- werkplaats

 

 

Techniek en toekomst

We leven in een tijd waarin we haast niet meer om techniek heen kunnen. Een hutje op de hei is een van de weinige plekken waar je je eraan kunt onttrekken (mits je je mobieltje thuis laat). Daarom is het zinvol om eens dieper in het wezen van techniek door te dringen.

Techniek als gedachte en wil

Kijk je naar een eenvoudig stuk techniek zoals een bril, dan is daar al een samenstel van toegepaste ideeën in terug te vinden. De naam komt van Beryl, een wat groenige, transparante steen. Die werd vroeger bol geslepen, zoals een platte waterdruppel, waardoor de eerste lens ontstond. Idee 1. Dat kon men dan op de juiste afstand voor een oog houden, en zo voorwerpen of letters naar gelieven vergroten. Vervolgens werd de geslepen beryl in een rand gevat (een skelet) en met een stokje verbonden, zodat je je hand niet boven de borst hoeft te heffen en toch de lens op de juiste plek voor het oog kunt houden. Ideeën 2 en 3. Tegenwoordig is de lens van glas of plastic gemaakt, gevat in een montuur dat op de neus en achter de oren rust, en die twee scharnieren heeft voor de invouwbaarheid. Afgekeken van de gewrichten. Idee 4. De nieuwste loot van deze ontwikkeling is de inbouw van een electronische lichtsensor met lens in de oogkas, en verbonden aan het gezichtscentrum achterin de grote hersenen, om blinden te kunnen laten ‘zien’.
Wat bij dit alles gedaan wordt, is een gedachte in de natuur waarnemen door de verschijnselen heen (lens, skelet, gewricht), en deze toepassen in een stuk techniek(1) . Een gedachte die tot wilswerking of zintuiguitbreiding wordt. Deze toepassing is op zichzelf moreelloos, niet goed of kwaad in zichzelf, ofwel indifferent. De morele strekking komt pas naar voren bij de toepassing van de gebruiker die door zijn gevoel (alwaar zijn geweten huist) heen moet leren gaan, dus zich met sympathie of weerzin van dat stuk techniek bedienen. Met een bril vallen de toepassingsmogelijkheden nog wel mee, want met een lens kun je hooguit gaten branden in een huid. Bij een vliegtuig is dat een heel ander verhaal, zoals de aanslagen op het World Trade Center in New York lieten zien.
Nu is een gedachte die leeft in de natuur en in de verschijnselen voorkomt, niet zomaar een abstract ‘ding’. Het is een elementwezen, die bestaat omdat een engel uit eén van de hemelse hiërarchieën hem eens heeft uitgedacht en daarop in de natuur heeft gebannen. Het wezen komt ook niet zomaar voor in de verschijnselen, maar brengt deze juist teweeg, samen met andere gedachtenwezens. Zij hebben hun plaats gekregen in de levenswerelden, dat zijn de werelden die achter de elementen staan en deze vormen en onderhouden; en gezamenlijk, onder leiding van hogere elementwezens en van de engelenorden, bewegen en vormen ze de vier elementen die onze gemanifesteerde natuur bewerkstelligen. Wanneer we de natuur in haar verschijnselen en werkingen waarnemen, nemen we die gedachten-elementwezens via de zintuigen in ons op. Gaan we over het ontstaan van verschijnselen in hun verloop nadenken, of over een specifiek probleem, dan komen die wezens weer omhoog uit ons geheugen (huizend in het levenslichaam) en dan kunnen we met ons actieve denken iets met hen doen. We kunnen hen met elkaar associëren en ook via de actieve processen van ons denken veranderen, vervormen, en wanneer we onze denkbeelden over verschijnselen aan anderen doorgeven, zijn de gedachten-elementwezens veranderd, gekleurd door onze ziel en specifieke wijze van denken. Gaan we nadenken over verschijnselen en werkingen in verband met een specifiek probleem en deze toepassen in een stuk techniek, dan gaan we zo’n elementwezen, of een combinatie van hen, op nieuwe wijze bannen in het 'ding' dat we dan maken. En iedereen kan na de uitvinding en samenstelling van het stuk techniek, deze gebruiken naar eigen goeddunken. Legio zijn de uitvindingen die hun inspiratie ontlenen aan de natuur. Als we het stuk natuurvervreemding, dat iedereen kan beleven als hij dat toelaat, buiten beschouwing laten (je kunt natuurlijk het bestaan van die wezens ontkennen, omdat je ze niet direct ziet; ze werken echter toch), dan kom je er toch niet omheen dat hier een stuk verantwoordelijkheid van zowel de maker als de gebruiker ligt voor de toepassingen van het gebruik ervan. Hoe reageren bijvoorbeeld de gebannen natuurwezens hierop?

Enige ervaringen

Wanneer ik een nieuwe computer koop, ofwel ook wanneer ik er nieuwe onderdelen in bouw, kost het vaker veel meer tijd dan ik gepland heb om alles goed draaiende te krijgen. Het apparaat vraagt aandacht. Ook komt het voor dat wanneer ik er lang achtereen mee heb gewerkt, er ineens eenvoudige functies zoals opslaan of uitdrukken niet meer goed werken. Het kost dan veel aandacht, geduld en bewustzijn om het toch voor elkaar te krijgen. Als ik me op mijn apparaat concentreer, merk ik dat het wezen dat erin is gebannen, eigenlijk om aandacht vraagt. Wanneer ik een innerlijke dialoog met hem aanga, kan ik vernemen wat er hem aan schort, en helpt hij me ook vaker naar de oplossing ervan. Ik heb me daarom aangeleerd om door mijn intenties bij aanvang in hem in te toetsen als tekst en zo een bewustere en op gevoel gebaseerde verbinding te scheppen, wakker te blijven voor wat hij eigenlijk wil. Iets dergelijks is me ook overkomen met een Italiaans strak ontworpen grijs en zwart uitgevoerd cappucino-koffiezetapparaat. Door mijn antipathie tegen het apparaat ging er telkens iets anders mis. Tot ik mijn antipathie onder ogen zag, waarbij ik een aantal onheldere gevoelens in mezelf waarnam en rechtzette. Daarna kon ik er beter mee omgaan, vanuit een meer evenwichtige verstandhouding van wederzijds respect.
Na landschapswerk in midden Zwitserland, op een terrein dat karmisch en ook chemisch was vervuild (karmisch omdat er in naam van de kerk in de late Middeleeuwen mensen waren vermoord, chemisch omdat het op een voormalige vuilstortplaats lag) en waarbij we getracht hadden om de ingeslapen landschapsdeva weer te wekken en met het landschap te verbinden, kwam er een hoop warmte en inzicht vrij. Dit werd teruggegeven door de elementwezens die dit landschap bevolkten en dienden te onderhouden. Deze waren zeer blij met het metamorfoserende werk dat we hadden verricht.
In Noorwegen werd ik eens lastiggevallen door een trol. Net na een bocht in een bergweg voelde ik gevaar, verduistering, en gooide het stuur van mijn auto om, de verkeerde kant van de weghelft op. Gelukkig was er geen tegenligger op dat moment, en bij het doorrijden zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een dode kat liggen aan de kant van de weg. Toen ik een kwartier later terugreed, lag die kat er niet meer. Later die dag lag ik wat te soezen op een rots aan het water, het was een van de weinige zonnige dagen, en zag in vaalgeel en oranje een grote er dom uitziende trol op me zitten (dat was op etherisch niveau, niet in het fysieke). Ik vroeg hem wat hij wilde – hij speelde in op een kaakontsteking die bezig was over te gaan – en hij meldde simpelweg dat hij me wilde doden. Ik vroeg hem of hij mee wilde werken ten goede, om de aarde te genezen, en dat blijf hij gewoonweg ontkennen. Toen zij ik hem aan dat hij dan net zo goed in de afgrond kon vallen. Waarop dit ook gebeurde. Mijn kiespijn nam weer af. Na enige uren nam ik nogmaals waar in de levenswereld, en zag dat hij nog aan het vallen was. Waarschijnlijk was dit een staat van zijn (in de levenswereld zijn natuurlijk geen ruimtelijke verhoudingen zoals in de fysieke), en werd hem in die bewustzijnstoestand voorgehouden dat hij alsnog kon kiezen voor ontwikkeling, of anders uiteindelijk zou oplossen in de afgrond van de levenswereld. Het werd me met de terugblik duidelijk dat deze trol de kat had laten overrijden, en door diens dood op een nieuwe prooi wachtte en in mij dacht te vinden. Ook werd me duidelijk dat hij zich niet met de mens had verbonden, zijn taak had verzaakt in de ontwikkeling, en daardoor oerdom was geworden. Zo zag hij er ook uit; grote neus en oren, een erg domme grimas rond de mond, en foeilelijk (het was natuurlijk mijn eigen beeld, maar dit leek veel op de plaatjes die je van trollen ziet, zij het veel minder fysiek).
In de Verenigde Staten bezocht ik een berg waarvan me was verteld dat het een belangrijk spiritueel centrum was. Dat is voor mij altijd het teken dat het om een belangrijk punt in een landschapstempel gaat. Daar aangekomen, was er een flink vervallen New Age-achtige cultuur in het stadje aan de voet ervan. Toen we de berg op klommen, kleuren zingend en onszelf presenterend, kwam de berggeest, zoals ik haar innerlijk waarnam, niet recht op me af, maar heimelijk, haast kruipend, en vanachteren. Aangezien ik gehoord had dat er vele ufo-verschijnselen rond haar waren waargenomen, vermoedde ik al dat ze gevallen was, en niet meer rechtuit haar taken vervulde. Dit wilde in haar geval zeggen de berg en haar bevolking en begroeiïng zodanig beheren, dat de instroom van krachten en harmonieën uit de kosmos ook rechtmatig hun weg zouden kunnen naar het omringende land omdat het een belangrijk instroompunt van deze krachten was. Richting top heb ik getracht me al zingende in haar zielegesteldheid in te leven. Hierbij kwam veel verdiet vrij, kwam ik tot haar innerlijke wezen, en konden enige geestelijke wezens met behulp van mijn fysiek-etherische aanwezigheid haar helpen weer op haar ontwikkelingspad terug te keren. Daarbij vielen als eerste de om haar heen gelegde schermen van ufowezens af; in de levenswereld klonk dat als dof, in het onderfysieke gevallen metaal dat als schalen ineen viel. Deze wezens waren daar niet erg blij mee, maar waren toch bevrijd van hun gebondenheid aan de plaats. Mijn ervaring daarbij was dat deze wezens weinig impact op je hebben wanneer je geen angst hebt, ofwel deze uit je hart weet te houden, en je werkelijke ziele-inhouden aanbiedt (zoals wij deden met het zingen van de kleuren). Zij zijn ook gestuurd en ingevangen.
Eens sliep ik in het kantoor van een bevriend therapeut die met zijn verschillende bezigheden in zijn tot werkruimte omgebouwde schuur een bedrijf wilde beginnen. De vorige dag had er zich een sessie afgespeeld van familieconstellatiewerk waarbij bij een van de deelnemers demonische krachten waren vrijgekomen, welke niet goed opgelost waren en er waren blijven hangen. Deze kwamen me ’s nachts bezoeken en trachtten me bang te maken. Nadat ik deze uit mijn lichaam had gewerkt en enigszins tot rust had gebracht, kwam er zoals ik dat innerlijk waarnam van achteren een op een reptiel lijkend wezen op me af, heel voorzichtig, heel teer, die me wilde leren kennen. Ik heb hem zijn gang laten gaan en kon hem enigszins waarnemen. Het was een zachtaardig wezen, ondanks zijn wat vreemd en knobbelig uitziende uiterlijk; toch was hij ijl en licht in de kleuren. Bij het terug- en nadenken de volgende dagen over hem, wsaarbij zijn karakteristieke kenmerken meer naar boven kwamen, werd het me duidelijk dat ik hier met een van de engelen te maken had die lotsverbonden was met Ahriman tijdens diens en Lucifers revolte tegen de goddelijke machten, en die daarom na het verliezen van de strijd in de geestelijke werelden, met die tegenmachten op aarde was gebannen. Nu was hij de leidende aartsengel van het bedrijfje achter deze therapeut, die op deze wijze een ontwikkelingsweg kon gaan. Hij wilde me leren kennen, omdat ik in de toekomst waarschijnlijk meerdere dingen met die therapeut en zijn initiatief zou gaan doen. Het werd me mede daardoor ook duidelijk dat alle aartsengelen die mensengroepen leiden, behoren tot deze gevallen groep van ahrimanische aartsengelen, die dus in iedere menselijke organisatie werkzaam zijn. Het is daarbij belangrijk hoe wij ons organiseren en gedragen. Het was me al bekend, onder andere uit onderzoekingen van het NPI binnen bedrijven, dat werknemers van een bedrijf (in een geval was dat DSM) de hen leidende geest vaker waarnemen als een draak of reptielachtig wezen. Ook kende ik de uitspraak van een Shell manager dat het weinig uitmaakt wat hij doet als beleidsmaker, omdat hij zich voelt als op de rug van een traag maar gestaag doorstappende brontosaurus. Fossiele reptielen komen voor in de tijd dat de aardolie werd aangemaakt, geologisch het Jura (het 6e Lemurische cultuurtijdperk); deze is een uitwerking in het fysieke van de 2e onderaardse laag, genaamd de water-aarde, welke de Mercuriussfeer in de aarde ompoolt en spiegelt. Vanuit de eigenlijke Mercuriussfeer werken de aartsengelen inspirerend op groepen van mensen; in bedrijven dus een spiegeling van deze gevallen aartsengelen die zich in het bewustzijn voordoen als reptielachtige wezens.
Bij al deze ervaringen heb ik getracht hun zin te doorgronden. Een belangrijke leidraad daarbij was de in christelijk-esoterische literatuur voorkomende aanwijzingen voor de ontwikkeling van mens en wereld.

Het plan van mens- en wereldwording

Wij mensen dienen langzaamaan op individuele wijze onze orgaanprocessen te gaan besturen, zodat de Beschermengel zich hieruit terug kan trekken. De ademhaling kunnen we al deels zelf regelen, sommige mensen kunnen hun hartslag al bewust beïnvloeden, maar veel verder komt het op dit moment nog niet. In onze vertering is Ahriman nu nog de baas(2) ; die verlossen we door zelf de weg te leren gaan hierin. We worden dan zoals nu de mieren, termieten of bijen zijn georganiseerd; elke groep van aparte diertjes hierin (bv. werksters, soldaten, darren, koningin) vormt een orgaan van het geestelijk ik-wezen dat het bijenvolk bestuurt; de groepen van dieren vormen zo zijn onderling los samenhangende organen. Mieren bijvoorbeeld hebben vaker ook nog bladluizen als ‘vee’, die zij melken (zoals wij ook verschillende soorten wezensvreemde elementalen in ons op kunnen nemen). Wij dienen ons uiteindelijk meer van het fysieke terug te trekken en onze orgaanprocessen door andere wezens te laten bevolken, welke wij dan in het fysiek-etherische vanuit onze bewustgeworden orgaanprocessen kunnen sturen (ons bewustzijn leeft in het astraal- ofwel zielelichaam). Nu al wanneer we uitademen, vormt dat een wezen, dat nog weinig is gevormd, maar dat op een volgende wordingsronde van onze gehele kosmos (genaamd de Vulcanus-toestand van de aarde(3) ) een ontwikkeling zal kunnen gaan zoals wij mensen nu doen. Rudolf Steiner noemt deze in warmte uitgeademde wezenskiemen mensenfantomen. Wanneer wij de natuur en de techniek waarnemen of ermee werkzaam zijn, nemen we de hierin levende elementwezens in ons op en verwerken die tot onze gedachten en voorstellingen. Wanneer we uitademen, verbinden deze zich met de mensenfantomen-in-kiem die we nu al vormgeven: de in de verschijnselen waargenomen elementwezens laten we dus in deze toekomstige mensen uitstromen. Het zijn nu deze wezens, welke we door onze denkactiviteiten om kunnen vormen, die onze orgaanprocessen kunnen gaan bevolken; wij vormen voor hen het overkoepelende ik-wezen, de geest. Dus als we ons met natuur en techniek verbinden, kunnen we met deze een ontwikkeling doormaken. Doet een deel dat niet, dan gaan voor hen en voor ons de ontwikkelingsmogelijkheden voorbij, wat zich dan in de cultuur als een soort kankergezewel zal uiten, hetgeen een laatste verharde verschijning is, waarna de mogelijkheid niet meer terug komt. Ver weg? Onze gehele cultuur is al doordrongen van die sclerotische gezwelachtige tendenzen. Een voorbeeld zijn de molochs die multinationals van zichzelf maken. Een ander voorbeeld de politieke besluitvorming die als een tank veelal vele jaren achter de feiten aanhobbelt.
Hier ligt een grote vraag van ons naar de elementwezens, al of niet gevallen en ingevangen, en omgekeerd. De ontwikkeling kan door ons heengaan. Zo niet, werken de ufo-wezens zich op tot de schepping van een 8e sfeer van ondernatuur uit onze menselijke en ook de dierlijke orgaankrachten.
Daarnaast, en er nauw mee verbonden, is het een belangrijk feit dat sinds Christus’ ompoling in de levenswereld in 1942 Hij nieuwe warmte-elementwezens over de aarde heeft uitgestort. Omdat Christus zonder karma in de wereld was, hebben deze elementwezens een stuk vrijheid. Deze zijn naar willekeur door ons mensen te vormen. De andere elementwezens kunnen deze nog niet verteren, omzetten, en wachten tot wij iets met hen doen(4) . Wanneer wij vanuit medelijden of offerkracht iets doen, kunnen erna zij met deze wezens iets aanvangen. Ze zijn de basis voor bewuste warmtekrachten, ofwel liefde, wat het 5e element, de quintessence is. Hiermee bouwen we het Nieuwe Jeruzalem, de kiem voor de volgende wordingsronde van de aarde vanuit de mens, ook wel genoemd de Jupiter-toestand van de aarde. Bij landschapswerk of werk in de onderaardse sferen(5) zijn er hordes elementwezens die ons geofferde en omgevormde werk, dus nieuwe warmtewezens, in zich op nemen en er verder op doorborduren.
Nog een belangrijk issue is dat ufo-wezens en de menselijke dubbelganger nauw samenhangen. Beide werken namelijk met gevallen, onderaardse krachten. Onze dubbelganger wordt beheerd door een ahrimanisch elementwezen dat zich bij de geboorte met ons verbindt, en dat werkt via electromagnetische velden. Het is het wezen dat wordt gemeten in EEG- en ECG-onderzoeken. Deze gevallen krachten verbinden onze constitutie via de zenuwbanen (die electrische potentialen voortbrengen) met de wereld van de machines, welke ook voornamelijk op electromagnetisme werken ofwel erdoor worden gestuurd: de gehele informatica bestaat uit imitaties van ons zenuw-zintuigstelsel; chips werken op basis van het aan-uit principe, de stroomdraden imiteren de zenuwuitlopers. Typisch is ook dat er de gehele techniek op is gebaseerd deze te veruiterlijken, uit de mens te plaatsen en dan te overheersen. Net als de ufo-wezens die zeggen dat zij van buitenaardse oorsprong zijn (wat zij niet zijn) en die we graag als zwarte piet-achtige monsters vormgeven in films etc., geven zij een weggedrukte kant in onszelf weer, die met onze eigen dubbelganger samenhangt. Deze in de ogen zien en omvormen is een proces dat parallel kan lopen met het omvormen van de wezens in en achter techniek. Kortom: bewust doen in en met techniek is enkel op goede wijze mogelijk wanneer we onszelf in onze tekortkomingen ook in de ogen durven te zien. Het werd me keer op keer duidelijk dat ik mijn eigen wensen, aandriften tot overheersing, en mijn antipathiegevoelens in de ogen diende te zien om er achter te komen wat ik nu eigenlijk zelf verwachtte van het verschijnsel of het stuk techniek. Ik diende aspecten van mijn dubbelganger onder ogen te zien en er ook actief iets mee doen, om achter de werkelijke idealen te zullen komen van wat het bij mij teweeg bracht. Het buiten zich plaatsen van de eigen duistere, ondoorwerkte kanten is wat met name de Amerikaanse cultuur neigt te doen; de zwarte piet is altijd ergens anders, zoals in enge buitenaardsen, in terroristische organisaties, en voorheen het communisme te vinden.
Typisch is dat ufo-wezens vaker voorkomen daar waar het aardmagnetische veld wordt versterkt, waar sterke electrische of electromagnetische stralen zijn, zoals in Nevada en Californië in de VS(6) . Dit wijst op een samengaan ofwel communiceren in de toekomst tussen mens en wezens die in of achter de techniek staan. Daarnaast komen ook veel gevallen elementalen voor in de buurt van kernreactors; kernenergie is de derde onderaardse kracht. Deze hebben meer een sprinkhaanachtig uiterlijk.

Mogelijkheden om iets met natuur- en techniekwezens te kunnen doen

Voor natuurwezens in landschapstempels kunnen weer nieuwe aangrijpingspunten worden gegrondvest waarin zij zich kunnen ankeren. Dat wil zeggen er kunnen nieuwe landschapstempels worden gegrond met hun drie aangrijpingspunten(7) , waarbij zo mogelijk wordt uitgegaan van resten van de oorspronkelijke landschapstempels. Hierin kunnen zij zich spiegelen aan de nieuwe situatie, waarbij naast dat hun oorspronkelijke landschapstempels door de menselijke cultuur zijn gehavend, verwoest ofwel verplaatst, er ook vele nieuwe elementalen uit de onderaardse lagen zijn vrijgekomen. Dit is het gevolg van dat Christus de onderaardse sferen eén voor eén doorloopt en zich er meester van maakt. Deze wezens komen daarbij vrij(8) . Een wijze van aanpak, zoals die o.a. door mij is uitgewerkt, is het gronden van de landschapspunten door ritualen i.v.m. de onderaardse sferen en de uitwerkingern daarvan ten goede. Dit gebeurt door beeldvorming, het maken van kleibeeldjes waarin we iets toewensen aan het landschap dat we missen, door beweging en gebaar en door muziek en toegemeten woorden. Er zijn mensen nodig die dit weer op hernieuwde wijze met eerbied onderhouden. Elementalen hebben veel aan onze bewegingen, want die zijn door-ikt, dragen bewuste warmte in zich, door de inlevings- en offerkrachten die we erin leggen (dat is de kiem tot de quintessence, de 5e ethersoort).
Verder is het gronden van deze landschapstempels een wezenlijke aanpak momenteel om de elementenwezens die ongelimiteerd zich uitleven in het weer, een houvast te geven. Naast dat het de moraliteit van de mensen op iets zinvols richt; deze is nl. de hoofdoorzaak van de losgeslagenheid. Als de mensen niet meer luisteren naar wat de Beschermengel hen aan mogelijkheden tot ontwikkeling aanbiedt, kunnen zij en de andere engelen, welke de elementenkoningen leiding dienen te geven, geen goede verstandhouding met deze elementalen onderhouden, waarop zij een eigen leven gaan leiden en zich dan in het genoemde noodweer kunnen uitleven.
Wezens in technieken kunnen we trachten te begrijpen door ons met hen en hun dienende werk te willen verbinden. Daarbij dienen we onzelf bewust te worden wat zij in ons teweegbrengen als gevoelens, en ook welke idealen zij in ons wakker roepen. Het uitboetseren hiervan in 7 stappen die werken van de bewuste verbinding vanuit onze ziel naar het in ons gewekte ideaal toe, alsook het deugdgebaar dat we dienen te ontwikkelen om dit ideaal te kunnen realiseren, kan onze ontwikkeling van de lotusbloembladen helpen helder krijgen en versterken, waardoor we in ons sluimerende scheppende krachten met betrekking tot dat ideaal kunnen wekken(9) . Wij kunnen dan intuïties ontvangen van wat het betreffende stuk techniek voor ontwikkelingskiem in zich bergt, ofwel kunnen een eigen stuk techniek op grond van het opgewekte ideaal hier tegenover zetten. Dit kun je dan morele techniek noemen. Zo groeien wij samen met de in techniek ingevangen wezens, en zij met ons mee.
Ufowezens zijn in een vroeg ontwikkelingsstadium (onder andere Atlantis) door Sorat en Ahriman verleid tot een eigen ontwikkeling, en kwamen er gaandeweg achter dat er voor hen geen plaats in de gehele ontwikkeling meer was (ongeaccepteerde wilswarmte die niet meer oploste, en daardoor donker werd); hen is de reguliere ontwikkeling ontzegd. Dit gebeurt nu nog steeds. Dit Goddelijke is hen nu weer voor te houden, zodat zij kunnen kiezen; of weer meewerken en in reguliere ontwikkeling met de mensen meekomen, waarbij hun zelfverworven bewustzijn en technische inzichten (die op de onze vooruitlopen) zich weer op zelfstandige wijze kunnen voegen in het geheel, ofwel hun eigen planeet, maar met beëindiging van een gemeenschappelijke ontwikkeling, waarbij hun eigen sfeer uiteindelijk na een mogelijke bloeiperiode zal worden opgelost, alsmede hun eigen bestaan. Ze hebben geen reguliere zieleontwikkeling meegemaakt en nemen graag onze nog ongelouterde gevoelens als voedsel tot zich. Wanneer we oprecht en zonder wensen en begeerten vanuit onze ziel doen, kunnen zij geen vat op ons krijgen (hiervan zijn meerdere verslagen). Truc is dus om de ziel af te kunnen sluiten en hen een waarachtig op de kosmos geënt plan voor de ontwikkeling voor te houden, op grond waarvan zij kunnen besluiten zich hier al of niet bij aan te zullen sluiten, en daarmee de hogere wezens die hen gecorrumpeerd hebben (Ahriman en Sorat), de rug toe te keren en daarmee te verlossen. Als alternatief is hen de weg te wijzen hoe zij wel voor zichzelf een ziel kunnen veroveren; niet door uiterlijke technieken die op lichtkracht en radio-activiteit werken, maar door innerlijkheid te ontwikkelen. De kleuren, objectivaties van onze gevoelens, kunnen hen dan als innerlijke voeding gaan dienen. Zingen van hun oorsprong, wijzend op valse en betere beloften naar de toekomstige ontwikkelingen, verwarringen en ontwikkelingsmogelijkheden, is een goede mogelijkheid tot herverbinden en genezen. Zo kunnen zij leren in te leven en van hieruit meebewegen. Zang is sowieso een machtig genezingsmiddel bij uitstek, verbindt de ziel met de wereld.
Aartsengelen achter menselijke organisaties (reptielen) kunnen we trachten terug in de geplande ontwikkeling te krijgen door onze gemeenschapsvorming binnen die organisaties, welke dienen te worden gebaseerd op de principes van vrijheid in het geestelijke en culturele leven, gelijkheid in het sociale, en broederlijkheid in het economische. Dat wil op organisatorisch niveau zeggen vrijheid van onderzoek en richtlijnen/onderwijs, gelijkheid van behandeling, wat op organisatorisch vlak inhoudt inzichtelijk management en administratie, goede omgangsvormen en een besluitvorming binnen een medezeggenschapsraad op basis van gelijkwaardigheid; en broederlijkheid in de wijze van beheer en uitwisseling van goederen, wat kan gebeuren door de vorming van associaties en stromen van ‘warm geld’ binnen consumptie/productie eenheden(10) . Dan kunnen zij naast hun ontwikkeling binnen die organisatie (zij ontwikkelen de vaardigheid van inspireren) ook de liefde/bewuste warmte als basisprincipe in zich opnemen, en zo zich van Ahriman en Ahriman van zichzelf verlossen. Zij kunnen dan ook weer meekomen in de reguliere stroom.

Nicolaas de Jong bereidt momenteel een boek voor waarin de werkwijzen om pratisch met deze wezens aan de slag te gaan, nader worden uitgewerkt.

Noten:

1.Techniek is ieder ding dat we als verlengstuk van ons lichaam gebruiken om gewenste dingen beter voor elkaar te zullen krijgen. Dat begint al bij een stokje of een steen.
2.Toen Christus in de woestijn vertoefde, kon Hij Lucifer (de duivel) die Hem de wereldrijken toonde, overwinnen. Ahriman (de satan), die de mensen met voedsel aan het fysieke bestaan had gebonden, kon Hij nog niet overwinnen omdat Hij nog nooit als mens geïncarneerd was geweest en onze omstandigheden niet kende. Onder de naam van Baäl is Ahriman ook bekend als de god die heerst over de darmen van de mensen.
3.Onze kosmische ontwikkeling bestaat uit 7 grotere wordingsronden: 1. Oude Saturnus(louter warmte). 2. Oude Zon (warmte en licht/kleur; gastoestand). 3. Oude Maan (Warmte, kleur en chemie; watertoestand). 4. Huidige aarde (warmte, kleur, water en fysieke vormen; vaste aarde). Valt uiteen in Mars-helft (tot aan het jaar 33) en Mercurius-helft (vanaf 33 na Chr.). 5. Jupiter-aarde (warmte, kleur, quintessence; bewuste warmte), het Nieuwe Jeruzalem. 6. Venus-aarde (warmte, vernieuwde kleur, d.w.z. het 6e element). 7. De Vulcanus-aarde (vernieuwde warmte; d.w.z. het 7e element).
4.Mensen zijn de enige wezens die warmte-elementalen kunnen scheppen en ook omvormen.
5.Zie artikel over Verdun in deze Bruisvat.
6.De Rocky Mountains vormen de ruggegraat van de tegenmacht die Ahriman of satan wordt genoemd; de electromagnetische en radio-actieve stralingen zijn hier sterker dan elders.
7.Zie artikel ‘Mysteriën van de Heilige Geest’, Bruisvat 7, alsook het verslag van landschapswerk te Almen, Bruisvat 1.
8. Wij kennen dit als het verhaal van de draak die door Michaël (het aangezicht van Christus) op de aarde wordt gegooid, alwaar de mens zich met hem uiteen heeft te zetten.
9.Deze idealen zijn de krachten van de sterrenbeelden, welke we in ons warmtehulsel met ons meenemen. Wat we op aarde tegenkomen, is ook een uitwerking van die sterrenbeelden, welke toch de ideeën van het Goddelijke plan vertegenwoordigen.
10 .Zie mijn artikel over zevenledigheid, Bruisvat 6.

Bruisvat 9, zomer 2003

Terug naar bron

 

Terug naar Home page

 

Zie verder:

- Geesteswetenschap:

* Astrosofie, astrofonie, astrognomie

* Jaspis scholingscursussen

* boeken

 

- Objectieve Kunst:

* Muziek

* Muziektheaterspelen

* Koorzang Via Natura

* Muziektheatergroep LaukaR Unja

* Beelden en klankbeelden

 

- Morele techniek:

* Organische vormgeving

* muziekinstrumenten

* Sieraden

* Werk met elementwezens

* Landschapsgenezing

* Gebouw Widarhalla

 

- Producten

 

- Agenda