt vormt de astrosofie en praktische uitwerkingen hiervan door
middel van klank- en vormfenomenologie.
Omgaan met de levenswereld betekent de aarde als werkveld voor ontwikkeling
te zien en ermee omvormend te leren werken. Het sociale van het groepsproces
is daarbij heel belangrijk.
De kunstzinnig-fenomenologische methoden d.m.v. samenzang en boetseren
helpen de ziel en geest te openen voor de werkelijkheden van helder voelen
/ inspiratie en van helder willen / intuïtie.
Gedurende de opleiding maakt ieder een opdracht die gericht is op zijn
of haar eigen werkveld. Er wordt verwacht dat elke deelnemer in de Blokken
II en III thuis werkt aan deze opdracht. Aan het einde wordt deze gepresenteerd.
Er is een studiesyllabus voor elk blok. Geen voorkennis vereist. Wel een
open interesse voor leven, ziel en geest.
Opzet: Een lang weekeinde in de maand, bestaande uit:
Vrijdagmiddag van 14 – 20 uur, zaterdag en zondag van 10 –
17 uur.
Aanvang (meestal) 1 uur inleidende lezing
Rest van de dag praktijkwerk; inleven d.m.v. zang en uitwerken met boetseren.
Blok I Inleiding in verschillende
levensgebieden:
Boetseren vanuit zintuigindrukken; Inleiding astrosofie; 7 Planeet-processen
in mens en organisaties; 12 Wereldvisies; Element en kleurwezens in plant
en atmosfeer; Elementwezens in technieken en hun samenhang met de mens
Blok II Elementen tot ontwikkeling
van inspiratie:
Elementwezens en landschapswerk; Lotusbloembladeren en innerlijke ontwikkeling
– deugden als gebaren; Astrofonie i.v.m. de wezensdelen naar onderdeel;
Werken met klankhoroscopie; Astrognomie en vormstudie; Dubbelganger, mensenzoon
en levenswereld; Werken met kundalini
Blok III Elementen tot ontwikkeling
van intuïtie:
Afronding landschapwerk; De 9 onderaardse sferen; Aardgeomantie; Ontwikkeling
van waarnemingen aan elkaars wilswezen als aanzet tot intuïtie; Spreuken
en gebaren vanuit de lotusbloemen; Sterrenbeelden als idealen; Planeten
en ontwikkeling; de maansdans; Maken en presenteren van eigen werkstukken
Tijdens deel II en III wordt van de deelnemers verwacht dat zij thuis
aan hun eigen werkstuk zullen werken. Op afspraak kan daarover worden
overlegd.
Duur: 3 blokken van elk 5 lange weekends, vrijdag 14
uur – zondag 17 uur. De blokken bouwen op elkaar voort.
2. Werken met
kosmische klanken en ritmen van de planeetharmonieën
In deze opleiding is er een gerichte aanpak naar de vier wezensdelen.
Kort gezegd kan de geest, ofwel een idee, worden herkend als muzikaal
motief, dat wordt gedragen door een tonaliteit, op een ritme en in een
maatsoort. Wat muzikale uitwerkingen betreft, includeert dat gericht werken
met ritmevoeten en maatsoorten. Ritmevoeten brengen in contact met de
verschillende levensgebieden, en maat-soorten met de orgaanprocessen.
Het zijn de innerlijke afbeelden in de tijd van de planeetbewegingen naar
de aarde, welke onze orgaan-processen aanleggen. Deze inspiratieve weg
door het hart is sinds de kruisiging van Christus in de levenswereld in
1942 mogelijk geworden.
Uitgangspunt voor de muziektherapie is het in de astrosofie ontwikkelde
uitgebreide duiding-systeem van een geboortehoroscoop van problemen en
mogelijkheden van de individuele ontwikkeling. Elk onderdeel wordt kunstzinnig-fenomenologisch
benaderd.
Met de muziek kunnen gericht de zieleninhouden en wilsgebaren naar boven
worden gehaald, en kan aan onderdelen die uit balans zijn, worden gewerkt.
Boetseren helpt de waarnemingen te verdichten. Dit geeft inzicht in processen
in de eigen binnenwereld, zicht op een-zijdigheden en zwakheden en nieuwe
ontwikkelingsmogelijkheden. Gewerkt wordt met zang en lier. Op intervallen
en toonaarden wordt inlevend bewogen. Ritmen en maatsoorten worden gelopen
of gedanst. Alle werkwijzen zijn fenomenologisch van aard.
Deze opleiding geeft handvatten om gericht met cliënten aan specifieke
problemen te kunnen werken. Aanvankelijk wordt gewerkt met de eigen horoscoop,
welke inlevend inzichten geeft. Dit kan bij anderen later worden toegepast.
Met de muziek werkt men op zielengebied, met de ritmen op levensprocessen
in, en met de maatsoorten gericht naar de lichaamsorganen. Zo ontstaat
een pallet aan mogelijkheden om gericht met cliënten te kunnen werken.
Het eerste deel van
de opleiding biedt vanuit beeldend inleven een basisbegrippenkader van
de astrosofie, waardoor in een geboorte-horoscoop gelezen kan worden een
wezensdeel-analyse, het temperament, de constitutie, zielentypering, wereldvisie,
sterke en zwakke orgaanprocessen, zielenkwaliteiten en conflicten, en
de richting van het karma.
In het tweede deel van de opleiding worden deze
elementen muzikaal benaderd in tonaliteit (majeur en kerktoonaard), ritme
en maatsoor-ten. Deze worden door samenzang, beweging en dans ingeleefd
en ervaren. Hierop worden deze elementen geïntegreerd en word gericht
gewerkt aan planeetstanden (zielengebieden) en configuraties.
In het derde deel wordt gericht geoefend met
de muzikale onderdelen, en kunnen innerlijke belevingen van horoscoopstanden
worden uitgeboetseerd.
Daarnaast wordt een introductie gegeven van de in de Rune Werkplaats ontwikkelde
lieren die elk het vormgebaar van een van de dierenriemsterrenbeelden
als klankvormend principe in zich heeft. Deze kunnen de therapie nog verder
aanscherpen.
Duur: 5 lange weekends, vrijdag 14 uur – zondag
17 uur.
3. Werken met
de 12 warmtesoorten
De twaalf innerlijke warmtesoorten zijn de werktuigen van ons ik, onze
geestkiem, om deze uit te kunnen bouwen tot hoger geest-wezen; een engel
of nog hoger. Met deze warmtesoorten werken we door onze lichamen heen,
ordenen, richten en vormen deze om. We zijn er werkzaam mee in de wereld,
want onze wil is in de warmte ingebed.
In deze opleiding trachten we met deze warmtesoorten om te leren gaan
en ze toe te passen, zodat we onze innerlijke scholing ermee kunnen versnellen,
en scheppend ermee in de wereld aan de slag kunnen. Doen vanuit het goede
met de warmte schept nieuwe ruimten, betrekkingen, verhoudingen en sferen,
en vormt uiteindelijk onze kosmos van wijsheid om in die van de liefde,
de quintessence, de bewuste warmte ofwel het shamballa. We trachten daartoe
de werkingen door ons wezen heen zoals we die in de voorgaande blokken
hebben kunnen beleven, nu te verdiepen met de belevingen en werkingen
van de warmtesoorten, en leren zo er vanuit te handelen. Hulpmiddel is
telkens de horoscoop als zelfgekozen uitgangspunt voor het eigen ontwikkelingswezen.
Er wordt getracht met de religieuze voortgang van het jaar mee te leven,
aangezien deze aansluit op de ontwikkeling van het ik.
Duur: 5 lange weekends, vrijdag 14 uur – zondag
17 uur. Tevens enige losse dagen (kerstavond, Driekoningen, Hemelvaart,
1e Pinksterdag)
4. Werken met
kleur- en elementwezens en landschapsgenezing
De natuur is doordrongen van levende wezens, die haar vorm geven en onderhouden.
Voor het huidige bewustzijn zijn deze wezens niet direct waarneembaar,
alhoewel de meeste mensen hen in stemmin-gen en werkingen kunnen aanvoelen.
Door gericht met klank- en vormfenomenologische methoden te werken, kunnen
deze wezens door hun werkingen heen weer worden waargenomen. Daartoe zullen
we vanuit de verschijnselen hen inlevend trachten te zingen, waardoor
we onze ziel ermee kunnen verbinden. Daardoor kunnen de wezens zich in
ons gaan uitspreken. Daarna trachten we onze half bewuste waarnemingen
in het bewustzijn te heffen door deze uit te boetseren.
We stellen ’s ochtends ons weersgesteldheden in de natuur voor,
waarvan we de kleuren als werkingen improviserend zullen zingen en uitboetseren.
Daarna verdiepen we ons in de vormwerkingen van een specifieke plant,
en zingen het krachtenspel dat deze tot stand heeft gebracht vanuit de
vier elementen. Dit boetseren we uit en zo trachten we in ons de elementwezens
te laten spreken die de plant tot stand hebben gebracht.
’s Middags nemen we buiten een of twee groepen elementwezens die
zijn verbonden met een element (aarde, water, lucht of vuur) waar en trachten
met hen contact te maken. Elke dag wordt er een groep van wezens genomen,
die achter éen specifiek element staan.
Uiteindelijk werken we toe naar landschapsgenezing door de wezens in de
landschapstempel terplekke beter te integreren. Er worden hierbij nieuwe
rituelen ontwikkeld waardoor we de landschapstempel en zijn wezens beter
kunnen onderhouden. Er wordt telkens toe gewerkt naar landschapsrituelen,
waarbij elke groep elementwezens in de landschapseenheid wordt ingewerkt
en versterkt. Dit is een voorbereiding op werken met elementwezens in
landschappen en landschapstempels op andere plaatsen.
Duur: een midweek, 5 dagen van 10 – 17 uur.
5. Werken in
de onderaardse sferen
Bij de schepping en ontwikkeling van onze aarde en kosmos zijn er telkens
engelen uit de hemelse hiërarchie, die bestaat uit negen sferen van
bewustzijnsniveaus, verder ontwikkeld door de daden die zij hebben verricht.
Ook zijn er telkens engelwezens in die ontwikke-ling achtergebleven, en
die zijn de reguliere ontwikkeling gaan tegenwerken, op de wijze zoals
licht schaduwen werpt. De reguliere engelen hebben elk een aangrijpingspunt
binnen een van de planeet- en sterrensferen. De tegen-engelen hebben elk
een sfeer onder de aarde gekregen, zodat er ook negen onderaardse sferen
zijn ontstaan. Deze engelen zijn de oorzaak van werkingen die wij als
tegenstrevend en veelal negatief voor de ontwikkeling kunnen ervaren in
de verschijnselen en gebeurtenissen om ons heen. Hen leren herkennen,
kan ons veel leren omtrent onszelf in onze nog niet helder gekregen impulsen
en gevoelens, en omtrent de wereld om ons heen. Tevens geeft dit handvatten
om aan onszelf èn aan de verwordingen in de wereld iets te kunnen
doen. Dit laatste met name op geschonden plaatsen, zoals voormalige slagvelden
en concentratiekampen. Maar ook in huizen en op terreinen waar veel leed
is gepasseerd.
Het werk in de onderaardse sferen streeft ernaar, de wezens in deze sferen,
dus de gevallen engelen en hun hulpen de gevallen element-wezens, te leren
herkennen, in dialoog met hen te gaan, en ook hen voor te stellen te transformeren
naar een wezen dat weer in de reguliere ontwikkeling kan meekomen. Vandaar
dat de opleiding is gepland op een plaats waar veel van dit leed nog hangt.
Men kan er de nog ronddolende overleden mensen hulpmiddelen bieden om
weer verder op hun tocht door de geestelijke wereld te kunnen gaan. Men
leert er de wezens transformeren, en tevens zichzelf te herkennen en om
te vormen in de nog onheldere lagen van de ziel die met de betreffende
sfeer samenhangen. Men bevrijdt het landschap van deze wezens en de nog
dolende mensen, waardoor de landschapsengel terplekke en haar elementwezens
weer beter kunnen werken en de omgeving geheeld kan worden.
Deze opleiding is een aanvulling en voortzetting van de opleidingen ‘Werken
met Elementwezens en Landschapsgenezing’ en ‘Werken met de
Levenswereld’, maar kan ook onafhankelijk hiervan worden gevolgd.
Het leidt de deelnemer op om zelf ook werk in de onder-aardse sferen op
geschonden plekken te kunnen gaan verrichten. Het biedt praktische handvatten
om in de gang van de gebeurtenissen in de wereld in te kunnen grijpen
door het levensgebied terplekke te reinigen en richten. Van de deelnemers
wordt verlangd dat zij stevig in de schoenen staan, aangezien de gevallen
engelen manipulatief in het bewustzijn kunnen zijn. Een gedegen zelfkennis
is voorwaarde, want elk ‘lek’ in de ziel kan een ingang voor
hen zijn. De opleiding biedt inzicht in het helder krijgen hiervan, maar
van de deelnemer wordt wakkerheid gevraagd ook buiten dit werk.
Na een algehele inleiding wordt er elk dagdeel een ondersfeer benaderd.
Dit wordt voorafgegaan door herkennen van de werking van die sfeer op
het eigen wezen en de dubbelganger. ’s Avonds worden enige liederen
gespeeld en gezongen, die een sterk helende werking hebben op het landschap
en de elementwezens.
Duur: een midweek, 5 dagen van 10 – 17 uur.
Dit zijn de gebruikelijke opleidingen. Er zijn bij Jaspis ook mogelijkheden
om opleidingen op maat te verzorgen, zoals voor de verschillende wetenschappen
vanuit de krachten van de Mensenzoon, welke zijn beschreven in het boek
‘Wetenschap Anders’ (zie onderaan voor de literatuurlijst).
5.4. Docenten
Nicolaas de Jong – initiatiefnemer van Jaspis
en docent op de bovengenoemde gebieden
Bastiaan Bohlmeijer – alchemist
Patrick Steensma – landschapsgenezer en spirituele bedrijfs- en
persoonlijke coach
Angelique Steensma – landschapswerkster
Marion Groenendal – energetische genezing, muziektherapeut
Cisca van der Straaten – landschapsgenezing, danstherapie
Terug naar boven
6. Projecten
6.1. Landschapsgenezing
Vanuit Jaspis worden er op gezette tijden landschapsgene-zingsprojecten
in binnen- en buitenland georganiseerd, meest op geschonden plaatsen.
Dit zijn goede oefenplaatsen voor wie een Jaspis scholingsweg heeft gevolgd.
Zie hiertoe de Agenda.
6.2. Muziek en muziektheater als ontwikkelingswerk
De met Jaspis verbonden muziektheatergroep LaukaR
Unja geeft voorstellingen van het muziektheaterspek ‘Eens –
een Ode aan de uurgeesten van de dag, aan de kleuren in de atmosfeer,
aan de natuurgeesten. Er wordt gewerkt aan koorstukken van kleurstemmingen,
en aan andere voorstellingen. Tevens werkt de groep met de lange liederen
die voor de elementwezens zijn geschreven op geschonden plaatsen. Zie
onder voor de lijst van muziek en muziektheater als scholingsprojecten.
Deze theaterstukken hebben alle een sterk scholingsaspect in zich, en
kunnen als zodanig als project bij de school worden aangevraagd.
Terug naar boven
7. Publicaties
7.1. Artikelen
Verschillende artikelen in Bruisvat
en Sampo, zie ook bij Artikelen
op deze site.
7.2. Boeken
-Kunstzinnige Ervaringsmethode op Basis van Samenzang
/ Ritmen van Zon, Maan en Planeten – Beweging en Klank
-Kosmobiologie op Klankfenomenologische Basis
-Karmische Astrosofie
-Esoterisch Christendom tot Heden
-Werken met Elementwezens
-Werken met de Klanken en Ritmen van de Planeetharmonieën
-Wetenschap Anders
-Een Filosofie van Liefde
Alle Rune-boeken
7.3. Muziek als inwijdingsweg
-Lied van Herinnering van de innerlijke Graal
-Widarsliederen
-Muziek op basis van klankhoroscopen
-Liederen van de innerlijke Tempel
-Lied voor de Dolende Doden
7.4. Muziektheater als inwijdingsweg
-Gedachtengloren
-Sterrewegen
-Volkenswaardigheden
-Het Huis en de Moeder
-Eens
7.5. CD’s
-Eens delen I - III
-Klankhoroscopen van kerst 2005 en van 2012
-Widarsliederen
-Lied voor de Dolende Doden
-Lied van Wording
-Lied van Herinnering van de innerlijke Graal
7.6. Dansen
-Maansdans
-Mercuriusdans
-Lotusbloemendans
Terug naar boven
Scholingscursussen
Hieronder
vindt u de volgende cursussen:
Inleidend:
* Praktische
Astrosofie in drie niveaus; Astrosofie, Astrofonie, Astrognomie
Innerlijk werk:
* Ken uzelf door de zintuigen
d.m.v. boetseren
* De planeetinvloeden als orgaanprocessen
in mens en organisatie
* Boetseren aan de deugdgebaren die
leiden tot de ontwikkeling van lotusbloemen
Innerlijk werk in samenhang
met de natuurlijke omgeving:
* Workshop Kleurbelevingen,
plantentaal en natuurwezens
* Elementwezens in het landschap;
Werkweekeindes elementen lucht, aarde, vuur en water
* Landschapswerk, landschapsgenezing
door herstel van landschapstempels
Doe-werk, gericht op het
innerlijk en de omgeving:
* Lotusbloem-dans
* Cursus Planeetdansen
* Weekeinden ‘Leer wegwijs in de
levenswereld’
* Cursus Werken met elementwezens
in techniek
* Workshop Morele technieken
* Workshop ‘Werk in de onderaardse
sferen’
Kruisverbanden:
* Workshop Astrosofie en
economie
* Cursus Astrofonie en chemie
* Cursus Astrofonie als methode voor
zelfonderzoek en muziektherapie
- het beleven van een plant in zijn
vormkrachten en het maken van een plantelixer
- het beleven van een metaal in hun werkingen en het maken van een tinctuur
* Cursus Houtbewerking organische vormgeving
/ Rune-instrumenten
* Workshop Smeden met de kosmische ritmen
van de levenswereld
* Optreden ‘Eens’ door muziektheatergroep
LaukaR Unja
* Open atelier
* Zang, innerlijk en landschapswerk
Cursusaanbod:
Inleidend:
*
Praktische Astrosofie in drie niveaus;
- Astrosofie
Hierin komen de basisbegrippen
van astronomie en astrologie uitgelegd. De horoscoop als afbeeld van de
sterrenhemel op het moment van geboorte wordt in samenhang met de vier
menselijke lichamelijkheden, welke zich bedienen van de vier levenskrachtbereiken
die achter de klassieke elementen staan. De onderdelen van de horoscoop
als duidingsmogelijkheid wordt aangegeven; temperament, constitutie, zieletypering,
wereldvisie, karma en zielegaven en –conflicten, alsook de levens-werkgebieden
waarin men zijn karma wil uitwerken. De werking van planeten tot in de
orgaanprocessen vanuit hun bewegingen. De kwaliteiten van de dierenriem;
verschil tussen sterrenbeeld en teken. De werking van sterrenbeelden buiten
de dierenriem. Uiteindelijk wordt een ritmisch gedicht in beeld gemaakt
vanuit de eigen horoscoop.
- Astrofonie
Hierin worden de onderdelen
van de horoscoop als afbeeld van de vier menselijke lichamen, omgezet
in maat, ritme en muzikaal motief binnen tonaliteiten. Hiermee wordt geëxperimenteerd
binnen de eigen horoscoop, om de werkingen van ziel en leven in te kunnen
voelen.
- Astrognomie
De werkingen van de horoscoop
als gebaren worden met gerichte gebaren uitgeboetseerd, om vat op de beeldentaal
van ziel en levenslichaam te kunnen krijgen, deze te kunnen herkennen,
en er ook sturend mee te leren werken. Getracht wordt te komen tot het
wezensgebaar van elke planeetstand.
Duur: 7 dagdelen/avonden
per onderdeel, van elk 3 ½ uur.
Innerlijk werk:
* Ken uzelf door de
zintuigen d.m.v. boetseren
Door de 12 zintuigen, waarvan
er maar zes direct toegankelijk zijn, ervaren we onszelf en de omgeving
en kunnen we onze weg vinden. Normaliter zijn we ons nauwelijks bewust
van de diep werkende invloeden van hen.
Door waarachtig waar te nemen hoe een zintuigindruk op ons inwerkt, en
door in boetseren uit te drukken wat het in ons oproept, krijgt men een
steviger verhouding tot de alledaagse soep van indrukken. Daarnaast kan
men de intenties van de eigen wil en de specifieke idealen ophelderen,
waardoor men bewuster kan worden welke idealen men in zijn leven wil verwezenlijken.
En wat op deze weg veelal gebeurt, is dat men de eigen scheppende vermogens
stimuleert en kan uitwerken; daarom zijn deze workshops interessant voor
mensen die meer met organische vormgeving willen doen.
Men krijgt meerdere indrukken door dat zintuig aangeboden, kiest er een
uit, en boetseert vervolgens in aparte beeldjes de weg van die indruk
door het eigen wezen, het gevoel dat het oproept, de zielestemming als
innerlijke ruimte waarin het gevoel is ingebed, de wilsimpuls van de indruk,
het ideaal dat het oproept, en het (deugd)gebaar dat men moet maken om
dit ideaal te verwezenlijken kunnen.
Door dit herhaaldelijk en onder begeleiding te doen, kan men vormgebaren
in de eigen levenswereld, en innerlijke paden door de orgaanprocessen
heen leren ontdekken en ook gaan. Het opent hogere zielezintuigen die
de dagelijkse waarnemingen kunnen verfijnen, en daarmee verbonden ook
onvermoede scheppende kwaliteiten waarmee men beter uitgerust het leven
aan kan.
Duur: er worden
twee sessies van 3 ½ uur besteed aan een zintuig.
*
De planeetinvloeden als orgaanprocessen in mens en organisatie door
ritmebelevingen en boetseren
Elke planeet beweegt in een
specifiek maatritme en met een eigen gebaar langs de hemel en kan hierin
worden herkend. Binnen ons bewerkstelligen zij de orgaanprocessen, die
de levensprocessen sturen. Daardoor beleven we karakteristieke ziele-stemmingen,
denken we op bepaalde manieren en worden we bepaald door hen in onze wijze
van doen. Normalerwijze zijn we ons hier nauwelijks bewust van.
Met behulp van gerichte opdrachten kan men zich echter in de werkingen
van deze orgaanprocessen inleven. Door middel van boetseren kan men op
kunstzinnige wijze zo’n proces beleven, doordat men het objectiveert
en in het bewustzijn omhoog haalt. Vergelijken van elkaars werk helpt
dit bewustzijnsproces versterken.
Door de maat-ritmesoorten te ervaren en onderscheiden die achter elk proces
schuilen, kan men hun uitwerkingen op het leven beleven en herkennen.
Door de ritmen van de planeet/orgaanprocessen onderling te vergelijken,
kan men een gevoel ontwikkelen voor de organiserende en sturende werkingen
die zij teweeg brengen.
Op een meer objectief waarneembare wijze werken de planeetprocessen binnen
de onderdelen van economische organisaties. Bijvoorbeeld heeft de in-
en verkoop-afdeling te maken met Mercurius, die met het longproces samenhangt
– dat is input / output; letterlijk gesproken de ademhaling –
wat er in komt, moet er ook uit.
De waarneming van planeetwerkingen binnen organisaties herkennen, geeft
goede mogelijkheden om de wederzijdse interacties te leren kennen. Het
sturende effect kan men aldus leren en helpt vaardigheden van inspiratie
in sociale processen te ontwikkelen.
Duur: 7 dagdelen
van 3 ½ uur, om elk orgaanproces te kunnen doorgronden.
* Boetseren aan de deugdgebaren
die leiden tot de ontwikkeling van lotusbloemen
Lotusbloemen zijn hogere zintuigorganen
die ons kunnen helpen bij het waarnemen in de gebieden van het leven,
de ziel en de geest. We kunnen ze ontwikkelen door het goede na te streven.
Dat betekent vanuit inzicht (vrijheid) in de daad komen (bewuste warmte),
teneinde het goede te ontwikkelen in onszelf, de ander en de omstandigheden
waarin we verkeren.
Elke daad is een vorm in de levenswereld en schept daar ook een gebaar
in. We ‘zien’ dit gebaar echter niet. Door een daad bewust
te doen, omkleden we zijn gebaar met een laagje inzicht, oftewel zielesubstantie.
Tevens ontstaan hierdoor de mogelijkheden om hem waar te nemen. Dit waarnemen
kan men versterken door het gebaar van een daad of deugd (goede gewoonte)
uit te boetseren en bij het boetseren na te gaan of hij klopt of niet.
Bespreking met cursusgenoten helpt het versterken van dit bewustwordingsproces.
In deze cursus boetseren we verschillende deugdgebaren uit die elk samenhangen
met een specifieke lotusbloem en een van diens bladen. Het werk is individueel
en de eigen praktijkervaring wordt als werkmateriaal genomen. Het werken
in een groepsverband schept echter een basis van concentratie en vertrouwen,
hetgeen in de nabespreking kan helpen de dingen helder te krijgen en zo
nodig te corrigeren.
Voor elk lotusbloemblad is een serie boetseeropdrachten ontwikkeld.
Duur: sessies
van elk een dagdeel van 3 ½ uur.
Innerlijk werk
in samenhang met de natuurlijke omgeving:
* Klank- en vormfenomenologie van
kleur en plant:
Workshop Kleurbelevingen, plantentaal en natuurwezens
door middel van samenzang en boetseren
Door ons innerlijk voorstellingen
te maken van weersgesteldheden, zoals de zonsopkomst onder verschillende
omstandigheden, trachten we met samenzang een gezamenlijk klankschilderij
van de daarin werkzame krachten te maken. Hierin zijn de kleurkwaliteiten
intensief te beleven. Door taakverdelingen in de werkingen die de verschillende
kleuren en verschijnselen scheppen, kunnen we improviserend komen tot
een gezamenlijke compositie die de specifieke kleurcombinatie als stemming
uitdrukt.
Uiteindelijk boetseren we de vormwerkingen uit in vormgebaren in klei,
en gaan de wederzijdse beïnvloeding na in gezamenlijk boetseren.
Aan de hand van observatie van een plant gaan we ons inleven in de levenskrachten
die hem in groei, metamorfose en specifieke vorm hebben gebracht. Na herkenning
van de verschillende elementkrachten als komende van natuurwezens, worden
de taken naar muzikaal beleefbare werkingen verdeeld, en zingen we dit
improviserend naar elkaar.
Vanuit inleven in de werkingen van de verschillende natuurwezens, worden
de vormkrachten die de plant doen ontstaan, geboetseerd. Door werken naar
elkaar wordt in vormgebaar een beeld opgebouwd van de gezamenlijke vormkrachten
die de plant doen ontstaan. Vervolgens tracht ieder het wezen van de plant
te benaderen in plastiek (klei).
Door zang worden de poorten van de ziel open gezet waarmee we groei- en
vormings-processen kunnen inleven en volgen. De samenzang biedt mogelijkheden
tot versterking van de eigen ervaringen en toetsing op juistheid met en
aan elkaar. Door boetseren brengen we de halfbewuste ziele-indrukken van
werkingen al doende aan het licht.
Door beide kunstzinnige werkwijzen worden de belevingen verdiept. Waarnemingen
die veelal onder de drempel van het bewustzijn liggen, komen boven en
men opent nieuwe waarnemingsorganen in de ziel.
De kleurbeelden en de planten hangen nauw met elkaar samen.
Tijd: Deze
workshop wordt maandelijks op zondag gegeven. Het is de kweekvijver voor
landschapswerk met elementwezens.
* Weekeinden elementen en elementwezens:
Werkweekeindes Landschap en elementwezen
Waarnemen en leren communiceren
Door middel van waarnemen,
bewegen en samenzang en boetseren trachten we handvatten in onszelf te
ontdekken die deuren kunnen openen naar de levenswerelden. We richten
ons met deze innerlijke waarnemingsmogelijkheden op de wezens die werken
in en door de elementen heen, die deze sturen en onderhouden. De zang
helpt onze zielen te openen waardoor we ons kunnen verbinden met de verschijnselen
in en om ons heen. Het boetseren helpt de waarnemingen verdichten en objectiveren.
In nabesprekingen trachten we onze ervaringen en waarnemingen meer bewust
te maken.
Er worden door het jaar heen op een bepaalde plaats in het landschap (veelal
een natuurlijke eenheid, een landschapstempel, of een deel daarvan) weekeindes
georganiseerd waarin we telkens gericht toewerken naar een bepaalde groep
elementwezens, werkend door een specifiek element heen. Elk seizoen nemen
we hier een weekeinde voor; lucht in de herfst, aarde in de winter, vuur
in het voorjaar en water in de zomer.
Verwacht wordt dat een deelnemer zich in principe verplicht tot deelname
aan alle vier de elementweekeinden.
Duur: een
weekeinde per seizoen, zaterdag en zondag van 10 – 17 uur.
- Werkweekeinde element lucht
Lucht is een van de vier klassieke
elementen waarachter een geestelijke werkelijkheid schuilt; die van de
ademende ziel van de aarde. In de atmosfeer kunnen we verschillende verschijnselen
van de lucht waarnemen met onze zintuigen. Indien we onze aandacht in
zinvolheid op deze verschijnselen richten en met de juiste methoden onze
ziel ervoor weten open te stellen, kunnen we de zieleverschijnselen door
kleur, geur, vocht en bewegingen heen laten spreken en gericht op zoek
gaan naar de wezens die deze verschijnselen oproepen en in stand houden.
De herfst met zijn verdorringsprocessen, wat het opkleuren van bladeren
en avondhemel bewerkstelligt en innerlijk het wakker worden vanuit de
eigen ziel, hangt nauw samen met het element lucht.
De luchtwezens bestaan uit drie groepen De eerste groep wordt gevormd
door de sylfen en elfen, die de kleuren in de planten bewerkstelligen;
tweede groep vormen de feeën die de kosmische harmonieën met
de ruimte verbinden; en derde groep de Deva’s, en met name die van
een landschap, die de kosmische klankkrachten op ieder moment met een
landschapstempel verbindt en zo het landschap beheert op energetische
wijze, samen met de andere elementwezens. Door ons met haar en haar landschap
te verbinden, kunnen we makkelijker op een plaats inwerken en zo versterken
of veranderen wat we nodig achten.
Hulpmiddelen daartoe zijn waarneming, gemeenschappelijk zingen van verschijnselen
(om de ziel ermee te verbinden) en boetseren van onze waarnemingen in
gebaren, die kunnen leiden tot de luchtwezens. Om het proces van herkennen
en verbinden wat te vergemakkelijken, wordt soms voorbewerkte muziek gespeeld,
die op basis van astrofonisch werk is ontwikkeld in en aan de natuur.
Tijd: een
weekeinde in de herfst, zaterdag en zondag van 10 – 17 uur.
- Werkweekeinde element aarde
Aarde is een van de vier klassieke
elementen waarachter een geestelijke werkelijkheid schuilt; die van de
levendragende vormkrachten achter elke aardse vorm, welke tevens de zin
van vormen in hun verschijnen inhouden. In de plantenwereld kunnen we
aan de gebaren van takken, stammen en hele composities van deze in een
stuk bos, verschillende verschijnselen van het aardelement waarnemen met
onze zintuigen. Indien we onze aandacht in zinvolheid op deze vormen en
gebaren richten en met de juiste methoden onze ziel ervoor weten open
te stellen, kunnen we de zieleverschijnselen door kleur, geur, vorm en
bewegingen heen laten spreken en gericht op zoek gaan naar de wezens die
deze vormverschijnselen oproepen en in stand houden. De winter hangt nauw
samen met het element aarde met zijn verstarring van vorm door de koude,
waardoor we goed de vormgebaren kunnen waarnemen (en waarbij de aardewezens
wakker zijn, want er zijn weinig uiterlijke taken voor hen op dat moment
van het jaar).
Er wordt gewerkt met drie groepen van aardewezens, elk met hun specifieke
taken; de eerste groep zijn de gnomen, die de het leven in plant en steen
(en ook mens en dier) binnen de vorm onderhouden; de tweede groep zijn
de boomfaunen en boomgroepwezens, die het bewustzijn binnen een boom of
boomgroep onderhouden, die de uiterlijke vormsynthese hierbinnen bewerkstelligen;
en de derde groep zijn de meesters der mineralen in de aarde, en de aardegod
Pan erboven. Ook deze kunnen in een landschap waar nodig dieper verbonden
worden.
Hulpmiddelen daartoe zijn waarneming, gemeenschappelijk zingen van verschijnselen
en vormen (om de ziel ermee te verbinden) en boetseren van onze waarnemingen
in gebaren, die kunnen leiden tot de aardewezens. Om het proces van herkennen
en verbinden wat te vergemakkelijken, wordt soms voorbewerkte muziek gespeeld,
die op basis van astrofonisch werk is ontwikkeld in en aan de natuur.
Tijd: een
weekeinde in de winter, zaterdag en zondag van 10 – 17 uur.
- Werkweekeinde element vuur
Vuur is een van de vier klassieke
elementen waarachter een geestelijke werkelijkheid schuilt; die van de
wilsimpulserende warmtekrachten achter elk verschijnsel. In de plantenwereld
kunnen we in de groei-, rijpings- en verbrandingsprocessen van bloemen,
vruchten in het voorjaar en verbranden en afsterven in het najaar verschillende
verschijnselen van het vuurlement waarnemen met onze zintuigen. Indien
we onze aandacht in zinvolheid op de ontwikkeling van deze vormen en gebaren
richten en met de juiste methoden onze ziel ervoor weten open te stellen,
kunnen we de zieleverschijnselen door kleur, geur, vorm en bewegingen
heen laten spreken en gericht op zoek gaan naar de wezens die deze warmteverschijnselen
oproepen en in stand houden. Het voorjaar hangt nauw samen met het element
vuur met zijn groei en bloei, waardoor we goed de warmteprocessen in groei
en rijping kunnen waarnemen.
Er wordt gewerkt met drie groepen van warmtewezens, elk met hun specifieke
taken; de eerste groep zijn de vuursalamanders, die in de planten groei
en bloei, later rijping en afsterving bewerkstelligen (vuur verteert);
de tweede groep zijn de lichtbolwezens, die in de atmosfeer de zonnestralen
concentrisch als licht en warmte verspreiden; en de derde groep zijn de
muzen. Deze groep wezens werkt overal waar door mensen zinvolle gebaren
en woorden worden gevormd; zij weven deze kwaliteiten in die ruimte in.
Hen in een landschap versterken, maakt deze ontvankelijker voor de werkingen
vanuit der geestwerelden (engelenwerelden).
Hulpmiddelen daartoe zijn waarneming, gemeenschappelijk zingen van verschijnselen
en vormen (om de ziel ermee te verbinden) en boetseren van onze waarnemingen
in gebaren, die kunnen leiden tot de warmtewezens. Om het proces van herkennen
en verbinden wat te vergemakkelijken, wordt soms voorbewerkte muziek gespeeld,
die op basis van astrofonisch werk is ontwikkeld in en aan de natuur.
Tijd: een
weekeinde in de lente, zaterdag en zondag van 10 – 17 uur.
- Werkweekeinde element water
Water is een van de vier klassieke
elementen waarachter een geestelijke werkelijkheid schuilt; die van de
levenschenkende krachten achter elk aards verschijnsel; in zekere zin
is leven de zin van elk aards bestaan, omdat het mogelijkheden tot ontwikkeling
in zich bergt. In de plantenwereld kunnen we aan de ritmische groeiprocessen,
bijvoorbeeld te zien aan het ontstaan van zijspruiten aan stengels, verschillende
verschijnselen van het element water waarnemen met onze zintuigen. Indien
we onze aandacht in zinvolheid op deze vormen, gebaren en bewegingen richten
en met de juiste methoden ons levenslichaam en onze ziel ervoor weten
open te stellen en erop af te stemmen, kunnen we hen laten spreken en
gericht op zoek gaan naar de wezens die deze vormverschijnselen oproepen
en in stand houden. Met name het meebewegen aan de rand van rivieren,
meren en zeeën kan ons wakker maken voor de werking van de waterwezens.
De zomer hangt nauw samen met het element water met zijn uitgroei van
takken, nadat de bloei is geweest, waardoor we goed deze processen kunnen
waarnemen.
Er wordt gewerkt met drie groepen van waterwezens, elk met hun specifieke
taken; de eerste groep zijn de ondinen, die de het leven in de natuur
bewerkstelligen met hun ritmische dans; de tweede groep zijn de nymfen
van bossen, weiden, meren en zeeën, en de riviergoden, die middels
het vocht het bewustzijn hierbinnen dragen; en tot de derde groep hoort
de koning der waterwezens, die de waterhuishouding in met name de grond,
maar ook in de atmosfeer reguleert. Ook deze kunnen in een landschap waar
nodig verstevigd worden.
Hulpmiddelen daartoe zijn waarneming, beweging en gemeenschappelijk zingen
van verschijnselen en vormen (om de ziel ermee te verbinden) en boetseren
van onze waarnemingen in gebaren, die kunnen leiden tot de waterwezens.
Om het proces van herkennen en verbinden wat te vergemakkelijken, wordt
soms voorbewerkte muziek gespeeld, die op basis van astrofonisch werk
is ontwikkeld in en aan de natuur.
We sluiten het landschapswerk af met de waterwezens, omdat die met hun
levensbrengende krachten een geheel landschap in beweging kunnen brengen,
wat dan levensimpulserend op de gehele omgeving uit kan werken. Met name
hen versterken bij de landschapspunten van een –tempel helpt het
geheel in ademende beweging te krijgen of houden.
Tijd: een
weekeinde in de zomer, zaterdag en zondag van 10 – 17 uur.
_________________________________________________________________________________
* Landschapswerk,
landschapsgenezing door herstel van landschapstempels
Net zoals het menselijk lichaam
wordt de aarde in leven gehouden door een web van levenskrachten en dat
wordt gestuurd door bezielde wezens. Deze wezens zijn de elementwezens,
die in een hiërarchische orde werken, elk naar zijn eigen element,
en die ieder voor zich specifieke taken hebben uit te voeren. Een levenseenheid
van een landschap wordt beheerd door een landschapsengel, dat is een Engel
van Moeder aarde; deze wordt veelal een Deva genoemd. Deze grijpt aan
in een landschap op drie punten; een punt van instroom van de kosmische
krachten, een punt waar deze kosmische klank-krachten worden samengevoegd
met de levensprocessen binnen dat landschap, waar wordt verteerd en omgevormd;
het transformatiepunt. En een punt van uitstroom van deze omgezette krachten,
waarbij er een fijne onderaardse stroom terug gaat naar het punt van instroom.
Op elk van deze punten werken de elementwezens uit verschillende rijken
en van verschillende orde samen om deze vertering tot stand te brengen.
Het landschapswerk wordt verricht in elementweekeindes. Op een landschap
wordt er gedurende een jaar elk seizoen een weekeinde (zaterdag en zondag)
gewerkt met een van de elementen en de hiërarchische wezens die hierin
leven en werken. Er wordt begonnen in de herfst met de luchtwezens, waarvan
de Deva de hoogste vormt. Eerst wordt contact gezocht (door middel van
waarnemen, samenzang, ritmen en beweging) met de verschillende elementwezens,
en vervolgens getracht om in samenspraak met hun wensen iets aan het landschap
te kunnen doen (er wordt nooit gewerkt wanneer er geen vraag leeft bij
natuurwezens of mensen). Vaker komt dat neer op het gronden van de of
een Deva in haar landschapspunten, en het verbinden van haar met wezens
van de verschillende andere elementwerelden, waardoor verstoorde werkingen
weer in beweging kunnen komen, en er een geheel nieuw élan in het
betreffende landschap kan ontstaan. Daarna in de winter volgt het element
aarde, waarvan de aardegod Pan de hoogste vertegenwoordiger is boven het
landschap. Veelal wordt getracht hem voor de Deva te interesseren en zich
te verbinden met haar. Wanneer dit lukt, is het landschap meteen een stuk
dieper gegrond, en leeft duidelijker. In het voorjaar wordt er gewerkt
met het element vuur, waarvan de hoogste vertegenwoordigers, de muzen,
een cultuurimpulserende en –onderhoudende taak hebben. Deze worden
door dit werk aan het landschap op bewustere wijze verbonden, zodat de
mensen die er komen, meer op hun individuele verantwoordelijkheden wat
betreft de natuur en hun eigen morele handelingen worden gericht. Als
laatste wordt er in de zomer met de waterwezens gewerkt; de nimfen en
ondinen verzorgen het impulserende leven, zodat met de bewuste verbinding
van hen met het landschap deze eerst rechtmatig tot leven komt.
De fenomenologische werkmethoden zijn het zich inleven, het zingen van
de aan de verschijnselen ten grondslag liggende krachtenspel, het lopen
van ritmen die ons met de levenswerelden verbinden, en uiteindelijk het
uitboetseren van de waarnemingen, waarbij de eigen waarnemingen tot wensen
voor ontwikkeling van het landschap worden omgevormd. Uiteindelijk worden
deze wensbeeldjes bij een van de landschapspunten neergezet. Dit gaat
gepaard met gebaren en spreuken, veelal op ritme en muziek, die de deelnemers
aan elkaar leren en die elk met beweging en muziek in het landschap worden
‘ingedanst’; er ontstaan zo nieuwe vormen van rituelen die
samen met de elementwezens worden uitgevoerd.
Hoofdgedachte bij dit alles is dat de beeldjes, gebaren en wensen in vrijheid
aan de elementwezens worden voorgehouden, waaruit zij zelf kunnen kiezen
wat zij hiermee doen. Dat leert hen ook wat vrijheid zijn kan. Veelal
juichen zij deze ontwikkelingen toe; in de toekomst moeten we het toch
meer en meer samen voor elkaar krijgen om de aarde te beheren en te veranderen.
Er wordt bij elk landschap nagegaan wat de eigenlijke vraag of behoefte
is, waar de knelpunten zitten, en hoe we hierop kunnen inspringen. Dat
is veelal een creatief proces, waarbij zich de te volgen weg al doende
toont.
Enkel voor deelnemers die al enigszins de elementwezen waarnemen (invoelen
is ook al een vorm van waarnemen). Een weg hiertoe is het deelnemen aan
elementenzondagen.
Tijden: een
zaterdag en zondag per seizoen, aaneensluitend van 10 – 16.30 uur.
Doe-werk, gericht op het
innerlijk en de omgeving:
* Lotusbloem-dans
Deugdgebaren die leiden tot de ontwikkeling van lotusbloembladen
Lotusbloemen zijn hogere zintuigorganen
die ons kunnen helpen bij het waarnemen in de gebieden van het leven,
de ziel en de geest. We kunnen ze ontwikkelen door het goede na te streven.
Dat betekent vanuit inzicht (vrijheid) in de daad komen (bewuste warmte),
teneinde het goede te ontwikkelen in onszelf, de ander en de omstandigheden
waarin we verkeren.
Elke daad is een vorm in de levenswereld en schept daar ook een gebaar
in. We ‘zien’ dit gebaar echter niet. Door een daad bewust
te doen, omkleden we zijn gebaar met een laagje inzicht, oftewel zielesubstantie.
Tevens ontstaan hierdoor de mogelijkheden om hem waar te nemen. Dit waarnemen
kan men versterken door het gebaar van een daad of deugd (goede gewoonte)
met het lichaam uit te drukken en daarbij innerlijk na te gaan of en waar
men dit gebaar voelt, en of hij klopt of niet. Bespreking met cursusgenoten
helpt het versterken van dit bewustwordingsproces.
In deze dans wordt met muziek en spreuken elk blad van de lotusbloemen
als deugd benaderd, waarop aangegeven wordt welke gebaren erbij gemaakt
kunnen worden. Dit enkel als aanzet. Ieder kan de gebaren voor zichzelf
uitwerken. De muziek maakt het geheel tot een vloeibaar geheel, waarop
bewegingen makkelijker kunnen worden uitgevoerd. Na elk onderdeel (lotusbloem)
wordt een van de gebaren uitgeboetseerd en met elkaar besproken. Het werk
is individueel en de eigen praktijkervaring wordt als werkmateriaal genomen.
Het werken in groepsverband schept echter een basis van concentratie en
vertrouwen, hetgeen in de nabespreking kan helpen de dingen helder te
krijgen en zo nodig te corrigeren.
Duur: telkens
een dag, waarin specifieke lotusbloemen worden behandeld.
* Cursus Planeetdansen
Hiermee kan men zich met zelf ontwikkelde gebaren leren verbinden
met de processen die de planeten in en om ons teweeg brengen (tot heden
zijn een maans- en een Mercuriusdans ontwikkeld).
De planeten leggen in ons enerzijds
organen aan, en anderzijds zintuigen waarmee we de hogere, ijlere bereiken
van het leven, de ziel en de geest kunnen waarnemen wanneer we die ontwikkelen.
Deze heten de lotusbloemen. Door deze kunnen we de wezens waarnemen die
achter de elementen de verschijnselen veroorzaken. Dat waarnemen door
de levensbereiken heen gaat niet zomaar, maar enkel doordat we bewust
doen in de richting van die werelden, en tegelijkertijd via ons gevoel
de indrukken tot ons toelaten. Muziek opent de gevoelswereld en doet ons
verbinden met die bereiken; door te dansen en bewegen doen we ook in die
wereld van werkingen, die bestaat uit vormgebaren welke zich als gerichte
krachten laten invoelen.
Door de astrofonie is er een methode ontwikkeld waardoor we vanuit onze
lichamelijkheden een verbinding kunnen zoeken met de planeetwerkingen
via de muziek en het ritme, welke laatste zijn de in muziek omgezette
bewegingen van de planeten naar de aarde toe. Door de astrognomie is een
methode voorhanden om de vormgebaren in en om ons heen die de levenswereld
uitmaken, te kunnen herkennen en duiden als zijnde wilsgebaren die zich
tot manifestatie neigen. Dit kan worden benaderd door deze ingevoelde
gebaren uit te boetseren in klei, en later gericht in gebaren en bewegingen
toe te passen.
Door combinatie van deze twee is er muziek ontwikkeld waarmee gericht
de werkingen van de planeten en de wezens die er vanuit werken (Engelen,
natuurwezens en Deva’s) benaderd en gezocht kunnen worden. De teksten
beschrijven de bewust te zoeken wezens en hun werkingen in en om ons heen;
de muziek maakt die werkingen van de planeten beleefbaar in de ziel en
doet ons er mee verbinden; de beweging zoekt in de door deze werkingen
veroorzaakte krachten en vormgebaren te benaderen (nadat deze eerst als
tussenstap zullen worden uitgeboetseerd), zodat er in het doen contact
kan worden gelegd. Al oefenende en ons verdiepende trachten we deze werelden
bewust te krijgen vanuit de innerlijk te ontwikkelen waarnemingsorganen,
de genoemde lotusbloemen. De bewegingen en choreografie worden tijdens
de cursus verder uitgewerkt.
Deze cursus is een vervolg op de cursus ‘Boetseren van deugdgebaren
die leiden tot de ontwikkeling van lotus-bloemen’, maar kan afzonderlijk
gevolgd worden. Er zijn geen vereisten wat betreft muzikale en bewegings-technische
vaardigheden. Het kunnen lezen van muziekschrift is makkelijk, maar de
nadruk ligt op de onbevangen ervaring en het zelf-doen. De innerlijke
scholing van de deelnemer op het inspiratieve en intuïtieve gebied
vanuit beeldend inzicht staat voorop. Het groepsgewijze werken helpt daarbij
de poorten hiertoe makkelijker te openen en ook de ervaringen te kunnen
uitwisselen en toetsen aan elkaar.
Duur: telkens
een dag van 10 – 16.30 uur, waarin specifieke stukken van de dans
worden behandeld.
* Weekeinden Leer
wegwijs in de levenswereld
Hierin worden de voorheen beschreven cursussen als inleiding aangeboden.
Tevens kan op individuele vragen worden ingegaan.
Door middel van waarnemen,
samenzang en boetseren trachten we handvatten in onszelf te ontdekken
die deuren kunnen openen naar de levenswerelden. De zang helpt onze zielen
te openen waardoor we ons kunnen verbinden met de verschijnselen in en
om ons heen. Het boetseren helpt de waarnemingen verdichten en objectiveren.
In nabesprekingen trachten we onze ervaringen en waarnemingen meer bewust
te maken. Enige elementen:
- Zingen en boetseren van weersbeelden in kleurenstemming,
- Zingen en boetseren van de vormkrachtwerkingen der elementen en elementwezens
in een plant
- Zingen van de stemmingen van een moment, tegen de astrofonische klanken
van de daghoroscoop
- Boetseren vanuit zintuigindrukken naar de binnenwereld
- Vervolgonderzoek van de binnenwereld door de orgaanprocessen heen d.m.v.
boetseren en planeetmaatsoorten; wilsgebaar, idealen en te ontwikkelen
deugden
- De ontwikkeling van lotusbloembladen als deugdgebaren d.m.v. boetseren.
Duur: vrijdag,
zaterdag en zondag de gehele dag van 10 – 16. 30 uur.
* Cursus Werken
met elementwezens in techniek
Wat is onze verbinding met hen, hoe kunnen we samenwerken, hoe komen we
tot de ontplooiing van idealen die zij in ons wakker roepen – is
hier in de toekomst een fusie mogelijk?
In onze cultuur komen steeds
meer technische uitvindingen die onze leefomgeving bevolken. Zij worden
bijeengehouden en werken door een elementwezen dat de uitvinder uit de
natuur heeft gehaald, en binnen de mogelijkheden van de materie in het
apparaat heeft gestopt als zijnde een idee. We kunnen deze apparaten niet
negeren of ver van ons houden. Het is belangrijker ons een bewustere verhouding
tot hen te ontwikkelen.
In deze workshop wordt gewerkt met waarnemen en boetseren in zeven stappen,
waarbij men zich gewaarworden kan wat er in ons leeft en wat onze betrekking
is met het achter het apparaat werkzame elementwezen. Er wordt getracht
een bewuster contact in te stellen, waarbij we innerlijk na kunnen gaan
welk ideaal door het apparaat in ons gewekt wordt, en welke deugden we
kunnen ontwikkelen om samen met dat apparaat en ons ideaal te kunnen ontwikkelen.
De te ontwikkelen deugden helpen om de bladen van onze lotusbloemen (hogere
zielezintuigen) te vormen en openen. Daarbij ontwikkelen we ook innerlijke
krachten die ons tot sturen van levensprocessen kunnen aanzetten. Zo kan
techniek tot morele techniek worden. Boetseren verstevigt dit proces,
en maakt het meer bewust.
Deelnemers kunnen hun eigen te onderzoeken apparaat meenemen (mobilee
telefoon, computer, koffiezetapparaat, enz.).
Duur: een
dagdeel van 3 ½ uur per keer, apparaat.
* Workshop Morele technieken
Werken met sterrenbeelden als idealen (in muziek en ritme benaderd). Hoe
realiseren we deze – is hieruit een nieuwe eigen vorm van techniek
aan te ontwikkelen.
Deze workshop beoogt de werkingen
te onderzoeken van levenskrachten in verhouding tot ons eigen te ontwikkelen
levenslichaam. Opzet is om met inleidingen over reeds ontwikkelde levenstechnieken
(o.a. Keely, Steiner, Tesla, Schauberger) ons een beeld te vormen van
de werkingen, en de grotere verbanden met betrekking tot de ontwikkeling
van in ons sluimerende levenskrachten (uit de mensenzoon), om vervolgens
te proberen stap voor stap door doen, ervaren en maken (boetseren, ook
houten vormen) een blik op enige mogelijkheden te krijgen die in ons sluimeren
en die ook corresponderen met onze idealen. Vervolgens gaan we onze eigen
ethertechnieken proberen uit te werken. Levenslichaam, de vormgebaren
waaruit het bestaat, en karma hangen nauw samen, waarover in de avonduren
ruimte is om te spreken.
Aan de hand van de sterrenbeelden als meegenomen idealen in hun verhouding
tot de horoscoop, wordt er drie dagen op individuele basis intensief gewerkt
in muziek, beweging en boetseren aan de innerlijke ontwikkelingskiemen.
Er is ook een blok algemene morele techniek via de Rune-instrumenten,
de planten en de dieren. Eigen bijdragen gewenst; graag even opgeven van
tevoren waarover. Aanmelding 2 weken voor aanvang i.v.m. voorbereidingen.
Alleen voor gevorderden.
Duur: vrijdag,
zaterdag en zondag van 10 – 16.30 uur. Avonden van 20 – 21.30
uur.
* Workshop Werk
in de onderaardse sferen
Er zijn negen lagen van tegensferen
onder de aarde, waarin de tegen-hiërarchische engelwezens huizen,
samen met gevallen elementwezens. Het zijn de sluiers van verduistering
die kunnen voorkomen dat we ‘de zon op middernacht’, dus door
de aarde heen, kunnen zien. Doordat Christus de meeste sferen reeds heeft
doorlopen, zijn vele van die vertroebelde wezens in onze cultuur terechtgekomen
en uiten zich in fenomenen als sociale onvrede, gewelddadigheid, grauwheid,
verdraaiing van de waarheid en onbegrip. Deze sferen zijn elk te benaderen
met de huizen van de horoscoop, welke ons er toegang toe geven vanuit
ons eigen levenslichaam.
De bedoeling van dit werk is om ‘de zon op middernacht te zien’.
Dat wil zeggen door de aarde en haar verduisterde sluiers trachten heen
te kijken en het geest-licht van de zon ook ’s nachts waar te willen
nemen. Een groots doel, waar we elke keer een aanzet toe zullen kunnen
maken, en ieder op zijn eigen wijze, met zijn eigen mogelijkheden en reeds
al of niet ontwikkelde innerlijke zintuigen. Daarnaast zul je verschillende
gevallen wezens tegen kunnen komen in de verschillende sferen, welke je
dan met je eigen moraliteit tegemoet dient te treden en proberen deze
met je mee te krijgen. Dat maakt dit werk verre van vrijblijvend; het
is dan ook te beschouwen als hogeschoolwerk met diepergaande consequenties.
We zullen ons op inlevende wijze verdiepen in de planeetconstellaties
van de aanvang. Hierna gaan we de lagen stuk voor stuk beschrijven, met
onze eigen ervaringen, en worden de ritmische spreuken voorgezongen (de
teksten zijn zo geschreven dat ze ons direct vanuit de afzonderlijke lotusbloemen
met de levenssfeer van de betreffende laag verbinden). Daarna zingen we
ons improviserend in binnen de betreffende sfeer, nemen waar en trachten
indien nodig, hier iets te doen. We laten dit even innerlijk nawerken,
bespreken het, en gaan door naar de volgende sfeer. Zo doorlopen we een
voor een de negen sferen. Na elke drie sferen kunnen we ons op elk een
verschillende sfeer richten en de waarnemingen hierbinnen uit te boetseren.
Dit werk blijkt met name waardevol te zijn bij moeilijke constellaties,
zonsverduisteringen en bij landschapswerk op geschonden plekken, zoals
op voormalige oorlogsslagvelden. Het helpt daar wezens bevrijden, en ook
mensenszielen die er nog steeds rondhangen uit onbegrip, te verlossen.
Duur: gehele
dag. Tijden afhankelijk van plaats en doel.
Kruisverbanden:
* Workshop Astrosofie
en economie
In deze cursus worden de verbanden
tussen economie en individu nader belicht vanuit de werkingen van de horoscoop;
de huizen als afspiegeling van onze levensbehoeften, de planeten en hun
onderlinge verhouding en onze wensen, wat zich direct afspiegelt op ons
consumptiegedrag. Aan de hand van concrete reclamevoorbeelden worden de
eigen wensen en idealen geïnventariseerd, aan de hand van boetseeropdrachten.
Daarnaast wordt een bestaand bedrijf genomen en op inlevende wijze geprobeerd
om een karakterbeeld en zijn marktstrategie te kunnen achterhalen. Alles
op de klank- en vormfenomenologische onderzoekswijze.
Duur: 2 dagen
van 10 – 16.30 uur.
* Cursus Astrofonie
en chemie
De chemische elementen zijn
elk een weerslag van de werkingen die door de dierenriem en planeten heen
de aarde hebben gevormd. Door ons in te leven in de klankkrachtwerkingen,
beeld- en vormkrachten van elk sterrenbeeld en elke planeet, kunnen we
trachten te komen tot begrip van de verschillende chemische elementen
en hun verbindingswijzen met elkaar. Astrofonische muziek kan daarbij
een goed hulpmiddel zijn. De gebaren en processen zullen we vervolgens
proberen uit te boetseren.
Duur: 17 dagdelen
van 3 ½ uur.
*Cursus Astrofonie
als methode voor zelfonderzoek en muziektherapie
In de astrofonie zijn de vier
wezensdelen (lichamelijkheden ) fysiek en levenslichaam, ziel en geest
benaderd in de werkingen van maat, ritme, melodie binnen tonaliteit, en
muzikaal motief, en vervolgens toegepast op individuele horoscopen. In
deze cursus worden de elementen op beleefbare wijze alle doorlopen, en
ook de toepassingsmogelijkheden voor zelfscholing en therapie aangegeven.
Aan de hand van voorbeelden, liefst van cursisten zelf, wordt er gewerkt.
Duur: 4 dagen
van 10 – 17 uur.
Cursus Houtbewerking
organische vormgeving / Rune-instrumenten
Door hout te bewerken in organische
vormen, kan men gevoel ontwikkelen voor de vormentaal der vier elementen.
Door in instrumenten de klankwerkingen van sterrenbeelden en planeten
terug te zoeken, kan men ook voor die inspiratieve krachten bewustzijn
ontwikkelen. In de Rune-werkplaats worden instrumenten op deze astrofonische
basis gemaakt en verder ontwikkeld. Daaraan meewerken, kan de genoemde
gaven, alsook technisch inzicht in bouwconstructies, helpen ontwikkelen.
Tijd: een dag per week van 9 – 17 uur.
* Workshop Smeden met
de kosmische ritmen van de levenswereld
IJzer is ontvankelijk voor de
ritmen uit de kosmos en laat zich er gemakkelijk door voegen. Vanuit de
astrosofie zijn ritmen geschikt gebleken om door hun verbindingen met
de verschillende elementen aarde, water, lucht en vuur op specifieke wijze
het ijzer te plooien en vervormen. Deze ritmen worden toegepast om hun
vormwerkingen in het ijzer en de terugwerkingen hiervan op het eigen wezen
te kunnen onderzoeken en ervaren. Hulp hierbij zijn boetseren en ritmisch
ontwikkelde liederen uit de astrofonie. O.l.v. Elbert Slikkerveer
Tijd: een
zaterdag in de maand van 10 – 17 uur.
* Open atelier
Persoonlijk werk vanuit de horoscoop
in ritmisch gedicht, muziek en boetseren. Onderzoek naar gevoelsinhouden,
wilsimpulsen en bestrevingen.
Daarnaast onderzoek van eigen vragen d.m.v. de klank- en vormfenomenologische
onderzoeksmethoden.
Tijd: een
avond per week of 14 dagen.
De cursussen
kunnen worden gegeven op aanvraag. Prijzen in overleg.
Zie onder Producten.
Terug naar boven.
Jaspis
vormt een onderdeel van
de
- werkplaats
Inschr. no. 37100956 K.v.K.
Medewerkers
Jaspis:
Cisca van der Straaten, Marion Groenendal, Nicolaas
M. de Jong, Elbert Slikkerveer, Patrick Steensma, Bastiaan Bohlmeijer.
Inhoudelijk en geldelijk gesteund
door 
Van Ostadelaan 22, 1816 JA Alkmaar.
Tel. 06 – 29010787.
ING bank 7704370.
U kunt donateur worden voor
minimaal € 25, - per jaar.
Inlichtingen Jaspis:
06 – 40 22 87 69.
Jaspis –
leergangen
voor scholing, ontwikkelingswegen en praktijktoetsing
Terug naar boven.
Terug naar Home
page
|
Zie
verder:
- Geesteswetenschap:
*
boeken
*
Artikelen
- Objectieve Kunst:
* Muziek
* Muziektheaterspelen
* Muziekuitgaves
en CD's
* Koorzang
Via
Natura
* Optredens
LaukaR Unja
* Optredens
Nicolaas Marius
* Beelden
- Morele techniek:
* Organische
vormgeving
* Turfwollen
producten
*
muziekinstrumenten
* Sieraden
* Werk
met elementwezens
* Landschapsgenezing
* Gebouw
Widarhalla
- Producten
- Agenda

Kleibeeldje 'Vertrouwen' als innerlijk gebaar,
N.M. de Jong, Open Atelier

Harteruimte in klei

Nierruimte in klei

Gezamenlijk kleimodel van weersbeeld met kleuren

Het Graalsei rond het fysieke
lichaam, nog open van onderen

Het Graalsei met van boven
komende gedachten en indrukken, van onderen komende kundalinikrachten,
en een stralend zielsgebied in het midden

Een zich differentriërend
Graalsei rond het hart, waarin de kosmische gedachtestroom van boven en
de aardse wilsstroom van onderen elkaar ontmoeten

Een meer geleed Graalsei,
dat ook verbindingen kan maken naar buiten en met de buitenwereld en de
daar aanwezige levensstromen zich kan verbinden

De liefdesruimte die zich
helderziend kan tonen bij het openen van het gevoel van twee mensen naar
elkaar

De ontwakende Mensenzoon
als een embryo, tussen de 6bladige navel- en de 10bladige zonnevlechtlotusbloemen
in

Ontwikkelingsruimte binnen
het Graalsei van de keellotus

Ontwikkeling van de bijhartlotusruimte,
vanuit het midden van de borst

Miltruimte

Wasbeeld van het sterrenbeeld
Andromeda als vormgebaren; de incarnerende ziel die kan opstijgen en verfijnen,
ofwel in de afgrond kan vallen

Aan het werk

Bij de nabespreking

Kleibeeldje 'Gelatenheid'

Na hard innerlijk werk is
het goed met elkaar de maaltijd te delen

Gezamenlijk kleimodel van een klaproos in element-vormgebaren

Nabeeld van een zeenimf in klei.

Schilderij van de zeenimf

Waarnemen terplekke, ongeacht het weer

Introducerende zang voor de landschapsengel

Rituele planeetdans om beweging te bewerkstelliugen
van een leyliijn (Schiermonnikoog)

Kleimodellen voor instroompunt, Ameland.

Geplaatste beeldjes rond landschapspunt |