- werkplaats

 

 

Werken met Elementwezens


* De vier elementen op klank- en vormfenomenologische wijze onderzocht
* Elementwezens in natuur en techniek en hun samenhang met de sterren en planeetsferen en de hierbinnen werkzame engelhiërarchieën; astrosofie als basis voor inzicht
* Astrofonische handvatten om met elementwezens in contact te komen vanuit de horoscoop
* Praktische methoden van landschapsgenezing

 

Gebonden, 160 blz. € 23, -

ISBN 90 – 77147 – 07 – 1


 

Uit:

Hoofdstuk 4.

b. Contact met elementwezens en aanpak in landschapswerk;
landschapsarchitectuur

Aangezien je, wanneer je met elementwezens in contact treedt, tegelijk hun werkwereld betreedt, en zelf ook beter iets kunt doen, wordt telkens bij de navolgende beschrijvingen van contact leggen, aangegeven hoe er binnen een landschapshuishouding mee gewerkt kan worden. Daarom ook wordt hier de meest zinvolle volgorde aangegeven om met hen te kunnen werken. Verwacht overigens niet altijd een warm welkom: een aantal van hen zijn grimmig geworden, en afkerig van de mensen.
Gewoonlijk gebeurt dit werk zo dat er telkens een zaterdag en een zondag aaneen wordt gewerkt aan de verschillende elementwezens van een element, en dit wordt elke drie maanden (een seizoen) herhaald met een ander element. Zo wordt ritmisch en de seizoenen volgend, gewerkt aan het landschap. Het beste is te beginnen met het element lucht in de herfst (de Weegschaal, een luchtteken, geeft aanzet tot de herfst). Het minimum aantal deelnemers is vier; belangrijk bij dit werk is groepswerk, daar enerzijds met elkaar een grotere aandacht en concentratie wordt opgebracht, anderzijds wordt gewaarborgd dat men elkaar kan aanvullen en ook corrigeren; ieder heeft zijn eigen ingang, waarnemingsmogelijkheden, en ook referentiekader. Hoe groter de groep, hoe beter, al wordt de begeleiding, het overzien van de gevolgen voor eenieder wat moeilijk. Waarschijnlijk ligt het maximum aantal deelnemers rond de twintig.
Als eerste wordt getracht waar te nemen waar de drie aangrijpingspunten van de landschapsdeva liggen; het punt van instroom, van transformatie, en van uitstroom. Zie de volgende afbeelding.


Schematische weergave van een landschapstempel met aangrijpingspunten voor de deva. Haar gebaren en de verhouding tot andere elementwezens.

Voor het zoeken hiervan kan men zich met een niet gefocuste blik en een open hart laten leiden. Een goede voorbe-reiding hiertoe is om met elkaar de stemming van wat er leeft die dag en op dat moment met elkaar improviserend te zingen. Een van de deelnemers speelt hier tegenaan met bijvoorbeeld een lier de klankhoroscoop van dat moment, ofwel de klankruimten (tonaliteiten), ritmen (van de huizen) en maatsoorten van de verschillende planeten op hun plaats in de dierenriem. Zie hoofdstuk 2 en het voorbeeld hieronder.



Horoscoop van een moment;
12 december 1998, Egmond aan Zee
8 uur 52’, zonsopkomst.

Tonaliteiten, ritmen en maatsoorten van de verschillende planeten. Let ook op de volgorde i.v.m. hun verbindingen.

 

De zingende deelnemers trachten na te gaan of ze dit spel innerlijk kunnen herkennen en meeleven als onderdelen van het klank-krachtenspel dat aan de stemming van dat moment ten grondslag ligt. Het doel van deze zang-improvisatie-oefening is wat het landschapswerk betreft, tweeledig. Ten eerste openen de deelnemers hun ziel en hun hartlotus voor de dag en de omgeving. Daardoor kunnen zij beter waarnemen in de normaliter schemerig-duistere gebieden van ziel en leven. Ten tweede wekt deze zang de land-schapdeva, aangezien die door het werk van de opperdeva die de kosmische harmonieën van dat moment in de levenswereld activeert, zelf in die klank-stemming leeft. Haar interesse voor de groep wordt gewekt, en ze zal eerder haar aandacht richten. Wanneer de deelnemers zich innerlijk aan haar voor-stellen, de intenties aangeven waarom zij daar met haar komen werken, en haar vragen waar de landschapspunten zijn, zal zij veelal helpen om de weg te vinden. Nu is een instroompunt meestal te zien als een etherzuil die de hemel in rijst. Wanneer men zich aldus met ontfocuste blik laat leiden, worden een of meerdere deelnemers zich deze gewaar. Op de gevonden plaats van instroom kan men dan, er in een kring omheen staand, deze geïmproviseerde dagstemming en het lierspel herhalen. Daarmee bevestigt men vanuit de aarde die kosmische klankwerkingen, wat de landschapdeva en de daar levende elementwezens versterkt in hun werkingen.
Bij het instroompunt ontvangt de deva deze kosmische stroom en brengt deze in de aarde. Hier wordt het opgevangen door gnomen en ondines (aarde- en waterwezens), die deze klanken, gedragen met hun eigen ritmen, over het landschap verspreiden. Oude culturen wisten hier nog van.

Zo bestaat bijvoorbeeld Stonehenge in zuidwest Engeland uit een dubbele steencirkel waarbinnen de klankzuil uit de kosmos komt. Om deze steen-cirkels staan nog twee resten van kringen van ‘zwerf’stenen, op elk ongeveer gelijke afstand van het centrum en van elkaar (waarvan helaas de meeste zijn afgevoerd voor huizenbouw). Door deze buitenste rijen wordt de kosmische klank (die natuurlijk elke dag verandert) in een landschapsspecifiek muziek-spel, gedragen op ritmen, omgevormd. Dit klinkt nog steeds in de omgeving van Stonehenge, en mijn beleving was dat het glooiende landschap hierdoor sterk was gevormd. Een sterk staaltje ethertechniek uit de oudheid.

Tussen de verschillende landschapspunten, dus van instroom naar transfor-matie, en van hier naar het uitstroompunt, dansen de ruimtefeeën deze plaats-specifiek gemaakte harmonieën, zodat de atmosfeer ermee vervuld wordt.
De deelnemers kunnen zich nu naar de verschillende landschapspunten laten leiden en zo een overzicht over die landschapstempel krijgen. Deze tempel kan van grotere of kleinere orde zijn, omvat een landgoed, bos, streek of geheel land. Het beste is om met een wat kleiner landschap te beginnen. Bij elk punt kunnen de deelnemers waarnemen, luisteren wat de vraag vanuit de elementwereld is, of wat zij er zelf aan beleven.
Het transformatiepunt kenmerkt zich door veel beweging, warmte en ritme. Hier wordt wat komt uit de kosmos, en wat er in het landschap gebeurt, verteerd en omgevormd. Je kunt met de Kalevala, het Finse scheppingsepos, zeggen dat dit punt de veelkleurige, draaiende sampo is; het schild dat leven schept en omvormt (een lotusbloem dus van de aarde). Wanneer er iets mis is met de landschapshuishouding, is het meestal het beste op deze plek te merken. Daarom wordt er ook het meeste hier gedaan bij dit soort van land-schapswerk. Een goede bescherming is op dit punt te maken door er de vier beeldkleuren (rood, blauw, viridiaangroen en magenta, blauwig roze) improvi-serend te zingen en hieraan een mauve inhullende sluier toe te voegen.
Het uitstroompunt is vaak een open weide, omringd door bomen, of een open plek in een bos met veel licht. Er is ook, wanneer het goed is, een lichtheid te merken; de uitstroom van omgevormde levenskrachten naar de kosmos terug helpt mee het eigen bewustzijn op te lichten. Wanneer dit te sterk is, wil de deva excarneren en stromen de levenskrachten weg. Daar kan dan iets tegen gedaan worden, bijvoorbeeld door met behulp van gnoomgebaar-beeldjes er een bindende, conserverende kracht aan toe te voegen, ofwel door een ver-zwarende saturnale dans (een langzame stap achteruit, twee iets sneller voor-uit) in een cirkel eromheen uit te voeren, liefst op gedragen gezang en woor-den. Ook het improviserend zingen van een of meerdere kleuren die men daar voelt ontbreken, kan helpen het lek van uitstromend leven te stelpen en de deva weer terug te halen. De feeën dansen hier de landschapseigen har-monieën door de ruimte. Dit is te beleven in actieve, dynamische wijdsheid.
Ondergronds gaat er een levensstroom van het uitstroompunt terug naar het instroompunt. Dit bekrachtigt weer de opvang van nieuwe sterharmonieën.

Wanneer zo de deva met haar aangrijpingspunten min of meer duidelijk is in het landschap, kan de aandacht gericht worden op de laagste groep van luchtwezens; de sylfen. Deze zijn waar te nemen met ontfocuste blik rond bladeren die aan het verkleuren zijn; zij komen in de herfst vrij uit de plant. Bij struiken is dit goed te zien. Wanneer men in het voorjaar werkt, zijn zij rond ontluikende bloemknoppen waar te nemen. Na aandachtige waarne-ming, kunnen de deelnemers de vormgebaren van hen naar de bladeren toe trachten uit te boetseren. Vaker willen de sylfen zelf hierin meehelpen. Tijdens het boetseren kunnen de deelnemers erop letten waar zich het bewustzijn in het model van de sylf bevindt; daar grijpt diens astraallichaam aan in het licht-etherlichaam. Laat ze vooral in het gevoel spreken! Het zijn tere en gevoelige wezens; zo worden elfen en sylfen in sprookjes ook vaak aangeduid (elfen zijn een meer geëmancipeerde vorm van sylfen, die lichtetherische taken tussen de bloemen en planten hebben, hier meer los van zijn). De sylfen zijn te benaderen vanuit de amfibrachus (kort-lang-kort), het ritme van het 3e huis, in 3/4 maat, en toonaard dorisch in G majeur. Een mogelijke spreuk:

v __ v
Gij sylfen rond blaad’ren en bloemknoppen fijn,
kom toon ons uw lichtkracht,
uw kleurrijk gebaar,
opdat wij u eren en dragen in ’t harte,
zo groeien wij nader tot u.
Gij sylfen rond blaad’ren en bloemknoppen fijn.

Dit te zingen en lopen helpt om de poort tot hen via het eigen levenslichaam en naar de ziel te openen.
Vervolgens kan de aandacht worden gericht op de atmosfeer boven verschillende plaatsen tussen de landschapspunten. Bijvoorbeeld tussen de punten van instroom en van transformatie; vergelijk dat eens met die rond het uitstroompunt. In deze stemming en vooral luchtdynamiek van licht en kleur, uiten zich de ruimtefeeën. Laat de deelnemers goed waarnemen en zich deze stemmingen invoelen. Daarna kan voor elk de ruimtedans als vormgebaren in klei uitgewerkt worden. Als hulp: het ritme van het 7e huis, de dactylus (lang-kort-kort), 5/4 maat, toonaard lydisch in F# majeur (de B in deze toonladder als grondtoon).

__ v v
Ruimtefee, dans ons de klankharmonie in het hart,
doe ons bewegen in kleur en gebaar wat er
leeft in uw lichtende mantel.
Toon ons wat er aan ontbreekt, wat wij
voor u betekenen kunnen.
Ruimtefee, dans ons de klankharmonie in het harte.

Voor deze of een soortgelijke ritmische spreuk kunnen verschillende kleuren improviserend worden gezongen, want zij leven hierin en herkennen dit (elke kleur is een naar buiten geopenbaard gevoel). Het beste is die kleuren te kiezen welke men ervaart, ofwel juist voelt als gebrek.
Afsluitend kan elke deelnemer een kleibeeld trachten te maken van wat hij of zij de deva en haar landschap toewenst aan kleur- en lichtwerkingen. Dit kan één voor één, met uitspreken van die wens, rond het transformatiepunt wor-den geplaatst. Afsluitend kunnen dan weer de reeds genoemde 5 kleuren worden gezongen (blauw, rood, viridiaangroen, magenta en mauve). Overigens kan elke kleur naar gelieven worden toegevoegd met behulp van samenzang (zie hoofdstuk 2).
Is het transformatiepunt te actief woelend, dan kan een Saturnusdans worden gedaan en indigoblauw als kleurenmantel eromheen worden gelegd. Bij te weinig activiteit, het anapest-ritme (kort-kort-lang) met een 7/4 ritme en een van de roden. Laat vooral het gevoel spreken en overleg met elkaar.

Een volgende keer, in de winter (die aanvangt met het aardeteken de Steenbok) kan met de aardewezens worden gewerkt. De gnomen zijn dan weinig actief in de aarde, wachtend op warmte om de zaden en knoppen te kunnen wekken. Ze zijn vooral te vinden op wat donkerder plekken in bossen en struiken, meestal in de buurt van wortels en stammen. Wanneer er een boomstomp aanwezig is die in verrot stadium verkeert, vormt dit een ideale toegang tot de gnoomwereld. Wanneer u hier ontfocust in het diepe blauw kijkt, en een ritmische spreuk voor hen zegt (2e huis: choriambe, lang-kort-kort-lang, in 5/4 maat) of zingt (in lydische toonaard, dus grondtoon C in G majeur), vanuit een verstilde, respectvolle houding, dan kunnen zij zich aan u uitspreken. Als volgt:

__ v v __
Gnoomwereld stil,
toont ons uw zin, laat ons erin,
uw gnomenlicht blauwig van zicht toont ons de weg
- donker gewelf onder de grond.
Gnoomwereld stil, toont ons uw zin.

U kunt hen vragen stellen, met name over het verleden. Zij dragen namelijk hoog-kosmische gedachten in zich, zijn deze in zekere zin zelf. Hierna kunnen hun vormgebaren worden uitgeboetseerd. Ook hierbij is het traceren van het bewustzijnspuntje in het beeldje belangrijk, daar het tot de ziel van de gnoom leidt. Meestal tonen ze zich als een kopvol; groot en hoekig uitgevormd hoofd, kleiner lichaam en ledematen.
Wanneer het uitstroompunt te licht is, kunnen deze gnoombeeldjes, eventueel veranderd met wat de maker er voor het gehele landschap vanuit vormkrachten aan toe wenst, worden geplaatst rond het centrum van het uitstroompunt, met uitspreken, eventueel gebaren en zingen van die gewenste intentie – dit kunnen de andere deelnemers dan nadoen.
Een volgende kennismaking is die met de boomfaunen, de wezens die elk een boom bemannen (zij tonen zich meestal ietwat mannelijk). In de winter en ’s nachts zijn zij het meest wakker; ’s zomers in volle bladerkroon dromen zij meer. Het zijn sociale wezens, die uit volle borst kunnen zingen. Dat klinkt dan als een jubelend orkest van hoornblazers; vooral als de zon schijnt. Hen vanuit de eigen gevoelsstemming toezingen, helpt een goed contact te leggen. Heeft u contact dan kunnen zij lange innerlijke gesprekken willen voeren – zij hebben de tijd en vinden ons nogal haastig. Meestal zijn ze goedgeluimd en inschikkelijk. Doen jong aan in hun bewustzijn, als mense-lijke adolescenten. Echt oude bomen zijn echter zeer wijs, weten veel en hebben ook veel invloed op het landschap, of zelfs de streek waarin zij staan; daarop drukken zij hun eigen karakteristieken af. Veelal beschermen die ook een landschap of plek. Met name eiken kunnen dat. Boomfaunen kunnen zich met een girafachtige nek en kop tonen. Mijns inziens zijn de giraffen ook tot dier geworden faunen (ook als mens geïncarneerd ben ik faunen tegengeko-men; die girafachtige wijze om hoofd en nek te draaien alsook dat jeugdige enthousiasme en warmte zijn dan typerend). De ontmoeting met een boomfaun is veelal innig en warm, persoonlijk. Boetseren heeft weinig zin. Een boom is echter een kolonie van levende wezens; voor een imaginatief ingesteld persoon kunnen deze zich in vele vormen en gestalten voordoen. Voor elke boomsoort kan men muziek vanuit hun vormkrachtenspel maken, ontwikkelen, ofwel met zang gemeenschappelijk improviseren.
Tot de tweede groep van aardwezens horen de oude wijze gnoom in een boomgroep, en zijn liefhebbende vrouw (de keerzijde van dit wezen). Mijn ervaring is dat zo’n oude gnoom een afsnoering is van de Pan-god van die streek, om in de betreffende boomgroep (veelal van dezelfde soort) de compositorische kracht in het geheel te waarborgen. Zij zijn als verstilde kracht, een zacht dromend liefelijk gezicht, waar te nemen. Dit kan na waarneming ook geboetseerd worden. Als ritmische spreuk om hen te kunnen benaderen (antispast-ritmevoet, kort-lang-lang-kort, van het 6e huis; 6/8 maat, dorisch in B majeur, dus met grondtoon C#):

v __ __ v
Gij boomgnoom wijs, die in beheer van soorten is,
laat ons nu zien uw droomgelaat,
opdat wij kunnen lezen of er in ’t gebied
nog iets te doen staat.
Gij boomgnoom wijs, die in beheer van boomsoort is.

Het kan goed zijn om van hem te vernemen wat er mis is met een bos, of stuk ervan, en of er een boomziekte sluimert in een haag. Uitboetseren van zijn uitdrukking ofwel werk in de bomen is wel nuttig. Dit kan ook rond het transformatiepunt worden neergezet.
Een volgende stap is in het landschapwerk heel belangrijk. Namelijk contact te maken met de aardegod Pan voor dat landschap, en hem ervoor te interesseren zich te verbinden met de deva. Meestal zegt hij aanvankelijk nee, maar als zijn nieuwsgierigheid is gewekt, wordt het daarna veelal volmondig ‘ja’. Het is een soort bruiloft die je dan bewerkstelligt, wat het landschap enorm ten goede kan komen. De beste tot op heden gebleken methode van werken is dat een van de deelnemers van tevoren op zoek gaat naar hem. Een heuveltop, of een open plek in het bos die wat van een paleiszaal heeft, is een aanduiding voor zijn verblijfs- ofwel ankerplaats (hij heeft meestal meerdere van deze plaatsen). Vraag hem of je ook andere deelnemers mag meenemen om hem te leren kennen. En ieder dient zich aan hem voor te stellen en zijn intenties te vertellen. Eerbied en humor helpen een hoop, want het is een grappenmaker die zich toch wel graag op zijn koningschap laat voorstaan. Laat ieder een beeldje boetseren omtrent zijn ontmoeting met Pan, waarin hij zijn aan Pan toegewenste intenties voor hem en het landschap als wilsgeba-ren heeft verwerkt. Vraag hem vervolgens wanneer hij ja tegen de ontmoeting met de deva heeft gezegd (dat duurt vaak even), of hij zijn bewustzijn in een van de beeldjes wil verankeren. Neem hem vervolgens, zonder de aandacht op hem te laten verslappen, mee naar het transformatiepunt (soms ook neemt hij het hart van een van de deelnemers als ankerpunt). Om de concentratie vast te houden, kan het helpen om onderstaande spreuk, of in ieder geval het dragende ritme ervan vast te houden, want zo houdt men de verbinding vanuit het eigen levenslichaam met hem intact. Op het transformatiepunt aangeko-men, kun je hem en de deva vragen of ze met elkaar willen kennis maken en of ze zich willen verbinden. Dit is een statig moment, als van een huwelijk; neem er de tijd voor! Zing eventueel wat kleuren voor hen zoals de vier genoemde beeldkleuren inclusief het mauve, als een bezegeling en laat hen dan alleen. Een volgende keer kun je ze samen ontmoeten. Als helpende spreuk (vanuit het 10e huis, 3e epitrit-ritmevoet; lang-lang-kort-lang, 29/4 maatsoort, myxolydische toonaard in Eb majeur, dus met Bb als grondtoon):

__ __ v __
Pan over aard’, laat tot u in
ons met de zin die u verbindt
met deva groot van tempel wijds.
Pan over aard’, laat tot u in
ons met de zin.

Deze verbintenis doet het landschap steviger gronden; zij spiegelen hun inzichten en vermogens aan elkaar.

 



INHOUDSOPGAVE:

 

Inleiding


Hoofdstuk 1. Tijdsbeeld
Techniek als gedachte en wil
Enige ervaringen
Het plan van mens- en wereldwording
Het verschil tussen beeldbewustzijn, helder voelen en helder willen

Hoofdstuk 2. Methoden van onderzoek
a. Fenomenologische werkwijze
b. Astrosofisch-astrofonische handvatten
b.1. Algemene beschouwing
b.2. Huizen in verband met de levenswerelden;
de twaalf ritmische vormgebaren die tot vorm aan kunnen zetten
b.2.1. Vuur, warmte-ether
b.2.2. Lucht, lichtether
b.2.3. Water, klank- of chemische ether
b.2.4. Aarde, vorm-, levens- of zinether
c. Woordklanken als vormende gebaren,
d. Onderzoeks- en werkmethoden in verband met beweging
d.1. Ritmen,
d.2. Ademdans,
d.3. Klank- en intervalonderzoek
e. De werkingen van de hogere werelden in de fysieke

Hoofdstuk 3. Engelen en elementwezens in samenhang met mens en aarde
a. Inleiding
b. Engelhiërarchieën en hun werkingen op mens en aarde
b.1.Serafijnen in verband met de sterrenwerelden
b.2 Cherubijnen en de dierenriem
Ram
Stier
Tweelingen
Kreeft
Leeuw
Jonkvrouw
Weegschaal
Schorpioen
Boogschutter
Steenbok
Waterman
Vissen
b.3. Tronen in verband met Saturnus
De tweede hiërarchie van engelwezens,
b.4. Kyriotetes in verband met Jupiter
b.5 Dynamis in verband met Mars
b.6. Exousiai of Elohim in verband met de zon
De derde hiërarchie van engelwezens
b.7. Archai in verband met Venus
b. 8 Aartsengelen in verband met Mercurius
b.9. Engelen in verband met de maan
b.10. Mysterieplaneten i.v.m. de hogere geestvermogens, ondernatuur en elementwezens
b.11. Samenvatting
c. Sferen van werking van vormkrachten, planeten en engelen.
De omhullingen van de aarde en lagen erbinnen.
c.1. Wezens in elementen en aardrijken
c.2. Levenssferen van planeten, aardomhullingen en innerlijke lagen
c.3. Natuurwezens van hoog tot laag
c.3.1. aardewezens
c.3.2. waterwezens
c.3.3. luchtwezens
c.3.4. vuurwezens
c.4. Andere elementwezens
d. Een ervaarbaar beeld
e. De aarde als levend en bezield wezen

Hoofdstuk 4. Praktische aanpak
a. Werken met de elementwezens die een plant doen groeien
b. Contact met elementwezens en aanpak in landschapswerk;
landschapsarchitectuur
c. Herinrichting van landschapstempels
d. Ondernatuur, dubbelganger en elementwezens
Werk in de onderaardse sferen
e. Werken met in techniek ingevangen wezens
f. Werken met te ver gevallen elementalen –ufowezens
g. Elementwezens en dieren
Nawoord

Appendix 1. Aanvullende spreuken
Appendix 2. Relevante verhalen: -LSD – Hoe een Kobold een Elf vangt
-Martijn de Arbeider



 

Terug naar Home page

 

Zie verder:

- Geesteswetenschap:

* Jaspis scholingscursussen

* boeken

* Artikelen

- Objectieve Kunst:

* Muziek

* Muziektheaterspelen

* Koorzang Via Natura

* Muziektheatergroep LaukaR Unja

* Beelden

- Morele techniek:

* Organische vormgeving

* muziekinstrumenten

* Sieraden

* Werk met elementwezens

* Landschapsgenezing

* Gebouw Widarhalla

 

- Producten

- Agenda

 

 

U kunt dit boek bestellen door het bedrag 28, 50 per boek (elk volgend boek + 3, 50) over te maken op girono. 9276505 van Rune-werkplaats Bergen onder vermelding van de titel. Het wordt u dan zo spoedig mogelijk toegestuurd.