|
Elementwezens in
mens en natuur
Met elke waarneming die we
opnemen door een van onze zintuigen, en bij alles wat we eten, nemen we
niet alleen indrukken en substanties op, maar ook de wezens die deze veroorzaken.
Deze worden genoemd de elementwezens, daar zij het zijn die de elementen
vuur, lucht, water en aarde in al hun bewegen en verschijnselen sturen.
Deze elementwezens zijn de oorspronkelijke gedachten van de engelenordes
die elk een onderdeel van de natuur en de mens hebben uitgedacht. Deze
gedachten/elementwezens onderhouden nu deze elementen. Wanneer wij iets
opnemen uit de omringende wereld, nemen we hen dus ook op. Daar dienen
we ons mee uiteen te zetten. Bijvoorbeeld door een waargenomen verschijnsel
te overdenken in zijn consequenties. We halen dan die wezens uit ons geheugen
naar boven, en vervolgen hen als gedachte; we kunnen zo ons eigen oordeel
vormen, waarmee we deze wezens ook omvormen. Veel van onze indrukken komen
niet tot bewustzijn, en we nemen de in deze levende wezens dan wel op,
maar doen er weinig mee. Dat hangt dan als onverteerde ervaringen om ons
heen.
Wijzelf zijn ook opgebouwd uit de ideeën van de goddelijke oergrond,
welke door de engelen zijn gericht op ons wezen, en verdicht tot in het
fysieke. Wij hebben dus ook meerdere van die gebannen element/gedachtewezens
in ons wezen en lichaam, waar we ons bewust van kunnen worden. Of ook
niet; zij doen het dienende onderhoudswerk waardoor wij ons op andere
zaken kunnen richten. Gaan we echter bewust een weg van innerlijke ontwikkeling,
dan moeten we ons terdege van deze wezens bewust worden en met hen samen
leren werken.
Nu zijn de elementwezens voor ons normale bewustzijn niet zicht- of tastbaar.
Zij leven in een minder verdichte wereld dan de fysiek-materiële
waarin wij ons doorgaans met ons bewustzijn in bewegen, namelijk een trede
er bovenuit gaande in de levenswereld van vormkrachten. We moeten bewust
moeite doen om hen wel als wezen bewust waar te willen nemen. Dat vergt
de nodige voorbereidingen.

Kleibeeldje van landschapsdeva
met uit haar stromende krachten (N.M.).
Op zichzelf zou er weinig aan
de hand zijn wanneer wij ons niet zouden verdiepen in hen. Er is echter
iets veranderd in de gehele ontwikkeling van de laatste pakweg 50 jaren.
In de levenswereld is Christus opnieuw gekruisigd (exacter in 1942), en
weer opgestaan, waardoor de verhoudingen in de levenswereld dusdanig zijn
veranderd, dat we er wel mee te maken hebben. De engelenwerelden namelijk,
die tot dan toe de elementwezens hadden voortgebracht als hun ideeën,
en die zij leidden, hebben zich sindsdien gaandeweg van deze elementwezens
teruggetrokken. Het heft van de aardse ontwikkelingen is namelijk in de
handen van de mensen gelegd om aarde en elementwezens verder te leiden.
De elementwezens weten dit en wachten op de mens. Deze is er zich echter
hoegenaamd niet of nauwelijks van bewust. Waardoor zij ongeduldig worden
en zich van de mens kunnen en ook al gaan afkeren. Een groot deel van
de overstromingen van de laatste jaren is hier een gevolg van (watersrampen,
grote branden).
Het is dus wel degelijk zaak dat we ons van hen en hun voorwaardenscheppende
werk bewust worden en ook met hen leren samen te werken. In de toekomst
moeten we het meer en meer met elkaar doen om de aarde voort te dragen
en ook verder te ontwikkelen.
Binnen de
werkplaats zijn scholingsmethoden ontwikkeld om stap voor stap met de
verschillende groepen van elementwezens in contact te leren treden. Eerst
wordt gericht geleerd om hen waar te nemen; door middel van samenzang,
waarneming, beweging en boetseren. Er wordt getracht innerlijke handvatten
te ontdekken die deuren kunnen openen naar de levenswerelden. Dan worden
deze innerlijke waarnemingsmogelijkheden gericht op de wezens die werken
in en door de elementen heen, die deze sturen en onderhouden. De zang
helpt om de ziel te openen waardoor deze verbonden kan worden met de innerlijke
en uiterlijke verschijnselen. Het boetseren helpt de waarnemingen verdichten
en objectiveren. In nabesprekingen wordt getracht de ervaringen en waarnemingen
meer bewust te maken.
Vervolgens wordt getracht met hen te communiceren – en dat is voor
elke groep een specifieke opdracht. Daarna wordt bekeken of zij in het
gebied waar men werkt, versterkt kunnen worden op plaatsen waar zij nodig
zijn (overeenkomstig de methoden van Landschapsgenezing; zie aldaar).
Enige handvatten om in
contact te komen met elementwezens zijn de in de astrofonie ontwikkelde
ritmen gebleken, want deze verbinden ons levenslichaam met hen in de verschillende
levenskrachtbereiken (elk huis correspondeert met een specifiek levensgebied
achter een van de elementen). De elementwezens zijn op drievoudige hiërarchische
wijze met een specifiek element verbonden, welke zij beheren en sturen.
Op volgende wijze:
Aardwezens:
- Gnomen: werk aan het fysieke
- 2e huis
- Boomfaunen en boomgroepwezens:
werk aan bomen en boomgroepen - 6e huis
- Meesters der mineralen, aardegod
Pan: sturend en beherend werk in en op de aarde - 10e huis
Waterwezens:
- Ondinen: leven van waterstromen
op overige natuur bemiddelend - 4e huis
- Nymfen van bossen, meren,
zeeën, weiden, riviergoden: harmoniebeheer van een stuk natuur -
8e huis
- Watergod: stuurt en beheert
het water middels de waterwezens - 12e huis
Luchtwezens:
- Sylfen en elfen: verzorgen
de kleuren in atmosfeer en natuur - 3e huis
- Feeën: dansen de kosmische
harmonieën vanuit landschapspunten de ruimte in - 7e huis
- Deva's: houden de oerbeelden
van planten en landschapstempels vast - 11e huis
Vuurwezens:
- Vuursalamanders: verzorgen
groei, rijping, bloei en verbranding - 1e huis
- Lichtbolwezens: verspreiden
licht en warmte van de zonnestralen in de atmosfeer - 5e huis
- Muzen: inspireren geestelijke
kwaliteiten in ruimtes (weiden, kamers) - 9e huis
Zie voor de ritmen in verband
met de levenswereld onder Muziek.
Er worden door het jaar heen op een bepaalde plaats in het landschap (veelal
een natuurlijke eenheid, een landschapstempel, of een deel daarvan) weekeindes
georganiseerd waarin telkens gericht gekeken wordt naar een bepaalde groep
elementwezens, werkend door een specifiek element heen. Elk seizoen wordt
hiervoor een weekeinde genomen; lucht in de herfst, aarde in de winter,
vuur in het voorjaar en water in de zomer.
Zie de Jaspis
cursussen.
Relevante
artikelen:
Ufo's
tussen Waan, Wijsheid en Werkelijkheid (Bruisvat
No.2)
Mysterien
van de Heilige Geest (Bruisvat
No. 7)
Elementwezens
en Technologie (Bruisvat No. 9)
Verslagen van de cursus Elementwezens
beleven te Bussum:
VERSLAG
VAN DE 1E BIJEENKOMST van de
CURSUS NATUURWEZENS LEREN WAARNEMEN
Cursusleider: Nicolaas M. de Jong.
Organisatie: Antr.Ver.’t Gooi (Margalit Laufer
en Job de Raadt.)
Plaats: Vrije School Michael te Bussum
Datum: 18 september 2004.
Om de wereld der natuurwezens
te kunnen waarnemen, zou je 4 fasen moeten doorlopen, waarbij je het beste
naar een plant zou kunnen kijken:
a) Onbevangen waarnemen (“ontfocust”),
b) Dan bouw je een beeld, een begrip op; misschien kom je tot een oerbeeld.
(Imaginatie)
c) Ga de plant dan toezingen. De natuurwezens“ zingen de plant bij
elkaar” Dit opent je ziel tot bewustzijn. (Inspiratie)
d) Probeer dan in de vormgebaren te komen; Wat zegt hij in zijn beweging?
Wat wil hij worden? Welk ideaal zit erachter? Dan kom je tot het wezen
van de plant, het plantenwezen. (Intuïtie)
Een plant geeft in zijn gehele
verschijning een beeld van het groeiproces in de tijd. Bij kinderen groeit
er steeds een nieuwe fase overheen, zodat je de vorige groeikenmerken
niet meer kunt zien.
Bij het waarnemen van kinderen heb je soms te maken met jouw eigen anti-
en sympathiekrachten. Bij een plant kun je objectiever zijn (hoewel je
misschien liever naar een roos dan naar een brandnetel kijkt. Ook hier
probeer je objectief te blijven.). Ook zijn er bij en plant minder aspecten;
hij is minder gecompliceerd…)
Natuurwezens maken contact via het gevoel; gnomen sluiten meer aan bij
onze gedachten.
Zij zijn eigenlijk door de engelen uitgedacht en zo zijn ze dus eigenlijk
geschapen.
Er zijn 9 engelhiërarchieën:
(Het nu volgende overzicht heb ik uitgebreid met inhouden uit Nicolaas’
boek: “Werken met elementenwezens”.)
Ie HIËRARCHIE:
DE LICHTGEESTEN
1. Serafijnen: Liefdesgeesten met het hoogste bewustzijn; zij schermen
het hoogste Goddelijke wijsheidslicht en de liefdesgloed af, anders zouden
we verteren; waar de Serafs het wél doorlaten, verschijnen de zon
en de sterren, de sterrenbeelden; datgene wat innerlijk-kosmisch geestelijk
leeft, laten zij zo fysiek zien. Dichterbij de aarde werken zij in de
bliksemprocessen.
Ook de verdeling in de 12 zintuigen heeft hiermee te maken.
Maar in de dromerige warme zuivere liefdevolle sfeer van een kleuterklas
is de werking van een begeleidende en beschermende Seraf eveneens beleefbaar.
Het is de wereld van de Heilige Geest-God, de wijsheidsvolle ideëen-wereld.
2. Cherubijnen: Harmoniegeesten met hun bovenkosmische bewustzijn; zij
zijn meer werkzaam aan onze aarde en de kosmos. 12 van hen geven in een
oerbeeld een aspect van het mensenwezen weer; zo vormen zij de kring van
de Dierenriem in vier groepen van 3 tekens. Zo spiegelen zij de vier elementenrijken
op aarde:
Aarde: mineralen (fysiek lichaam)
Water: planten (ether lichaam)
Lucht/licht: dieren (astraal lichaam)
Vuur: mensen (geestkiem)
De Cherubijnen verzorgen de harmonie in de kosmische ruimte, door de bewegingen
van de hemellichamen op elkaar af te stemmen, zodat er regelmaat in de
tijd ontstaat. Op aards niveau kunnen wij hun werkingen herkennen in de
bewegingen van wolken. Via de geesten van de Omlooptijd die zij denkend
voortbrengen, zijn wij opgenomen in het wezen van de Cherubijnen; de tijd
zelf (zoals de opvolging en indeling in seconden minuten, uren, seizoenen,
jaren) is een uiting van hun wezen.
Het is ook de wereld van de Zoon-God in de dagelijkse aardse, ook sociale,
realiteit.
3. Tronen: Geesten van de Wil, ook wel Machten genoemd.
Zij hebben hun wilssubstantie laten uitstromen, die wij kennen als warmte
(enthousiasme) .De Tronen staan aan het begin van onze schepping; het
duidelijkst waar te nemen in de groei tot vormen en kleuren van kristallen,
geometrische binnenruimten.
Dankzij de Tronen kunnen wij ook vorm geven door onze wilsdaden aan ons
eigen levenslot en het gezamenlijke lot van de mensen met wie wij leven.
Dit gebeurt binnen deze geschapen aardesfeer, die door de Planeet Saturnus
wordt begrensd. Saturnus heet bij de Grieken: Chronos, Vader tijd.
In de donder laten de Tronen zich horen. In ons lichaam zie je hun werk
in de verste verdichting: de structuur van ons skelet, onze botten.
De geschapen wereld zoals hij nu bestaat behoort tot de God-de-Vader sfeer,
Zij bewerkstelligen ook onze verbinding met de kosmos d.m.v. de 1000-bladige
kruinlotusbloem, die eigenlijk 8- bladig is maar zeer vertakt naar boven
toe)
IIe HIËRARCHIE:
DE KRACHTGEESTEN:
4. Geesten van de wijsheid (Kyriotetes, ook genoemd; Heerscharen) Zij
hebben een sterke samenhang met het licht (Serafijnen voornamelijk met
warmte-liefdesgloed). Door deze lichtkant hangen zij sterk samen met ons
denken. Onze gedachten lichten op en worden zichtbaar in de engelenwereld.
De werking van de wijsheidsgeesten gaat uit van de Jupitersfeer. Op aarde
is hun wijsheidsvolle lichtwerking te herkennen in de plantengroei, de
uitwerking in licht en kleuren.
Jupiter drukt zich uit in de twee-bladige voorhoofdslotusbloem (het vroegere
derde, helderziende oog, dat wij nu zelfstandig door oefeningen weer kunnen
metamorfoseren))
5. Geesten van de beweging (Dynamis, ook genoemd: Krachten) Zij dragen
het vermogen tot levendige beweging in zich., waardoor zij de tijd tot
een dynamisch proces kunnen maken.
De Bewegingsgeesten werken binnen de Marssfeer, de oorspronkelijke klank-watersfeer.
Hierdoor werden levensprocessen mogelijk. Initiatiefkracht tot hoge idealen,
maar ook de driften en begeerten in een lagere regio. De stuwkracht van
ons bloed wordt hierdoor veroorzaakt. Gestuwde beweging geeft klank.
De bewegingsgeesten werken in de aardesfeer in weer en wind, hoge en lage
drukgebieden.
De 16-bladige Keellotusbloem wordt door de Marssfeer aangelegd.
6. Geesten van de vorm, (Exousiai of Elohim). Alles wat als concept idee,
beweging klaar ligt brengen zij in de vorm. Genesis 1: “De Elohim
(meervoud) zweefden over de wateren”. Zij gaan dan vormend, scheppend
aan het werk. Vormende werkingen gaan nu uit van de zon. Zonder licht
krijg je bleke waterige ronde vormen. De vormgeesten werken dus vanuit
de zonnesfeer. Innerlijk werkt de zon op een zuigende wijze: Hij trekt
de planten de grond uit naar het licht toe.
Zeven van deze Exousiai hebben een heel speciale taak gekregen in de ontwikkelingsgeschiedenis
van de mensheid: Zij zijn met name bekend: Het zijn de geesten die op
de Zon verbleven, evenals Christus, die als Zonnegeest zich zelfs fysiek
met de aardewording verbonden heeft.
Het zijn de aartsengelen die ieder een cultuurvernieuwing impulseren:
Michael, Rafael, Anael, Samael, Zachariël, Orifiël en Gabriël.
Deze Vormgeesten zijn ieder een aspect van het Christuswezen.
De 12-bladige hartlotusbloem is de directe uitwerking van de Zon in ons
lichaam.
Dankzij de nu volgende derde
hiërarchie van engelen is het via de samenwerking met de hogere engelen
mogelijk de Natuurwezens te scheppen, die in de ethersfeer (4 ethersferen)
van de aarde leven en (haar verzorgend) werken.
IIIe HIËRARCHIE:
DE ZIELENGEESTEN:
7. Tijdgeesten, of Geesten van de persoonlijkheid, ook wel: Geesten van
het Oerbegin, Archai, Aeonen, Eeuwigheden.
De opdracht van de Vormgeesten aan de Archai (Tijdgeesten) om de oerbeelden
van de geestelijke ideeën (van de Tronen) in de vorm te verbijzonderen
naar tijd, plaats en omstandigheid, dat heeft de GNOMEN doen ontstaan.
Deze werken in de levensether.
De Archai individualiseren de werkingen en de oerbeelden van de 1e en
2e hiërarchie van engelen. Zij bewerkstelligen bij de afdaling van
de mens uit de hemelsferen naar de aarde toe bij een nieuwe incarnatie
een geïndividualiseerd zielenlichaam, opdat hij een unieke individualiteit
kan worden.
Wat we als mens heel praktisch op aarde tegenkomen aan fysieke opdrachten,
maar ook als onze gedachteactiviteiten, dat zijn de element-/gedachtewezens,
de GNOMEN, of de KABOUTERS.
Met hen kunnen we samenwerken om vormen te scheppen, ook in het sociale!
Doordat de mens in zijn handelen beïnvloed wordt door deze Tijdsgeesten,
zullen er door de geschiedenis heen steeds andere tijdsbeelden (cultuurstromingen)
zichtbaar zijn.
De Archai werken vanuit de Venussfeer.
In ons lichaam werkt Venus bij de aanleg van de 10-bladige zonnevlecht-lotusbloem.
8. Aartsengelen, Zonen van het Vuur, Archangeloi.
Zij staan in verband met alle Waterwezens.
Als leidende groepswezens zijn zij in staat afdelingen van menselijke
organisaties, een samenleving een groep mensen te inspireren; zij leiden
de ontstaans- en wordingsprocessen van ieder levend wezen of verschijnsel.
Zij doen dit doordat in samenspraak met de Bewegingsgeesten gedachtewezens
ontvonken, de ONDINEN, de NIMFEN.
Deze wezens zingen en dansen de stoffen bijeen die zich in het waterige
voegen tot nieuwe substanties, dit gebeurt
niet alleen in het groeiproces van planten dieren en mensen, ook in sociale
structuren en processen werken zij op deze
manier. Verder dansen zij de levenskrachten in de natuur, vanuit waterstromen
of waterbekkens (rivieren, meren).
Zij werken dus in de klank-, of chemische ether.
De Aartsengelen werken vanuit de Mercuriussfeer. In de ritmische groeiprocessen
komen we bij de mens twee
aspecten tegen: het ritmisch kloppende hart en de ritmisch verlopende
ademhaling. Het is dus niet te verbazen, dat
we door de werking van Mercurius enerzijds deze werking terugvinden in
de 6-bladige navellotusbloem, die het
levens-, of etherlichaam bestuurt vanuit de ziel, en anderzijds de 4-bladige
bij-hartlotusbloem in de borstkas.
Via de 6-bladige Lotusbloem kunnen we toegang krijgen tot het waarnemen
van de etherwereld. Dit lukt alleen
wanneer we denken, voelen en willen van hun gewoonlijk dwingende karakter
hebben bevrijd.
9. Engelen, Geesten van de Schemering, Zonen van het Ochtendgloren, Angeloi.
Zij zijn de persoonlijke begeleiders van ieder mens en werken sturend
in ieders levenslot.
Door zich te spiegelen aan de menselijke zielenlichamen hebben zij samen
met de Wijsheidsgeesten gedachte-elementwezens voortgebracht die in de
mens in gevoelens werkzaam zijn. Uiterlijk objectief komen wij ze tegen
in de vormende kleuren-wezens: SYLFEN of ELFEN.
De engelen zijn dus verwant aan deze kleur-, de lucht- en lichtwezens.
Deze natuurwezens werken vanuit de luchtsfeer (de aardeziel) Zij werken
van uit de luchtsfeer (Aardeziel) in op de planten, zodat er puntige,
holle, ingesneden vormen ontstaan. De bloembladen kleuren en vormen zij
ook van buitenaf.
Achtergebleven engelen zijn de groepszielenwezens van de verschillende
diergroepen. In diergestalten hebben ELF-WEZENS fysiek vorm aangenomen.
Zij inspireren de vogels tot hun zang en helpen deze bij het vliegen (zonder
hen zouden ook onze vliegtuigen niet kunnen vliegen!).
Hun aangrijpingspunt en werkingssfeer wordt begrensd door de maan. De
invloed van de maan op de planten, de dieren en de mensen is bekend (eb/vloed;
vruchtbaarheid; en op zielengebied: de stemmingswisselingen).
In ons legt de maan de 4-bladige stuitlotusbloem aan. Elk van de vier
lotusbladeren kanaliseert een van de vier levenskrachten en stuurt deze
omhoog het lichaam in via de geslachtelijkheid. Het is wat de Indiërs
noemen de Kundalini-stroom (in de bijbel: de Boom des Levens)
-----------------------------------------------------------------
10. De mensen. (Eigenlijk dus de IVe hiërarchie)
Zij (Wij!) zorgen door de vrije kwaliteit van liefde voor de schepping
van de warmtewezens, de VUURSALAMANDERS.
Wanneer een mens zielenwarmte voelt voor een plant of een dier, “ontvonkt”
hieraan een elementwezen.; ook aan
idealen kan men warmtewezens doen ontvonken. Liefde voor iets of iemand
is “door-Ik-te” warmte.
Een mooi voorbeeld is een mierenkolonie, of een bijenkorf. Zo’n
gehele groep is één wezen, die net als wij, een temperatuur
heeft van 37 graden. Het groepswezen is het Ik van dat volk, van die dierengroep,
een achtergebleven engelwezen.
Als een diergroep uitsterft, de Mammoet b.v., kun je ook zeggen dat die
groep zijn taak heeft volbracht. Het gebeurde op het moment dat de mensheid
zich steeds bewuster werd en het hart zelfstandig ging kloppen. Een mammoet,
of olifant, is eigenlijk één groot wandelend hart.
Tenslotte nog een koud, doch
handig overzichtje:
Archai x Vormgeesten (x Tronen)
ontstaan van: GNOMEN Levend in leven (aarde.)
Aartsengel x Bewegingsgeest (x Cherub) , , : ONDINEN, NIMFEN. Levend in
klank (water)
Engel x Wijsheidsgest (x Seraf) , , : SYLFEN, ELFEN Levend in licht (lucht)
Mens x Groepsziel van plant en dier , , :VUURSALAMANDER Levend in warmte
(vuur)
Vervolg cursus:
In de natuur zijn de diverse verschijningsvormen als de afzonderlijke
letters te beschouwen; de mens is de gehele samenstelling ervan; hij is
het te lezen woord.
De natuurwezens (behalve de warmtewezens) zijn dus scheppingen van de
diverse engelen-orden
Maar: De machines en instrumenten die de mens gemaakt heeft zijn te zien
als de scheppingen van de mens; en ook daarin zijn natuurwezens gevangen!
Evenzo als wij aandacht besteden aan de natuur(wezens), moeten wij ook
aandacht besteden aan die wezens die in de techniek zijn vastgelegd. Dus
af en toe eens praten met je auto als hij het niet doet, is niet zo gek.!
Het gaat om de menselijke liefde; Jesahjah Ben Aharon heeft ontdekt en
bekend gemaakt dat in 1942 Christus opnieuw is opgestaan in de etherwereld
(en gekruisigd).
Onze menselijke liefdes-offerkrachten zijn het nu, die de kosmos van wijsheid
moeten veranderen tot een kosmos van liefde.
Dit doen wij door bewust te scheppen, zoals ook de engelenhiërarchie
dat doet.
Let wel: de mooie kunstige scheppingen die een dier maakt (prachtig nest,
spinnenweb b.v.) zijn geen vrije creaties. De dieren zijn gebonden aan
hun specialisme. Zij kúnnen ook niets anders. Wij zien deze tendens
steeds meer ontstaan in onze menselijke samenleving, waar de lopende band
een voorloper is geworden van de medische of een andere specialist (die
ook niets anders meer kan!)
Nu doen we gezamenlijk enkele oefeningen (om dichter bij de beweeglijke
ethersfeer te geraken) 1. Wij “schilderen” in klanken een
heldere zonsopkomst, die vooraf door Nicolaas uitvoerig is beschreven
in beeldende bewoordingen.
Ervaringen: * De neiging bestaat al zingend en luisterend naar de zachte
klanken van elkaar en beetje in slaap te vallen. * Af en toe donkere klanken
die de nog duistere hei verbeeldden. *Zachtjes beginnen (zon nog onder
de horizon); steeds luider bij het toenemen van het licht.
2. Nu “zingen” wij een nevelige zonsopkomst (dauw, wolkenflarden,
schaduwen).
Ervaringen: * De stemming was inderdaad anders. * We voelden een zekere
weerstand, die door Nicolaas wordt uitgelegd als de werking van het water.
* Je hoorde zelfs druppeltjes vallen. * We waren nu wakkerder. * En heel
bijzonder: beide keren hielden we tegelijk op, zonder afspraak, bij een
heel mooi klankaccoord.
3. Wij kijken o.a. naar een bepaalde plant (de lichtblauwe Campanula)
en zien de verschillende werkingen die wortels, stengel/blad en bloem
hebben doen ontstaan. Dat zijn de verschillende elementen wezens die hier
vanuit hun eigen ethersfeer, maar toch ook samen, aan gewerkt hebben.
Het begint met een zaadje (vorm en potentiële warmte, die later door
de zonnewarmte gewekt wordt), waarin eigenlijk al de blauwdruk van de
gehele plant ligt.
Ook in de niet altijd ronde, soms ook hoekige stengel werkt het vormwezen
(GNOOM).
De Waterwezens laten op een ritmische wijze (voor iedere plant karakteristiek)
de blaadjes ontstaan. Asperges, die onder de grond groeien bevatten veel
(stilstaand) water; vandaar de vreemde (rottings)-geur aan de urine na
het eten ervan. Het ritme zien we ook als wind over het water (of over
zand) strijkt in de golfjes.
Dan werken de lucht/lichtwezens erop in. Dichter bij de grond (of in de
schaduw) blijven de vormen ronder, “wateriger”. Naarmate er
meer lichtwezens bij kunnen komen, zie je scherpere insnijdingen.
Nicolaas wilde een scherp ingesneden kaasjeskruid uit de bergen meenemen
naar huis om hem daar te laten groeien; hier zijn ze niet zo ingesneden.
Helaas: Hoewel hij in Bergen woont, kregen de balderen dezelfde minder
scherpe vorm als de andere hier groeiende kaasjeskruid-planten.
Opeens stopt de ritmische groei en treedt er een andere tendens op; de
bloem verschijnt en het is net alsof de plant zich dan in zijn oorspronkelijke
bedoeling kan tonen. Het lucht/lichtwezen leeft zich dan uit in de kleuren,
die bij die plant horen. Ook de vorm-wezens werken door in de eigen bloemvorm.
Een karmozijn-kleurige roos heeft rondere bladvormen, dan een gele roos.
a) Hoe beleef je de verschillende
vormen in de muziek? In de diverse maatsoorten.
Daarbij is het zo, dat ook de plantenwezens elkaar beïnvloeden: Een
eik die in een beukenbos staat, wordt een beetje “beukig”,
doordat hij een gladdere stam krijgt, dan hij eigenlijk behoort te hebben.
b) In de stand van de bladeren, de lengte van de stengeldelen, de herhaling
van de bladvormen beleven we een sterke ritmische beweging. Het ritmisch
stromende water. Hoe vertalen we dat in de muziek: door het ritme. Er
zijn verschillende ritmen, die overeenkomen met verschillende groeiwijzen.
De 5e symfonie van Beethoven heeft ook zo’n herkenbaar ritme-patroon:
kort, kort,kort, lang. (^ ^ ^ ---).
Hierin ervaren we een veel beweeglijker gebaar dan in de maat-vorm, die
veel strakker is.
Als het levenslichaam beroerd wordt door de ziel, het astrale lichaam,
dan ontstaat ritme.
c) De werking van de luchtelementen in de kleur van een plant is nog vluchtiger,
nog dansender, speelser. Dat vind je in de muziek terug in de intervallen.
Een witte sering, die paars wordt. Een roze Hortensia die blauw wordt.
Het is ook natuurkundig te verklaren, doordat er meer basische of juist
zurige stoffen in de grond komen; maar ook en juist in de ethersfeer (natuurwezens)
vindt er een werking plaats.
De kleur van blad en bloem zijn te vergelijken met gevoelswerkingen: naar
binnen toe werken deze gevoelens beleefbaar als intervallen.
d) Tenslotte openbaart zich de plant in haar oervorm, haar oorspronkelijke
bedoeling, haar wilsimpuls, de bloem (maar ook in het zaad was dat al
aanwezig). Deze volledigheid herkennen we in de muziek als de melodie,
waarin maat, ritme en intervallen tot een harmonisch geheel worden.
Samenvattend:
Zaad, stengel, vorm: aardewezens: MAAT
Groei, stengel, blad: waterwezens: RITME
Bloem, kleur: licht/luchtwezens: INTERVALLEN
Gehele plant, warmte in zaad en bloem: vuursalamanders: MELODIE/MUZIKAAL
MOTIEF
Oefening 1:
Het is de bedoeling dat we de vormbewegingen van de Campanula zingend
gaan “naboetseren” in vier groepen, die de vier elementenwezengroepen
voorstellen.
Dat doen we volgens de muzikale aanwijzingen in het kadertje.
Oefening 2: Daarna gaan we het gebaar dat we zojuist
gezongen hebben, boetseren. Opvallend is, dat er zonder afspraak of samenwerking
toch vier soorten creaties ontstaan die corresponderen met de vier verschillende
elementenwezens-werkingen.
Naast de aparte elementenwezens
die zo op de verschillende delen van een plant inwerken, heeft een plantengroep
een PLANTENENGEL.
Een boom, zeker als het een wat oudere is, wordt meestal bewoond door
een BOOM-FAUN.
’s Nachts mag de faun uit de boom. Je kunt heel goed contact met
ze maken. Ze communiceren heel langzaam; ze hebben de tijd. Ze “trompetteren”,
zo kun je dat het beste uitdrukken. Hij geeft energie aan wie erom vraagt.
Je benadert ze het best in de maatvorm van de Antispast: kort, lang, lang,
kort. (^ = = ^ ). Een Boomwezen moet je je een beetje Giraf-achtig voorstellen,
dus met een lange hals.
Nicolaas’ eerste ontmoeting met een elementenwezen, was op een dag
dat hij niet goed in zijn vel zat en over een boomwortel struikelde; hij
zag grijnzende gezichtjes van allerlei GNOMEN. Die hadden het niet echt
naar hun zin, want de bomen waar zij voor zorgden waren uitheemse naaldbomen,
die dus niet pasten in die streek.
Over een geheel gebied waakt een hoger wezen: de LUCHTDEVA.
Ook boomgroepen hebben hun eigen grote wijze liefhebbende GNOOM.
Dan zijn er nog als hoogste trap van de aardwezens DE MEESTERS VAN DE
MINERALEN.(aardewezens) en de Aardgod PAN, behorend tot de engel-trap.
Hij vertegenwoordigt het manlijke aspect, waar moeder AARDE (Vrouw Holle)
het vrouwelijke aspect vertegenwoordigt.
Ook in de boeken van Tolkien (“De ban van de Ring”) komen
deze etherische wezens (ietwat geromantiseerd) voor. Tolkien drukte het
als volgt ongeveer uit: Eigenlijk is dit allemaal al geschreven; ik breng
het samen in een boek. Het is een beeld van de 4e/5e Atlantische periode,
de strijd toendertijd tegen het boze.
Naast de algemene benaming GNOMEN voor de Aardewezens, komen ook andere
meestal ook streekgebonden woorden voor:
LEPRECHAUN in Ierland, behorende tot HET KLEINE VOLKJE.
KOBOLDEN, DWERGEN, ( ZWERGE )
TROLLEN zijn eigenlijk gevallen GNOMEN. Zij zijn stompzinniger; hebben
rondere vormen.
Onze KABOUTERS worden afgebeeld met puntmutsen, om hun relatieve losse
verbinding met de aarde weer te geven. Onze Kabouters zijn vrij “jong”,
omdat ons land ontstaan is uit de aangeslibde gronden via de rivieren.
In oeroude berggebieden zijn ze natuurlijk veel ouder.
HUISKABOUTERS, (Tomte Tummetot).
Maar zo moeten we ook REUZEN als reële aardewezens beschouwen.
In de serie van de Flensburger Hefte zijn twee delen opgenomen (nr. 79
en 80), die interviews beschrijven met 17 Natuurwezens. Titel: ”Was
die Naturgeister uns sagen”.
ISBN-nr: 3-935679-09-2. Kosten: € 15,- per deel. Ook het boek “Gespräche
mit Müller” beschrijft de contacten met deze wezens.
“s Middags gaan we proberen
de GNOMEN waar te nemen.
Op een bepaald gedeelte achter de grote zaal heeft Nicolaas waargenomen,
dat daar veel wezens zijn, die nog lijden (Voorheen was daar de Schooltuin).
Wij gaan proberen daar tevens helend op in te werken….
De GNOMEN, net als de andere
natuurwezens, hoeven niet te denken; zij weten met een alom bewustzijn,
zoals kinderen dat ook nog kunnen; daarom zijn zij graag in de nabijheid
van kinderen hoewel zij ze niet kunnen zien. Maar zij genieten van verhalen
over en liedjes met kinderen.
Zij hebben verschillende taken en werken doorgaans met levensblijheid.
Met een bepaalde maat, vorm benader je ze het beste. Medeklinkers werken
incarnerend.
Ze zijn het best te ontmoeten in vermolmde boomstronken; het is net alsof
die rottende plekken een poort vormen naar de ondergrondse onzichtbare
etherwereld; dan moet je een beetje “ontfocust” kijken; je
ziet dan een blauwig wazig schijnsel. Ook schimmels en paddestoelen zijn
geschikte ingangen.
Bedenk dat zij leven in wat wij duisternis noemen. In de etherwereld is
immers geen fysiek licht!
Zij hebben geen vrijheid zoals wij mensen; ze zijn te vergelijken met
“klerken”, die alleen maar kunnen doen wat hun taak is, wat
hen opgedragen is!
Tanis Honeywell vertelt dat op aanstichten van Steiner, er in de levenswereld
een school werd gevormd om de elementenwezens te leren in contact te komen
met de mensen. Dat is nodig nu de engelen zich steeds meer (moeten) terugtrekken,
om de mens de gelegenheid te geven zijn bewustzijnszielen-ontwikkeling
te gaan, en ook de elementwezens te leiden.
Het is duidelijk dat zij van nature schichtig zijn ten opzichte van de
mens, omdat zij van de mens weinig erkenning en begrip te verwachten hebben.
Nodig ze dus liefdevol uit om zich te tonen.
Na deze oefening gaan we naar binnen en maken van klei een vorm die de
indruk, het gevoel weergeeft, dat we ervoeren bij de vorige waarnemingsoefening.
Tevens een wens aan het betreffende elementwezen in de gebaren van het
beeldje.
Als je klaart bent, ga je terug naar diezelfde plek en vraag je de wezens
(één wezen) zich te verbinden met jouw “cadeautje”
en breng je hem naar de nieuwe schooltuin, of je laat jouw geschenkje
daar staan. Je zult merken, dat je kleiwerkje opeens iets zwaarder wordt,
wanneer zich er een wezen mee verbindt.
Enkele ervaringen: * Is dit nu mijn eigen graag gewenste fantasie of valt
me dit echt in? Antw.: Je verzint het niet zelf. Het is een vorm van creativiteit,
en dat is altijd nieuw. * Ik “hoorde” toen ik stond te twijfelen
of het wezen er nu al in zat, een “stem”: “Waar wacht
je nu op?!” Zo’n ingeving mag je terecht als heel authentiek
beschouwen. * Ik voelde een knoop in mijn maag; pijn; maar iets later
ook en warm, dankbaar, blij gevoel, dat ik dit kon doen. * Ik vroeg me
af wat ik nu zou merken en voelen. Op dat moment landde er een paardenbloempluisje
op mijn werkstukje. Dat beschouwde ik als een teken van verbinding om
nu naar de nieuwe schooltuin te gaan.
Job de Raadt
VERSLAG
VAN DE 2E BIJEENKOMST van de CURSUS
NATUURWEZENS LEREN WAARNEMEN
9 Oktober
Vandaag gaan we ons bezighouden
met de Waterwezens.
OCHTENDDEEL:
Om in de stemming van de Natuurwezens in het algemeen te komen, beginnen
we weer met
een gezamenlijke oefening. Nicolaas wijst erop, dat in het samen oefeningen
doen een grotere meerwaarde zit, dan het alleen te doen; je komt dan eerder
in de juiste stemming.
De aardewezens staan dichter bij ons menselijke denken; ze zijn praktischer;
de waterwezens kunnen we nog beter vanuit bewegingen ontmoeten, vanuit
ons etherlichaam; ons ether-bewustzijn ligt net onder de oppervlakte van
het gewone wakkere bewustzijn.
Het waarnemen van de verschillende natuurwezens staat in nauw verband
met ons temperament, terwijl dit natuurlijk geen vaststaande stelregel
is:
· Een melancholicus is makkelijker in staat aardewezens waar te
nemen (en andersom: de aardewezens voelen zich meer verwant met de melancholicus).
· Een sanguinisch mens leeft qua stemming in het luchtelement;
hij zal makkelijker toegang hebben tot de luchtwezens en v.v.
· Een flegmatisch persoon heeft al gauw toegang tot het rijk der
waterwezens, terwijl ook de waterwezens zich aangetrokken zullen voelen
tot de flegmaat.
· Een cholerisch aangelegd iemand vertoont verwantschap met de
vuurwezens, maar de aard van de cholericus, die op zichzelf gericht is,
zal hem danig in de weg zitten deze wezens waar te nemen… Andersom
herkennen de vuurwezens de cholericus goed.
De aard van deze wezens herkent men ook goed in de manier waarop ze zich
uitdrukken, wanneer ze met de mens contact hebben.
Zo spreekt het steenwezen (dat doorgaans al heel oud is) in verleden werkwoords-tijden:
“Toen er nog geen mensen geweest waren geworden, heeft de aarde
er heel anders uitgezien geweest.”
Het vuurwezen spreekt in korte actieve werkwoordsvormen: “Wij weven
in warmte. Dat geeft vruchten. Elke plant doen wij groeien.”
Preciezer gezegd: De aard van hun communicatie kan in onze taal het best
op deze manier worden uitgedrukt, een soort vertaling dus in mensentaal.
In de serie van de Flensburger Hefte zijn twee delen opgenomen, die interviews
beschrijven met 17 Natuurwezens. Nr. 79: ”Was die Naturgeister uns
sagen” (ISBN-nr: 3-935679-09-2) en nr. 80: “Neue Gespräche
mit den Naturgeistern”. (ISBN-nr. 3-935679-10-6).
Kosten: € 15,- per deel.
Ook het boek “Gespräche mit Müller” (Band 1 en 2)
beschrijft de contacten met deze zelfde natuurwezens (ook bij de Flensburger
Hefte Verlag uitgegeven )
ISBN-nr. 3-935679-12-2; prijs per deel: € 22,-
Deze boeken zijn in het Duits. Ik weet niet of ze vertaald zijn…
* Dan gaan we spontaan een toon zingen. “Maar let er daarbij op
dat, je tegelijkertijd blijft luisteren naar de anderen; je staat hier
immers niet alleen; je maakt wel deel uit van een groep mensen, die allemaal
hetzelfde doen.“
* Ga ontspannen staan, de knieën niet op slot; schouders los, handen
niet gebald, geen frons in het voorhoofd. Dan adem je de valse lucht uit
en laat er zachtjes zo maar een toon achteraan komen, die je makkelijk
ligt. Een toon vanuit het hart.
* Dan gaan we een “klankzuil” zingen: Ga met een glijdende
toon jouw hele wezen langs, van onder naar boven en weer terug; merk ondertussen
op wat het doet. (het klinkt een beetje als een langzame sirene)
* Dan gaan we klinkers zingen:A,E,I,.O,U,OE,EI, enz. (ook combinaties
dus); het zijn de klanken die recht uit ons hart stromen, zonder enige
remming. Zing ze maar in verschillende toonhoogten.
* Daarna gaan we er medeklinkers tussendoor zingen: s,f,t,p,k,g.sch, b,
trrrrr, pssss, enz.
* Als we dit gedaan hebben, gaan we zingend een zonsopkomst schilderen.
Het is vandaag stralend weer en de zon kwam prachtig op boven een bedauwde
heide.
Nicolaas beschrijft in kleuren wat er gebeurt:
De hemel is indigoblauw met sterretjes, langzaam wordt het in het oosten
ultramarijn-blauwig en zie je donkere bomen afsteken; dan verschijnen
aarzelend de karmijn rode tinten, bloed rood, ze gaan over in vermiljoenrood;
het blauw krijgt een groenige tint, oranje en goudgeel verschijnen; de
dauw op de heide licht stralend op, spinragjes met kleine druppeltjes,
een frisse windvlaag; in de verte blijft een vochtig waas van ijle nevels
hangen, dat langzaam wegschuift en tenslotte oplost.
Dan verschijnt de zon in zijn stralende schoonheid en licht. Daar stoppen
we.
Reacties: Ik voelde de kleuren overlopen in elkaar; ik hoorde ook vogels
bij iemand; sommigen maakten ook aardeklanken; dauwdruppels hoorde ik;
ik merkte dat er kleuren waren die ik niet hoefde te maken; ik kon er
ook even naar “kijken”, zonder mee te doen; we hadden eigenlijk
al eerder moeten stoppen, want ik had toen het gevoel dat het klaar was.
(Anderen beaamden dat!)
(Zo zongen we ook nog een klankschilderij van een meer in Finland waar
bij ondergaande zon een vogel heel traag en laag overheen vliegt.)
Toen hielden we ons bezig met
een lila-rose bloempje (Robertskruid, of Ooievaarsbekje volgens ingewijden).
(Zijn tere kleur was lichter, fijner dan het leverkleurig-rose heideplantje
dat ernaast stond.)
1) Eerst de kennismaking met het plantje:
1. Nicolaas laat ons vertellend zien hoe vanuit het zaadje (vorm) in de
aarde de stengel omhoog en de wortels (naar beneden) groeien. Zelfs in
de stengel vind je nog een hoekig vorm-element. Hier zijn de Aardewezens
aan het werk met vorm-wil!
Deze groei-tendens zou je het best in de muziek kunnen vergelijken met
de maatsoort.
-- Het zaadje en alle stengelvormen zijn zichtbaar geworden maatvoering
van de aardewezens.--
(Maar ook de warmtewezens, die het oorspronkelijke idee van dit bloemetje
al bij zich dragen, zijn bij dit begin aanwezig…)
2. In die strakke maatvoering van de stengel ontstaat een zwelling van
vocht en dan treden op regelmatige afstanden van elkaar de blaadjes of
takjes te voorschijn, die heel ritmisch om de stengel heen staan. (Dit
is te vergelijken met ons ether-gebied) De waterwezens werken dus op een
ritmische manier op die vorm-/maat-/aarde-wezens in, beter gezegd: ze
werken eigenlijk samen.
--- De blad- en takzettingen zijn zichtbaar geworden ritme-werkingen van
de waterwezens ---
3. Van buiten af komen de lucht-/lichtwezens die in de bladeren hun insnijdingen
zingen. (Te vergelijken met ons astrale gebied). Hoe hoger de plant in
het licht groeit, hoe dieper de insnijdingen zijn; dicht bij de grond
hebben de bladeren rondere vormen. Ook naar de punt van één
blad toe zie je meer en fijnere insnijdingen ontstaan. Muzikaal kun je
dit het mooist aangeven met de intervallen; gevoelens zijn naar buiten
toe te beleven als kleuren (de aardatmosfeer is de draagster van de ziel
van Moeder Aarde), en naar binnen toe als intervallen, dus wevend tussen
de tonen.
Daar gaat het dus vooral om de ruimte tussen de tonen (zoals ook bij de
bladeren ruimte ontstaat tussen verschillende delen van een blad).
--- De insnijdingen van de bladvormen zijn zichtbaar geworden interval-zangen
van de licht-/lucht-wezens. ----
4. Tenslotte komen de warmte-wezens die de gehele plant met bloeiende
bloem tot verschijning brengen; (ons Ik-wezen, onze individualiteit!)
dit kun je het best horen aan een melodie.
--- De bloem- en de vruchtvorming zijn zichtbaar geworden melodie van
de vuurwezens.----
2) Het is de bedoeling dat we in vier groepen dit plantje zingend gaan
“scheppen”.
Het is hier natuurlijk vanzelfsprekend dat de verschillende groepen natuurwezens
samenwerken. Dus dienen wij goed naar elkaar te luisteren terwijl we zingend
de plant “opbouwen”.
Opmerkelijk is, dat een gele
roos anders wordt gevormd door de gele licht-kleurwerking, dan een rode
roos. Naarmate je dichter bij de bloem komt, zie je dat de blaadjes van
de géle roos dieper zijn ingesneden dan in de buurt van de bloem
van de róde roos (geel heeft een insnijdend vormgebaar).
Vraagje: Kun je dan zeggen dat alle gele bloemen dezelfde soort ingesneden
bladeren hebben?
Antw.: De groei en de vorm van de verschillende planten zijn, naast hun
eigen (erfelijk bepaalde) innerlijke vormtendensen, natuurlijk ook sterk
afhankelijk van de plaats, de grondsoort, de weersomstandigheden etc.
waar ze voorkomen. Dus dat kun je niet.zo zeggen.
Vraagje: De natuurwezens, die zich met de groei van planten bezig houden,
zijn waarschijnlijk het meest actief in de lente!?
Antw.: Ja, maar je beleeft nu ook nog (weer) een nieuwe opbloei van diverse
planten. Maar de herfsttijd laat inderdaad een soort tegengestelde beweging
van de Natuurwezens zien.
Over het waarnemen van wezens: Hoewel je vooral je intellectuele verstand
moet uitzetten, moet je natuurlijk wel enigszins weten wat je te verwachten
hebt, waarop je letten moet; je moet er al een begrip van binnenuit van
hebben, waarmee je je waarnemingen van hen kunt verbinden.
Voorbeeld: De Polynesiers rond 1900 die nog nooit een stoomschip gezien
hadden, `zagen` hem dus ook niet in zee liggen! Ze wisten gewoon niet
waarop ze moesten letten!
Nicolaas antwoordt op een vraag of hij nu de hele dag door de Natuurwezens
waarneemt, dat hij zich meestal bewust moet inspannen om hen waar te nemen,
en er zich bewust voor kan afsluiten, en dat ze dan alleen tot hem doordringen
als ze werkelijk hulp willen of ergens de aandacht voor vragen.
Vraagje: Wordt er steeds bewust een beeld opgebouwd of kun je zeggen dat
dit ook in de genen zit? Of nog moderner komt dit voort uit een collectief
bewustzijn, zoals Rupert Sheldrake dat ontdekte: Meesjes in Indonesië
ontdekken dat ze de doppen van een melkfles kunnen doorpikken om zo vervolgens
bij de melk te komen. Elders op de wereld wordt door meesjes ditzelfde
slimmigheidje toegepast, zonder dat ze daarover hebben kunnen communiceren
natuurlijk. Hij noemde dit de `morfogenische` velden.
Meervoudig antwoord: * Het is hetzelfde als de uitvinding van het wiel,
de boekdrukkunst en de gloeilamp, ontdekkingen die op verschillende plekken
tegelijk gedaan werden. Dus Sheldrake heeft vast gelijk. Hety gaat hier
om inspirerende engelwezens die op verschillende plaatsen werken, wat
betreft de mensen; de diergroepen, zoals de mezen, worden elk geleid door
een inspirerend engelwezen, die het bewustzijn van de gehele soort draagt.
* Daarnaast is het met incarnaties zo, dat je als geestelijke entiteit
dié voorwaarden zoekt, die jou in staat stellen jouw aardse opdracht
uit te voeren. En daarbij maak je gebruik van het verschijnsel der erfelijkheid.
Dus krijg je vast ook veel beelden mee van je (voor)ouders..
* En dan is er ook nog zoiets als een collectief besef, anders gezegd:
mensen hebben oerbeelden. De draak b.v. is niet echt door iemand ooit
aanschouwd (hoewel?) maar uit een studie is gebleken, dat overal ter wereld
de mensen ongeveer het zelfde beeld van een draak hebben!
* Dan nog: De mens heeft ook een oerbeeld van een huis: Een vierkantje
(symbool van de aardse kristalachtige materiële wereld; en een driehoekje
erop als symbool van de Goddelijke wereld. Zelfs eskimo of makondekindertjes
tekenen dat zo. Als oerbeeld staat dit aan de hemel in het sterrenbeeld
Cepheus, die het beeld is voor ons fysieke lichaam (vierhoek) waarin de
geest (driehoek) kan wonen.
* De sterrenbeelden zijn ook veel meer dan een toevallig samenstelsel
van sterren. Je mag dus best concluderen, dat de engelenwereld hier inspirerend
werkt.*
* Tenslotte: Vanuit vorige levens nemen we ook nog herinneringen mee,
die op een onbewuste manier beelden kunnen vormen in onze ziel.
“De planten zijn een
objectivatie van ons geweten.”
Door de planten wordt –zij het onbewust- pure offervaardigheid getoond
in hun onbaatzuchtigheid. Immers het ene proces gaat voorbij om het volgende
proces mogelijk te maken: Nadat de plant gebloeid heeft, verdort hij om
vrucht- en zaadvorming mogelijk te maken. Als de bloem zichzelf erg mooi
zou vinden, zou ze niet willen verleppen (een verschijnsel, dat je bij
veel mensen letterlijk tegenkomt.) (Niet alleen vrouwen die zich laten
face-liften; ook oudere mannen die joggen). (De mens kan deze offerbereidheid
hooguit benaderen, door b.v de deugden* te oefenen. De planten tonen in
hun ether-gebaren een beeld van de kiem van onze levensgeest. Dat is díe
staat van ons bewustzijn die wij ooit bereiken doordat we leren mee-leven,
mee-lijden, dus offervaardigheid ontwikkelen. Of door scholingsoefeningen
of door het leven zelf (wat iets langer duurt).
Door te boetseren werken we daar al aan: Wij maken dan zichtbaar wat net
onder de drempel van ons bewustzijn plaatsvindt. Wij zitten doorgaans
erg vast in onze gedachten, onze voorstellingen; door te boetseren, laten
we onze handen doen wat we niet kunnen bedenken. We komen dan dichter
bij dat gebied dat net onder die drempel ligt.
*) Hier volgen op verzoek de
12 deugden, die door de Theosofie bekend zijn geworden en door Steiner
zijn aangevuld met een “vervulling”:
De 12 deugden:
21/03 – 20/04 Ram: Devotie (eerbied, vroomheid) wordt tot Offerkracht.
21/04 – 20/05 Stier: Innerlijk evenwicht wordt tot Vooruitgang.
21/05 – 20/06 Tweelingen: Uithoudingsvermogen (volharding, standvastigheid)
wordt tot Trouw.
21/06 – 20/07 Kreeft: Onbaatzuchtigheid wordt tot Loutering.
21/07 – 20/08 Leeuw: Medelijden (erbarmen) wordt tot Vrijheid.
21/08 – 20/09 Maagd: Hoffelijkheid (vriendelijkheid) wordt tot in
het menselijke contact tot een tact die recht uit het hart komt (= zoals
jouw eigen harteklop).
21/09 – 20/10 Weegschaal: Tevredenheid wordt tot Gelatenheid (“Uw
wil geschiede…”).
21/10 – 20/11 Schorpioen: Geduld (lijdzaamheid) wordt tot Inzicht.
(Adelaar)
21/11 – 20/12 Boogschutter: Gedachtencontrole (beheersing bij het
spreken) wordt tot Waarheidsgevoel.
21/12 – 20/01 Steenbok: Moed (dapperheid) wordt tot Kracht van de
Verlosser (kracht voor verlossing).
21/01 – 20/02 Waterman: Geheimhouding (zwijgzaamheid) wordt tot
Meditatiekracht.
21/02 – 20/03 Vissen: Grootmoedigheid wordt tot Liefde.
3) In vier groepen zingen we het Robertskruid tot verschijning. De maat
(waarin de aardewezens tot uiting worden gebracht) blijft aanvankelijk
wat vaag. Opvallend is, dat het plantje niet echt wil verschijnen…
Nadat Nicolaas een kleine ondersteuning heeft gegeven bij de maat-aardewezens,
gaat het hoorbaar beter met de andere wezens: ritme voor de blad/stengel-groei;
intervallen voor de bladvormen; en melodie voor de gehele verschijning
van het plantje, inclusief de bloem…
4) Nu gaan we gezamenlijk het plantje boetseren. Dat wil zeggen: Ieder
boetseert haar eigen bloemonderdeel, haar eigen natuurwezenwerking. Als
iedereen klaar is, wordt daar één “bouwwerk”
van gemaakt. In en op elkaar gezet. Iedereen mag daaraan werken, een mooie
sociale oefening.
5) Hierna proberen we de groei- en vormgebaren van het plantje te boetseren.
(Dit is weer een individuele opdracht.) Probeer aan te voelen (dus juist
niet te kijken) welk innerlijk gebaar dit plantje maakt en het daarom
tot een “Robertskruid-wezentje” maakt.
6) Nu houden we ons “beeldje” voor onze zeven chakra’s;
we proberen te voelen welke van de zeven het meest wordt “bewogen”.
Je voelt hoe je reageert vanuit een bepaalde Lotusbloem. Meestal voel
je een reactie bij twee. Een bepaald plantengebaar correspondeert met
een bepaalde Lotusbloem, omdat de ontwikkeling hiervan samenhangt met
een specifieke deugd (welke anders is dan een van de genoemde 12). Als
het nou niet goed voelt bij één ervan, probeer dan iets
aan je creatie te veranderen, waardoor het wel goed gaat voelen.
Behalve bij deze “oefening” die een bepaalde Lotusbloem activeert,
gebeurt dat natuurlijk ook al als je op deze meditatieve manier naar de
beweging, de gestiek, het gebaar in een plant kunt kijken.
Doe dat nu bij je chakra’s in de volgorde, waarin ze zich bij ons
van nature ontwikkelen:
(1) Voorhoofd (2-bladige)
(2) Keel (16-bladige)
(3) Hart (12-bladige)
(4) Zonnevlecht (10-bladige)
(5) Onder de navel (6-bladige)
(6) Stuitje (4-bladige)
(7) Boven het hoofd (1000-bladige)
6b) Tenslotte geven we ons
scheppinkje aan een buurvrouw om haar te laten ervaren wat het háár
doet. De reacties heb ik niet kunnen opschrijven (ik was met de soep bezig).
Via de deugden die wij heel
nauwkeurig en met aandacht kunnen oefenen (mediteren), zijn wij in staat
om de helft van de bladeren bij elke Lotusbloem weer te laten “draaien”;
de andere helft die heel vroeger als een menselijke kwaliteit vanzelf
al draaide, (waardoor de mens van nature helderziend was) gaat dan ook
weer functioneren.
Voor elke Lotusbloem zijn specifiek aangegeven oefeningen. Daardoor kunnen
wij leren deze zielen-waarnemingsorganen weer te activeren.
Daarnaast is het noodzakelijk de 12 deugden nauwgezet en zonder ophouden
te beoefen in het dagelijkse leven!
Bachdruppels hebben een vergelijkbare werking; alleen gebeurt dat in feite
onbewust, zonder de persoonlijke inspanning van de cliënt.
Als we tussen dood en nieuwe geboorte alles uit het vorige leven hebben
afgelegd, komen we bij onze eigen ster. We ontmoeten Christus als de Geworden
Mensenzoon en aanschouwen hoe we zo kunnen worden door de ideeën
van het Goddelijke plan die in de sterrenbeelden (buiten de rdeirenriem)
staan ingeschreven, op aarde als idealen zullen ontwikkelen, waarbij we
onszelf en de aarde kunnen omvormen; wij worden dan tot mensenzoon. Verschillende
vanm die sterrenbeeld-idealen zullen we ons voornemen om uit te werken
in een volgende incarnatie. Dan keren we door de sterrenbeeldsferen en
de planeten terug naar de aarde. Hier komen we allerlei omstandigheden
tegen die het ons mogelijk maken (of juist ook moeilijk maken!) om dat
heilige voornemen uit te voeren. We werken daaraan wanneer we door alle
weerstanden heen (innerlijk en uiterlijk) toch dat ideaal willen verwezenlijken,
en daarmee een goede gewoonte ofwel deugd daadwerkelijk kunnen ontwikkelen…
MIDDAGDEEL:
Nicolaas wil ons laten kennismaken met de Waterwezens. Hij legt uit hoe
deze natuurwezens geordend zijn:
Rangorde der Waterwezens:
1. De kleinsten in rangorde heten Ondinen of Nixen (Watermannen).
Zij onderhouden het evenwicht in waterlopen, meertjes, plassen, sloten,
vijvers, etc; zij verspreiden de klank-vormkracht over het omringende
land door te dansen aan de waterkant. Je neemt ze het beste waar (voelt
hun werking, hun aanwezigheid) door op ca 8 meter afstand van de waterkant
te gaan staan en zachtjes mee te wiegen: je laat dan hun astraallichaam
op jouw etherlichaam spelen, waardoor je spieren door hen worden bewogen.
In de planten en bomen verzorgen de Ondinen de sapstromingen; datzelfde
bewerken zij in dieren en ook bij ons, mensen. Ze zijn het best te benaderen
in de maatsoort: kort/kort/lang/kort. (Een peon-ritmevoet.; dus zo: ^
^ __ ^ )
2. Een trede hoger in bewustzijn staan de Nimfen (van weide, bos en meer).
Zij bewerkstelligen evenwicht en groei in het gebied dat zij bestrijken
door het water te verlevendigen vanuit hun zielsmatige gebaren. Zij worden
bestuurd door de Aartsengelen.
3. Alle Nimfen worden geleid door Landschapsnimfen of Nukken. Zij bewerkstelligen
het ecologisch evenwicht in grotere natuurlijke milieus. Ontbossing veroorzaakt
een disbalans in het systeem, waardoor overstromingen verwoestende werkingen
kunnen hebben.
4. Deze staan onder leiding van een nog hogere Deva, de Koning der Nimfen
(Indische naam: Varuna; Europese naam: Neptunus)
(Deze overzichtelijke indeling vind je in het boek van Nicolaas: “Werken
met Elementenwezens”, pag. 96-98; het is bij hem te koop.)
(De hoogste groep van vuurwezens is de MUZEN. Zij inspireren tot cultuur;
alle culturele uitingen worden door hen gedragen. Dat is: van het maken
van muziek tot heel gewoon een hand geven. Dus ook bij het boetseren van
de waterwezens b.v. dragen zij hun steentje bij…)
Waarnemings-excursie:
a) We rijden per auto naar een gebied (afslag Huizen van de A 27) waar
de “Gooyersgracht” over een dammetje stoomt en een watervalletje
veroorzaakt. Hier staan we dromerig (maar toch wakker!!) heen en weer
te wiegen om beter in de sfeer van de waterwezens te komen. Ook de koeien
aan de overkant in het weiland lijken mee te doen. Misschien hebben zij
wel het juiste innerlijke gevoel om de Ondinen te kunnen waarnemen…
b) Als we de ethersfeer voldoende op ons hebben laten inwerken, is het
de bedoeling dat we dit gevoel proberen uit te drukken in een vorm in
de klei (die Nicolaas heeft meegenomen). We boffen, want we kunnen mooi
op een grasrand zitten uít de wind ín de zon. Iedereen maakt
zijn eigen vorm.
c) Daarna gaan we weer op onze plek staan bij de beek en nodigen een Ondine
uit om mee te gaan naar de schooltuin, die wel een waterwezen gebruiken
kan. Ook nu weer (evenals bij de aardewezens) zou je kunnen voelen, dat
jouw creatie iets zwaarder wordt. Je zou ook een beeld kunnen krijgen,
of je hoort een innerlijke stem, of je voelt gewoon iets. Neem dit serieus;
het is jouw authentieke gewaarwording, die niet te vergelijken is met
die van iemand anders. Vertrouw erop, dat dit aan jou iets te zeggen heeft.
d) Vervolgens gaan we in de auto’s terug naar school (met je aandacht
bij de opdracht die je bezig bent uit te voeren; dus zonder veel te kletsen);
dan plaats je jouw beeldje ergens in de schooltuin.
Nu vraagt Nicolaas ons, óm
de school heen te lopen en het verschil te voelen; vóór
de school (op het grasveld) voelt het anders dan áchter de school
(op het plein). We lopen rond en velen van ons constateren inderdaad een
andere werking; maar (denken we) dat komt ook omdat op het plein meer
levendigheid van de kinderen hangt. (Dit is meer het astrale gebied)
Ook langs de randen van het plein heerst een andere sfeer (“jonger”,
“nieuwer”) dan in het midden.
Op het grasveld voor de school vertoeven wel meer waterwezens dan op het
drogere (stenen) plein. Bij deze waarneming stel je je meer op het ethergebied
in. De Kastanjeboom op de hoek van het grasveld lijkt een wachterfunctie
te hebben voor dit gehele terrein. Of, zegt Nicolaas, het is een wezen
dat in de boom “woont”.
Er is te weinig tijd om nu nog iets te gaan boetseren, zodat we er alleen
over praten.
Hier eindigt de tweede bijeenkomst.
De volgende keer (30 oktober) gaan we ons verdiepen in de lucht-/licht-/kleurwezens.
Namens Nicolaas en Margalit,
Met fraaie herfstgroet aan alle wezens,
Job.
VERSLAG
van de 3E BIJEENKOMST van de CURSUS
NATUURWEZENS LEREN WAARNEMEN
30 Oktober
Vandaag gaan we ons bezighouden
met de Licht-/Luchtwezens.
OCHTENDDEEL:
Job begint met de mededeling,
dat de verslagen die over deze cursus gemaakt worden, niet geheim zijn
en dat er vrij in bent ze aan derden door te geven. Daarbij dien je dan
wel te beseffen, dat je dan ook zelf daarvoor verantwoordelijk bent.
Je zou je kunnen afvragen of het wel zinnig is ze zonder meer door te
geven. Hoe geef je ze aan een ander? Even snel via e-mail? Moet je er
tevens een uitleg bij geven?
Bedenk in het kader van deze cursus: Elke daad die je verricht, schept
ook een wezen…
Op de vraag aan de cursisten
of er op het gebied van natuurwezens-leren-waarnemen nog ervaringen zijn
opgedaan in de afgelopen 3 weken, komt een aantal reacties:
· Ik liet een kind in het kader van Haloween een soort schedelachtige
vorm van klei maken. Ik probeerde me open te stellen voor de mogelijkheid
dat ook hier natuurwezens konden werken. En ziedaar: het kind maakte een
Trol-achtig wezentje….
· Ik stond met een stevige storm aan de Amstel en vond het fascinerend
te zien hoe hier de elementenwezens voortraasden. Toch voelde ik dat een
werkelijke beleving nog ver van me af stond door de vele gedachten die
er door mijn hoofd gingen.
· Ik liep langs de kust van de Noordzee, onderzocht en ervoer op
8 stappen van de branding de water-wezens; daarop zag ik op de golven
hoe er dwars op de kust allerlei bewegingen zichtbaar waren.
· Ik werd met mijn dochtertje naar een voor mij vreemde plek “geloodst”
en hoorde het bang makende geraas van een waterval; ik was bang voor mijn
dochtertje hoewel ik haar vasthield en er ook een veilig hek stond. Ik
bedacht dat ik (net als bij het stroompje van de vorige keer) eens op
8 meter afstand moest gaan staan. Door de aanwezigheid van een vriendin
kwam ik er niet toe. Ik ga beslist terug om dat eens te ervaren…
* Nicolaas: Als we dat nu eens werkelijk zouden kunnen ervaren, dan waren
er geen hekjes meer nodig; dan ontwikkelen we nu dus een soort “morele
techniek”.
· Als je een boom omzaagt, wat gebeurt er dan met het boomwezen?
* N.: Die blijft dan op pijnlijke wijze achter in de stronk totdat het
laatste sprankje leven uit de wortels verdwenen is. Je zou hem kunnen
uitnodigen mee te gaan naar een andere (jongere) boom. Je hoeft niet eens
een voorwerp (tak, stuk steen) te hebben; aan de aandacht waarmee je het
doet, heeft zo’n wezen al genoeg. Als je een beeldje hebt gemaakt,
gaat dat wel makkelijker.
* Bedenk daarnaast, dat er behalve een Boomwezen, die de boom ís,
bv. ook nog andere wezens in de boom “wonen”. Dat zijn andere
wezens
* Zelf beleefde Nicolaas eens, dat een Pan-wezen zich in zijn hart nestelde.
Maar dat wezen “grapte”, dat hij niet bang hoefde te zijn,
want hij zou er niet in blijven zitten.
* N.: Overigens, als je een boom snoeit, vindt hij dat niet erg; het is
het bijhouden en verzorgen van de natuur. Het gaat er wel om met welke
intentie je dat doet!
· Hoe communiceer je met Natuurwezens in een ander land?
* N.: Deze wezens spreken natuurlijk niet een bepaalde taal. Je communiceert
via jouw gedachten in jouw eigen taal; ’t kan ook via beelden of
stromen, die een gedachte onder woorden brengen.
“Ik werk ook met landschapswezens in Portugal; en hoewel ik geen
Portugees spreek, “begrijpen” we elkaar wel.”
* Zet je bepaalde dingen niet erg vast doordat je ze “vangt, vastlegt
” in woorden?
* N.: Hoewel dat natuurlijk wel zo is, gaat het er toch om de dingen duidelijk
te benoemen. Dat moet je wel steeds proberen te doen; want vage gevoelens
zijn ook voor hen vaag; daar kunnen ze weinig mee. Vandaar ook dat we
aan het eind van een oefening onze gevoelens (gedachten) in een klei-beeldje
proberen te vatten, en ook in woorden.
Denk aan de term: “Be-grijpen”: Je probeert iets te grijpen,
te “Be-vatten”.
De mens krijgt de opdracht van de schepper om de schepselen een Naam te
geven. Daarmee kan hij ze ook begrijpen. (Genesis 2: 19- 21). Het is zelfs
beter nóg concreter te worden.
Dat is ook de reden, dat we de ervaringen in klei proberen zichtbaar te
maken. Vaak helpt dat ons ook, om er nóg meer van te ervaren, dan
we eigenlijk dachten, omdat het denken zo abstract blijft en twijfelt
of het wel iets waargenomen heeft, terwijl de handen gewoon hun werk doen
op een heel ander, praktischer niveau, dat even reëel is….!
Misschien dat we daarin onze ervaringen nog veel wezenlijker tot uitdrukking
brengen; maar dat zijn we niet gewend..!
* Hebben de verschillende elementenwezens ook onderling contact?
* N.: Wonderlijk genoeg is dat lang niet altijd het geval. Dat hoeft ook
niet; want ieder doet zijn eigen werk; dat is hun ónvrijheid. Het
is een nieuwe taak van ons mensen om deze onderlinge verbinding meer en
meer tot stand te brengen. De wezens zijn daar heel verbaasd over, maar
ook dankbaar voor. Dit is nieuw in hun ontwikkeling. Want sinds 1960 treedt
de engelen-wereld, die hen aanstuurde, steeds meer terug om de mensen
hen te laten leiden. Aangezien weinig mensen hen waarnemen en zich van
deze taak bewust zijn, zijn ook de element wezens “aan hun lot”
- eigenlijk dus aan óns lot(!) - overgelaten. Bedenk, dat er nu
woonwijken uit de grond gestampt worden, die op de tekentafels bedacht
zijn, zonder enig besef wat er in het landschap met deze wezens gebeurt,
dat er überhaupt bij allerlei “milieu”-regels niet echt
rekening gehouden wordt met zoiets als de natuurwezens. Dan is het niet
verwonderlijk, dat er onder deze wezens veel verwarring ontstaat. En dat
ze in sommige gevallen ook gaan tegenwerken. Het is belangrijk dat mensen
weten van de Landschapstempels! (zie verslag van vanmiddag)
* Het is wel zo, dat Steiner in de geestelijke wereld een school voor
hen heeft gecreëerd, waar een aantal van deze wezens worden voorbereid
op deze tijd door menskunde te studeren,
zodat zij niet geheel onvoorbereid deze verandering ondergaan. Maar zélf
kunnen zij in de aardse sfeer weinig zelfstandig doen. Zij hebben daarbij
de hulp en de aandacht van de mensen nodig!
* Van de schrijfster Hallywell verscheen het boek “Een zomer met
het kleine volkje” waarin zij uitvoerig haar ontmoetingen en communicatie
met de natuurwezens beschrijft. Hierin blijkt ook hoe zeer de wezens van
ons mensen afhankelijk zijn (ISBN 90 60 38 4962). Ook vertelt een elementwezen
haar van deze door Steiner gestichte school, en hoe hij daarvoor werd
gevraagd om mee te doen.
* Maar bedenk wel, dat natuurwezens geen vrijheid en geen moraliteit hebben.
Alles wat zij doen, komt dus voort uit een soort van wetmatigheid; zij
handelen niet met voorbedachten rade uit wraak of uit onvrede, behalve
wanneer zij zich niet erkend en gebruikt voelen: dan kunnen zij in het
moment boos reageren, en kunnen zich dan in boosheid verenigen en zoiets
als storm- (water- en lichtwezens), vuur- (warmtewezens) of koudereuzen
(aardewezens) worden; de lager ontwikkelden onder hen kunnen niet overleggen
om te besluiten of zij nu eens dit, dan wel iets anders zullen doen. Zij
kúnnen niet anders! En worden soms gebruikt door hogere engelwezens.
Zij reageren echter wel op onze moraliteit, zodat het weer wel degelijk
door ons beïnvloed wordt.
* In de vroege mensheidsontwikkeling bezaten ook mensen die nog dicht
bij de natuur stonden (de fase van de “gewaarwordingsziel”)
dit geweten nog niet. En nu moeten elementwezens die zich als mensen incarneren
om samen met ons in ontwikkeling te komen, dit ook ontwikkelen, doordat
zij veel leed en medeleven dienen door te maken; zij verdichten dan rond
hun hart iets dat lijkt op onze ik-organisatie (die zich in de warmte
uitdrukt), waardoor ze zich als mens verder kunnen gaan ontwikkelen; hieruit
maken we de hogere geestleden (geestzelf, levensgeest en geestmens) vanuit
vrijheid en liefde.
Een voorbeeld van zo’n wezen is het personage in de Arthurlegende
van “Morgana la Fay”; een fee-wezen. Zij bezit nog niet het
morele besef, dat wat zij doet (slapen met Arthur, waaruit een bastaardzoon
voortkomt) immoreel is. De kwade gevolgen en consequenties blijven dan
ook niet uit!
* Ook Karlik (in het gelijknamige boekje van Ursula Burkhard, uitgeverij
Vrij Geestesleven) heeft het vooral over het leven in het Nu; het genieten
van dit moment: “Laat ons verheugen”.. Je zou bijna mogen
zeggen, dat die lagere natuurwezens een beetje “autistisch”
zijn. Ze doen alleen maar één ding, en verder niets! Toch
kunnen ze wel enige empathie leren van de omgang met de mensen (de aandacht
is het begin ervan!)
* UFO-wezens, zijn oorspronkelijk natuurwezens die zich soms tot in de
materie kunnen verdichten. (unidentified flying objects). Ze hebben zich
o.a. in de techniek verhard en nemen vormen aan door krachten van ons
en de dieren te nemen die in het astraallichaam van mens en dier creërend
gewerkt hebben en nog steeds werken. Het wonderlijke is, dat wanneer zij
zich verdichten, zij een uitwendig skelet hebben, zoals insecten!
* Natuurwezens ondergaan dus in sterke mate de invloed die (onbewust,
maar toch) door mensen op hen wordt uitgeoefend: Voorbeeld: Mount Shasta
in Californië was een spirituele plek, waar een “Witte Broederschap”
zorgde voor een goede sfeer. De hier heersende Deva kreeg later, toen
veel meer mensen deze berg gingen “vereren”, sterke Luciferische
krachten, rond de tijd dat de Broederschap zich terugtrok. In dit gebied
heeft Nicolaas met een medewerker harmoniserend gewerkt om de Deva weer
terug te voeren naar de werkelijkheid en haar eigenlijke taak.
* Ander voorbeeld: Een theekopje bevat diverse vastgezette wezens: de
handige open vorm, het oortje om het te kunnen vasthouden, de platte bodem
om het te kunnen neerzetten; het glas om erdoorheen te kunnen kijken.
Overal, in alle gebruiksvoorwerpen (machines etc) zijn dus elementwezens
gevangen, die het ons mogelijk maken deze dingen te gebruiken. Dit wetend
zouden we iets meer respect, aandacht en ook dankbaarheid kunnen opbrengen
t.a.v. deze gevangen wezens.
* Het vastzetten van wezens behoort tot de “8e sfeer”. Dit
is de huidige aardesfeer waarin Ahriman en Lucifer samenwerken. Zij werkten
ook al samen toen zij Christus trachtten te verleiden, vlak nadat hij
was geïncorporeerd in het lichaam van Jezus van Nazareth, na diens
doop in de Jordaan.
“De Geest dreef Hem (Jezus) naar de woestijn, waar Hij 40 dagen
vastte, om verzocht te worden door de duivel, de verzoeker (Mattheus 4):
1. “Zeg dat deze stenen brood worden”. Ahrimans verzoekingstruc)
2. ” Spring van het dak van de tempel, de engelen zullen U dragen.”
(Lucifers poging). 3. De duivel nam Hem mee: “Aanbid mij en ik zal
U de koninkrijken der aarde schenken. Jezus zegt dan: “Ga weg Satan.”
(tegen beide verleiders?)
De andere evangelisten zijn ook niet duidelijk in hun woordgebruik: door
de Satan (Marcus 1: 12-13); door de Duivel (Lucas 4: 1-13); niet genoemd
bij Johannes.
Lucifer: lichtdrager, zelfzuchtig, richt zich op het Ik-bewustzijn van
de mens, welke hij heeft gewekt; in de bijbel kom je hem tegen onder de
naam: Duivel. (Hij treedt in Paradijsspel op) Ahriman: (Angrimaniu uit
de oud Perzische literatuur), duisternis, hebzuchtig, richt zich op de
onderwerping van de mens aan de materie, slaaf van de economie; in de
bijbel wordt hij Satan(as) genoemd.(Deze treedt in het Driekoningenspel
op).
Deze twee polaire machten werken nu samen om de mens van zijn ontwikkeling
af te houden, anderszins hem sterker te maken om zich tegen deze verleiding
teweer te kunnen stellen.
* Ook in bakstenen zitten de natuurwezens gevangen. (hoewel dat minder
erg moet zijn dan b.v in beton; hiervan is o.a. het Goetheanum gebouwd.
Dat lijkt een doodshoofd. OK dat is de buitenkant. Maar het gaat in wezen
om de binnenkant, het innerlijke!
* Dan de Lierse Steinerschool. Die is door bovenbouwleerlingen gebouwd
van strobalen. Ook de huizen van vroeger werden uit natuurlijke materialen
vervaardigd: turf, graszoden, mest, hout, natuursteen uit de streek.
* Werken deze wezens ook mee bij een initiatief tot het vormen van een
b.v. een nieuwe
werkgemeenschap, zoals een nieuwe school, of een vereniging? En op welke
manier doen ze dat? Wat gebeurt er als er b.v. ruzie ontstaat of als het
helemaal niet lukt…?
* N.: Jazeker werken ze mee. In een menselijke samenwerkingsvorm, van
huwelijk tot maatschappelijke organisatie tot bedrijf, werken “gevallen
Aartsengelen”, die zich met de aarde verbonden hebben, als inspiratoren.
Zij kunnen wel degelijk roet in het eten strooien. Denk dan maar rustig
aan Drakenwezens! En bij onenigheid tussen de deelnemende mensen gaat
het om element/gedachtewezens die nog niet zozeer verlost zijn ofwel genoeg
doorlicht met het bewustzijn.
Daarbij is het belangrijk dat je ervan uitgaat, dat zo’n initiatief,
evenals elk levend organisme 7 “organen” heeft! En dat dus
ook de betreffende Planeet-engelen inwerken op deze organen, zoals ze
dat ook doen op de fysieke organen van ons menselijk lichaam. Door heel
secuur en bewust met deze planeetkrachten om te gaan, ben je in staat
die gevallen Aartsengelen te helen en te verheffen (ja heus!). Terwijl
wíj positief werken op hún ontwikkeling, gaan zíj
dan ook positief meewerken in ónze organisatie (zij willen in wezen
omgevormd en verlost worden).
-De driegeleding zonder deze kennis en praktische toepassing willen invoeren,
is tot mislukken gedoemd.
De 7 organen van een organisatie kunnen we als volgt onderscheiden:
1. Onderzoek. (Saturnus)
2. Beleid, (directie, aandeelhouders, Raad van Commissarissen; dit onderdeel
is vaak te “zwaar”. (Jupiter)
3. Management (de praktische uitvoering; de faciliteiten scheppen) (Mars)
4. Administratie en Secretariaat. (Venus)
5. In- en Verkoop (Mercurius)
6. Productieafdelingen (arbeiders op de werkvloer) (Maan)
7. Medezeggenschapsraad. MZR (Zon) Het is de bedoeling dat de zonnekrachten
(=een goede evenwichtige MZR) het hele bedrijf overstralen; in elk geval
moet ze nadrukkelijk in het beleid aanwezig zijn.
Grote organisaties, als Shell en Philips worden misschien wel begeleid
door Aartsengel die zich op aan het werken is tot een Tijdsgeest, een
Archai-wezen. Zij bepalen het gezicht van onze huidige tijd. Ook hun inspanningen
(b.v. om derde wereld landen te helpen) moet gezien worden in dit licht.
(Hoewel er natuurlijk ook egoïstische financiële motieven een
rol spelen!)
* We zijn het erover eens, dat er blijkbaar ook wezens aan het werk zijn
in deze bijeenkomst, die met dit uitgebreide algemene vragen- en opmerkingenlijstje
“moest” beginnen.
* Nu gaan we naar de bespreking
van de Licht-/Luchtwezens toe:
1. De Sylfen hebben de kleinste taak: Nu treft men hun werking aan in
de kleuring der bladeren; de herfst is bij uitstek een goed jaargetijde
om ze te kunnen waarnemen; zij maken zich los uit de kleur der bladeren
en gaan weer terug naar hun etherische vormloosheid.
2. De Ruimte-feëen bestrijken een groter gebied; zij werken vanuit
de astrale sfeer door middel van gevoelens, waarmee ze harmonie in de
ruimte brengen en zo de stemming op een bepaalde plaats bepalen.
3. De Landschapsengelen of –deva’s; zij zijn engelen van Moeder
Aarde, Moeder Sofia; deze staan naast de hemelse hiërarchie die van
God de Vader stammen. Zij vertegenwoordigen een meer vrouwelijke energie:
omhullend, verzorgend, begeleidend, (zoals Venus en als metaal het Koper
doen).
* Zelfs als wij praten, scheppen wij deze wezens:
De Waterwezens dragen de klanken door de ruimte. Waterwezens zijn in staat
de lagere tonen ver te kunnen dragen. Over zee, of door de mist kun je
dat waarnemen.
De Luchtwezens geven klankkleur aan de klanken; in onze spraak meer de
klinkers, maar ook de klankkleur van stemmen.; zij dragen met name de
hoge tonen in droge lucht veel verder.
Warmtewezens wonen in de warmte (enthousiasme) waarmee iets gezegd wordt,
en geven ook warmte aan een toon of klank; terwijl de Aardewezens te vinden
zijn in de gevormdheid waarmee gesproken wordt, de articulatie, in onze
spraak veelal de consonanten.
----En hierbij hebben we het nog niet eens gehad over de inhoud van wat
gezegd wordt!---
Dan is er ook nog het taalgebied, waar een volk woont; die wordt bepaald
door de geaardheid van de grond (vlak, vochtig, hoogteverschillen). Leeft
men in een berggebied, dan wordt de taal zingerig, en krijgt deze hardere
medeklinkers (meer kontoeren; bijvoorbeeld Noorwegen, Zwitserland)). Is
er veel kleur in de natuur, dan zullen duidelijker klinker-klanken voorkomen
(Italië, Nederland).
Dit alles heeft te maken met de taalgeest die zich met verschillende volkszielen
en daarmee taalgebieden verbinden.
Je kunt hieruit opmaken, dat je een vreemde taal dus beter en sneller
leert in het land zelf; niet alleen omdat je de taal meer hoort spreken
(fysiek/materieel), maar omdat er andere (erbij behorende en inspirerende)
wezens in meewerken.
In een iets kleiner verband werkt dit ook zo bij dialecten…
* Ook in onze gebaren worden wezens geschapen; Dit is belangrijk voor
onze houding in de peuter/kleuterklas.
* We kijken nu naar de Paarse Dovenetel, die Nicolaas heeft meegenomen:
De stengel is opvallend vierkant-vormig.Vanuit het zaad werken de aarde-vormwezens
nog stevig door in de stengel (muzikaal te beleven in de 4/4 maatvorm).
Dan zetten de waterwezens de groei voort met op ritmische afstanden de
aanzet der bladeren; zelfs ook waar de stengel horizontaal groeit, nieuwe
“plantjes” in de okselknoppen van de bladeren; onderaan zijn
de bladeren ronder, minder ingesneden (grotere waterwezen-invloed) dan
bovenaan, waar de insnijdingen veel dieper zijn (lucht/lichtwezen-invloed),
dit kun je uitdrukken door intervallen. Tenslotte verschijnt het paarse
bloempje als kroon en complete verschijning van deze plant in zijn totaliteit,
wat we kunnen laten horen als een melodie.
We bouwen de plant weer zingend op in vier groepen: maat, ritme, intervallen,
melodie.
* Overigens gaan wij bij elke wilshandeling ook zo te werk, alleen dan
omgekeerd:
Wanneer we een daad willen uitvoeren, duikt ons ik, levend in de warmte,
in het zielenlichaam; daardoor ontstaan er tonen, en de intervallen ertussen
zijn de werkingen der gevoelens. Wanneer er zich een sympathisch gevoel
mee verbindt, kan het zielenlichaam zich dus met de voorgenomen daad verbinden.
Het ik trekt zich uit de ziel terug, en deze drukt zich af op het levenslichaam.
Dan ontstaat er hetzelfde als wanneer wind over het water gaat, namelijk
wervelingen (golven); ritmen. De tonen kleden zich met ritmen. Het levenslichaam
voegt zich vervolgens naar het fysieke lichaam, waar de organen de maat
stellen, ofwel de ritmische tonen kleden zich in maat; en men voert de
daad uit met het fysieke lichaam. Aan elke daad gaat dus een symfonische
beweging vooraf..
Na deze waarnemingen en scheppingsklanken gaan we ons eigen “wezensonderdeel”
boetseren. Er is te weinig tijd om het nog tot één geheel
samen te voegen…
MIDDAGDEEL
Voordat we naar de hei gaan,
zet Nicolaas uiteen wat we gaan doen:
Elk gebied (zo groot als een land, of Europa, of ook kleinschaliger als
een tuin) wordt als een etherische eenheid beschouwd: de Landschapstempel.
Deze wordt beheerd door een groter (of kleiner) wezen, al naar gelang
de grootte van het gebied: de Landschapsengel of Landschapsdeva.
Het is duidelijk dat deze landschapstempels elkaar ook kunnen doorkruisen.
Zo’n gebied wordt bepaald door drie krachtpunten, die in een gelijkbenige
driehoek van elkaar verwijderd liggen.
* Voorbeeld: De Mookerheide. Daar kan de Deva zich niet met het landschap
verbinden omdat twee van haar punten door granaten geschonden zijn (nitroglycerine
en kruid slaan gaten in het astraallichaam van Moeder Aarde; de atmosfeer);
ze hangt er dan boven. Dit zie je dan aan de ziekelijke groei van de planten
en de bomen, door de te grote droogte. Ook is nog veel onrust vanwege
de vele daar gesneuvelde soldaten en hun nog ronddolende zielen. In dit
gebied werkt Nicolaas al enige tijd genezend en harmoniserend met een
groep mensen. De groep vraagt haar dan om toch de verbinding met de aarde
aan te gaan. Voor landschapswerk is 4 het minimum.
* Ander voorbeeld: De Veluwe heeft zo’n driehoek, landschapstempel,
die zich uitstrekt van Almen (bij Zutphen) naar Driebergen/Zeist (een
theekoepeltje staat precies op die plek, vast niet toevallig) naar vermoedelijk
Urk.
De wezens waren al in verwarring toen door het punt in Driebergen de HSL-spoorlijn
aangelegd zou worden. Dat merken ze onmiddellijk. Ze konden ook weer gerustgesteld
worden, toen dat niet doorging.
* Bij de oude concentratiekampen in Duitsland en Polen is het ook moeilijk
voor Deva’s om weer die verbinding met de aarde te maken, vanwege
de wandaden die daar aan en door mensen zijn verricht. Ook daar werkt
Nicolaas met een groep.
1. Het eerste punt heet het
Instromings-punt, dat bewaakt wordt door een Witte Deva (dezelfde Deva
in haar instromingsgedaante). Op deze plek stromen de kosmische krachten
in de aarde binnen. Je kunt dan een etherische zuil zien van verdichte
naar de aarde stromende lucht. Hier hoort de landschapsengel de sferenmuziek;
zij brengt die over op de aarde-, vuur-, water- en de licht-/luchtwezens,
welke laatsten (c.q. de ruimtefeeën) het de omgeving in dansen.
2. Het tweede punt is het Transformatie-punt; dit wordt beschermd door
een Zwarte Deva. De ruimtefeeën dansen het door de ruimte naar dit
punt toe; hier worden de kosmische en de aardse krachten verteerd en als
in een synthese samen omgewerkt, zodat er een gezond makende helende werking
ontstaat.
De feeën dragen deze harmonieën door de ruimte naar het uitstromingspunt;
de nimfen dragen deze.
3. In het derde punt, het Uitstromings-punt, begeleid door een Blauwe
Deva, stromen de getransformeerde energiestromen weer terug naar de hemel.
Er gaat hier een onderaardse stroom van verfijnde levenskracht terug naar
het instromingspunt.
Op weg naar de hei moeten we letten op de kleurende bladeren van enkele
bomen op het grasveldje voor de school, waar de sylfen zich bevrijden
uit de bladeren. (Ik herinner me weinig opvallende reacties.)
Op de hei vertelt Nicolaas over de bijzondere krachten die de licht-/luchtwezens
in hun samenwerking ontwikkelen:
De Landschapsdeva (de vorige keer dat Niocolaas hier was, heeft hij haar
al “ontmoet”; zij toonde zich wat argwanend) was nu welwillender.
Zij is er nog niet zo lang; n.l. pas sinds de laatste ijstijd!!!!!
Haar koele stemming heeft te maken met de vervuilende invloed van o.m.
de grote wereldomroep-zendmast in Hilversum. Ook de vele andere zendmasten
en mobieltjes hebben een negatieve werking; zij maken gebruik van dezelfde
frequentie als waterstof heeft; en deze substantie is eigenlijk bedoeld
als drager van menselijke warmtekrachten. Daaraan zal het dus moeten gaan
mankeren….
Nog niet zo heel lang geleden werkten tovenaars en heksen (wicca;’s)
met deze energieën, wezens. Zij werden door de kerken in de ban en
op de brandstapels gegooid als zijnde bedreigend voor de kerk.
Maar de oude punten van de Landschapstempels werden wel gebruikt om er
Christelijke kerken en kathedralen op te bouwen. (Chartres is zo’n
voorbeeld: Je vindt daar in de crypte een beeld van de Zwarte Madonna,
wat aangeeft dat het daar om een transformatiepunt gaat. Überhaupt
is de verering van Maria een verchristelijkte doorwerking van het weten
omtrent deze landsschapsdeva’s.; de drie Maria’s waren alledrie
boden van Moeder Aarde/Moeder Sofia, en zijn eigenlijk haar engelen, net
zoals de landschapsengelen.
De bestseller van Dan Brown “De Da Vinci Code” (ISBN 90 245
4800 4) beschrijft heel aangrijpend (en spannend) hoe die oude vrouwelijke
etherische aarde-krachten (die bewaard werden door een geheim genootschap)
vernietigd werden door de paternale RK-kerk om de macht over het volk
te behouden.
Ook Marco Pokacnik (titel: “Die Landschaft der Engel”) beschrijft
deze werkingen van de landschapsdeva’s, alsook hoe men hen kan genezen
(in ‘De Aarde Genezen’).
Voorbereiding: We staan in
een kring en zingen de sfeer van de dag, van onszelf op dit moment; zo
komen we met onze eigen stemmingen, maar trachten daardoor een objectieve
sfeer te bereiken, een benadering van de harmonie der sfreren van dat
moment. Aangezien de Deva dit ook hoort van de nog hogere Deva der Sferenharmonieën,
van bovenaf, zal dit haar verbazen nu van mensen te horen, en zich meer
open willen stellen voor ons, zodat we beter in staat zijn haar te ontmoeten.
(Pas op dat je niet “in slaap raakt”. Dat is ook zo’n
voorkomend verleidelijk gevoel. Blijft er wakker en bewust bij!). Nicolaas
speelt tegen deze stemmingsimprovisatie op zijn lier kleine melodieën
in verschillende tonaliteiten, maten en ritmen, corresponderend met de
10 planeten zoals die op dat moment aan de hemel staan en naar de aarde
klinken.
Het zijn de 10 planeten die in de horoscoop (vooraf gemaakt door Nicolaas)
een bepaalde invloed hebben via hun specifieke constellaties op dít
moment.
Op 24 oktober stond er een pentagram aan de hemel van 5 planeten (Jupiter,
Saturnus, Neptunus, Uranus en Venus); dit komt maar eens per zoveel eeuwen
voor; het geeft een mogelijkheid aan, dat de geestelijke wereld op aarde
iets wil bewerkstelligen.
Er gebeuren dan ook wonderlijke dingen in de wereld, in ieders eigen leven.
Vroeger heeft men uit planetenstanden de kwintencirkel afgeleid, waaruit
de majeurtoonladders zijn ontwikkeld. Sommige mensen kunnen het ook nu
nog hóren, wanneer er een ster boven de horizon verschijnt!
Dan gaan we naar de plaats waar het Instromingspunt is. We proberen de
verdichte etherzuil waar te nemen. Katrijn gaat er in staan. Enkelen voelen
wel vibraties; of trillingen in de lucht, of zien dat de zuil naar boven
toe zich verwijdt. Als we even later in de kring weer staan te zingen
met begeleiding van Nicolaas’ lier, zoemt een dikke hommel om het
hoofd van Katrijn. Nicolaas vindt dat niet zo gek!
* Het is heel gewoon, wanneer je bij je waarnemingen aan jezelf (of aan
anderen) twijfelt! Niemand kan het fysiek bewijzen; dan dat je b.v. ziet
dat na enige tijd de vegetatie in een gebied verandert. Blijf getrouw
dooroefenen; het is een geheel nieuwe wereld die zich wel aan jou wil
openbaren.
- Een warm gevoel, een trilling, een glimlach bij jezelf, een blijde gedachte,
een smalle glansstrook zien, een stroming voelen, een gevoel van omarmd
te worden: Het kúnnen allemaal aanwijzingen zijn tot een eerste
waarneming van natuurwezens ofwel een landschapspunt.
Je kunt ook gewoon een vraag stellen aan de Deva, of jezelf bekend maken.
Misschien krijg je een boodschap of een antwoord; probeer ervoor open
te staan.
Nicolaas neemt waar dat de Deva lijdt onder de versnippering van de natuur;
de invloed van de zendmasten.
Nu lopen we naar het Transformatiepunt (ca 800 m verderop), waar een bankje
staat (vast niet toevallig). We moeten onderweg goed letten op luchtbewegingen,
de dansen der ruimtefeeën.
Zo’n punt komt ook voor in het Finse epos, de Kalewala, waar gesproken
wordt over de “veelkleurige Sampo” .
Soms worden deze punten wel extra gemarkeerd door steencirkels (zoals
in Stonehenge); ook Marijke had zo’n eenvoudiger cirkel gezien in
Schotland. Vaak verblijft er bij zo’n cirkel ook nog een geestelijke
wachter. (Een gestorven ziel? Iemand die ooit geofferd is?)
Bij dit punt gaan we in een cirkel staan zingen: vermiljoen-rood (voor
het Ik); veridiaan-groen (voor het astraallichaam); perzikbloesem-rose
(voor het etherlichaam); en ook nog blauw voor het fysieke lichaam); tenslotte
omhullen we dat met een sluier van mauve.
We bespreken de ervaringen niet op diezelfde plek, maar iets verderop,
om hem niet te verontreinigen (door onze mogelijke Luciferische gevoelens).
Ervaringen: Door hier te zingen worden de natuurwezens al heel duidelijk
geholpen. We voelen ons er zelf goed bij; een warm gevoel; in harmonie.
Toen we 4 stappen achteruit deden, merkten enkelen dat het kouder werd!
Tijdens de wandeling naar het 3e punt, het Uitstromingspunt, moeten we
weer op de enigszins andere sfeer in de lucht letten; hier dansen ook
weer ruimtefeeën, maar die hebben nu een andere boodschap; dus je
zou iets anders moeten kunnen beleven.
Ook hier zingen we weer een kleur, staande in een kring. Onderweg terug
bespreken we de ervaringen.
Wat ik er nog van weet: We konden hier steviger zingen; we voelden ons
meer een eenheid; geïnspireerd door de wezens (die er zelf natuurlijk
heel dichtbij zijn); de etherrommel, die door zo’n Transformatiepunt
vrijkomt, en getransformeerd via het Uitstromingspunt weer naar de kosmos
teruggaat, is toch belangrijk voor die etherwezens.Vergeet niet dat wat
wij onze zielen-rommel noemen, eigenlijk ontstaat doordat ons geweten
niet meer in overeenstemming is met de werkelijkheid, met onze daden.
Daarover hebben we wroeging. Maar die moraliteitsstrijd die we hierdoor
voeren, is voedsel voor de natuurwezens; daaraan leren zij.
We zijn al ver over 16.00 uur heen, dus van boetseren komt nu niets meer.
VERSLAG van de 4e –en laatste- BIJEENKOMST
van de CURSUS
“NATUURWEZENS LEREN WAARNEMEN”
Datum: 20 november 2004.
Vandaag gaan we ons bezighouden
met de VUURWEZENS.
OCHTENDDEEL:
Op verzoek van Nicolaas beginnen
we meteen met zang-oefening:
We zingen deze keer de zonsopkomst van vandaag: Beetje vriesachtig, Dikke
wolkenformaties, af en toe opklaringen, kobalt blauw, grijs. Lichtstralen,
dan weer diffuus licht, regen-, hagelvlagen. Langzaam breekt de zon daar
doorheen….
Het klinkt weer bijzonder mooi!
Zelfs de vorst was te horen.
Enkele zijwegen:
Tal vertelde, dat ze veel meer let op natuurgeluiden en nu vooral vogels
hoort; vóór de cursus niet.
* Hagel en sneeuw worden geformeerd door aarde-wezens (!), want er verschijnt
in een (kristal)vorm. Gnomen, maar ook ijsreuzen (bij vorstperioden zodat
water ijs wordt!) doen dan hun werk. Zij worden dan bij grote “opdrachten”
door engelwezens gestuurd.
* Je kunt natuurwezens wel degelijk uitnodigen hun werk te doen. In Portugal
heeft Nicolaas op droge plekken, waar vaak bosbranden voorkomen, een regendans
uitgevoerd en bomen als brandwachters ingesteld. Met succes. Er kwam inderdaad
regen en geen bosbrand op die plek.
* Vuurwezens die klaar zijn met hun werk in de late zomer (bloemen uitgebloeid,
vruchten zijn rijp) hebben geen houvast ergens in, kunnen zich gaan zich
vervelen en verbinden zich dan b.v. met wespen (die agressief worden)
of ook zelfs met “hangjongeren”, die gaan klieren.
* Orkanen zijn nodig voor het herstel van de ethersfeer; Engelen zien
erop toe, dat er niet nog meer onheil wordt veroorzaakt dan zij toch al
doen… (Zo kun je het ook bekijken)
In de Golf van Biskaye ontstaan vaak de tropische stormen. Boven de Azoren
groeien de depressies voor ons.
* We gaan even”de diepte
in”:
Tegenover de 9 Engelhiërarchieën in de geestelijke wereld, staan
de 9 Tegensferen steeds dieper naar de kern van de aarde toe, die daar
hun werkingen hebben.
Werken met deze wezens wordt door Nicolaas als hogeschoolwerk beschouwd,
omdat we hier met enorme krachten en Tegenmachten te maken krijgen:
(Het nu volgende overzicht komt uit Nicolaas’ boek “Werken
met elementwezens” (blz. 133-135).
1. Vaste aarde. De tegengedachten van de Tegen-Engelen hebben de vorm
van stenen, gewelven; hier leven Kobolden en Fantomen; het is de spiegeling
van de Maansfeer, waarin de Tegen-Engelen actief zijn.
2. Vloeibare aarde. Magma verdrijft leven; aardolie bergt Drakenkrachten;
deze krachten van de Tegen-Aartsengelen bewerken mechanisch-Ahrimanische
denkbeelden, sociale Spoken. Het is de spiegeling van de Mercuriussfeer
van de Aartsengelen.
3. Lucht-aarde. Aardgas is warmte- en vormkracht onder druk (waterstof
en koolstof); dit leidt tot vernietiging van substantie door de Tegen-Persoonlijkheidsmachten;
lust wordt door hen in pijn omgezet vanuit ongerichte Wilsgeesten (Klopgeesten
kunnen ontstaan). Dit alles samen met angstgevoelens is het zielenvoedsel
voor Demonen; ook de Tegen-Gnomen. Het is de spiegeling van de Venussfeer
waarin de Tegen-Geesten van de Persoonlijkheid (Tegen-Archai) actief zijn.
4. Vorm-/wateraarde. De Tegen-Vormgeesten maken negatieve beelden van
fysieke dingen; scheppen dus een lege ruimte, waarbij de eigenschappen
naar de periferie worden geprojecteerd; dit maakt elk idee tot een ding,
tot een leeg hulsel. (Veel praten, maar niks zeggen) Het is de spiegeling
van de Zonnesfeer, waarin de Tegen-Vormgeesten, de Tegen-Exousiai, actief
zijn.
5. Vruchtaarde. De Tegen-Bewegers in deze sfeer bewerken zwamachtige levensgroeikracht,
snelle nieuwvormingen. Ongeduld, hectische situaties, overhaaste besluiten,
“druk,druk,druk!” Dit is de spiegeling van de Marssfeer waarin
de Tegen-Bewegers, de Tegen-Dynamis, actief zijn.
6. Vuuraarde. De Tegen-wijsheidsgeesten veroorzaken hier gewaarwordingen
en wil, die aanzet geven tot lijden; je ziet het in geweldfilms en agressieve
randjongeren; dit is de oorzaak van aardbevingen, maar ook vulkaanuitbarstingen.
Het is de spiegelingssfeer van Jupiter, waarin de Tegen-Wijsheidsgeesten
of Tegen-Kyriotetes actief zijn.
7. Aardspiegel. De Tegen-Tronen keren elke aardse eigenschap om in zijn
tegendeel; de omkering van de wil; dit veroorzaakt wantrouwen en onbegrip.
Het is de spiegelingssfeer van Saturnus, het aangrijpingspunt voor de
Tegen-Tronen.
8. Versplinteraar. De Tegen-Cherub (Ahriman) versplintert en vermenigvuldigt
morele eigenschappen; het is de oorzaak van veel strijd en disharmonie.
Het recht, gebaseerd op wijsheid, is zonder liefde! Dan wordt dit moraalloos.
Mens en aarde worden gezien als werktuigen. Dit is de Tegensfeer van Uranus,
van waaruit de Tegen-Cherubijnen hun werk doen.
9. Aardkern. De Tegen-Seraf leeft hier in diepe duisternis en haat en
veroorzaakt zwarte magie. Het is de spiegeling van de sfeer van Neptunus,
waarin de Tegen-Serafijnen werkzaam zijn
Ook deze wezens willen verlost
worden….
(Tot zover. Terug naar de cursus.)
* Boven onze kosmos bestaan
ook nog 3 x 7 = 21 sferen, voor de Vader God-schepper), de Moeder (Isis-Sophia,
ook Moeder aarde, of Gaia) en de Zoon. (Christus).
Er is een wonderlijk verhaal uit de Nag Hammadi geschriften dat Ahriman
onze aarde schiep, met 6 helpers; Isis-Sophia trok zich terug in de kern
van de aarde; nadat de 9 sluiers van duisternis zijn weggenomen kunnen
we haar weer zien. Je herkent hier de diepere intentie van verlossing.
Christus doorlicht de hierboven genoemde 9 lagen; als Christus sterft
staat er: “Nedergedaald ter helle…”
* Rondom de moord op Theo van Gogh zijn ook veel negatieve wezens werkzaam,
die hij voor een groot deel ook zelf geschapen heeft met zijn uitlatingen.
Dit zijn wel heel negatieve wezens, de z.g. Asura’s de Sorat-wezens
(op het Tijdgeestenniveau, Archai), die slechts uitzijn op vernietiging
van wat leeft en goed is. Denk aan de zelfmoord-terroristen!
* Eén van ons maakt de opmerking bij alle wijsheid over de natuurwezens:
”Hoe méér ik hoor, hoe dómmer ik me voel.”
Aanvulling van een ander: Daarbij hoort ook als consequentie: “Hoe
meer je weet, hoe verantwoordelijker je wordt voor wat je doet en zegt
en denkt.”.
* In de Nag Hammadi-geschriften (een uitgave van Ankh Hermes) staat over
dit alles nog veel meer te lezen.
* Er was een tijd dat de mens de kleuren van de regenboog niet kon waarnemen.Vandaar
dat die regenboogbrug (de Bifröst-brug in de Noorse mythologie, toegang
gevend tot het Godenland) bewaakt moest worden door Heimdal met zijn machtige
hoorn.
Rood altijd boven bij de regenboog, behalve bij twee bogen; dan is de
tweede (bovenste, vaagste)
tegengesteld aan de onderste, de duidelijkste. Eigenlijk zien wij maar
een beperkt scala van de kleuren (namelijk zeven, een octaaf); het infra-rood
(boven) en het ultra-violet nemen wij – in deze mensheidsfase, nog!?
– niet waar, zoals ook heel hoge en dito lage tonen voor ons onwaarneembaar
zijn. Indigo is de laatste kleur die sinds een paar eeuwen voor ons waarneembaar
geworden is. Groen kwam pas in de Egyptische tijd; de natuur nam men toen
als blauw waar.
De werking van kleuren is heel bijzonder: Bedenk maar, dat kleuren de
objectivaties van onze gevoelens zijn. Elk orgaan is gevormd m.b.v. een
eigen (planeet-)kleur. De chakra’s, die net op de grens van het
ether- en het astraallichaam liggen, hebben ook hun eigen kleuren. Het
gaat erom dat wij verbindingen leren maken tussen de kleuren, tussen de
organen, tussen de chakra’s; daardoor leren wij ook beter in de
onzichtbare wereld waarnemen.
* Onderscheiding der Vuurwezens:
1. De laagste orde is die der Vuursalamanders. In het vuur zijn zij gebonden
aan de vlammen en aan de nagloeiende resten. Eigenlijk zijn de uitgebrande
restanten meestal (altijd) wit, net als bij doodsbeenderen, of de wasbleke
lijkkleur van een gestorvene. Er gebeurt ook eigenlijk hetzelfde. Er vindt
een geweldig transformatieproces plaats. Trouwens de kleur van het fysiek
is wit als
louter vorm. Later geven de licht-/luchtwezens er de kleur aan.
Wel is het zo, dat verschillende materialen anders (kleurig) branden.
Denk aan geverfd hout: de gevangen licht/luchtwezens gaan eruit; en dat
ruik je! (Denk ook aan plastic en rubber)
Tevens zie je hun werking bij de sterretjes die wegspatten bij het slijpen
van ijzer; de speciale geur (Luchtwezens) die daarbij vrijkomt, is de
Ozon.
Ook bij knoppen van bloemen en bij het rijp worden van vruchten zijn zij
actief aanwezig. In de herfst zie je ze ook (samen met de Lichtwezens),
wanneer er een soort vlamwerking door een groep bomen is gegaan; enkele
takken, of sommige bomen zijn mooier, feller gekleurd dan de rest die
erom heen staat.
2. De volgende groep is die der Lichtbolwezens (Dit heeft niets met bliksembollen
te maken; daarover straks) Zij werken zo dat zij de rechtlijnig invallende
lichtstralen en hun warmte verspreiden in duistere koude, niet door de
zon beschenen ruimten.
3. De hoogste groep zijn de Muzen. Zij werken vanuit de hoeken van een
ruimte (ook buiten) en inspireren mens en natuur met hoge gedachten die
warmte verkrijgen doordat er zich enthousiasme mee verbindt!
* De vier Natuurwezengroepen
komen natuurlijk bij de vier seizoenen voor:
A) Als we kijken naar de religieuze kant en dan vooral letten op de jaarfeesten,
dan kunnen we de volgende indeling maken:
1. Kerstmis: Aarde-element van de Vormkracht: – Jezus’ fysieke
geboorte. Aartsengel Gabriël.
2. Pasen: Water-element van het stromende leven; etherkrachten. ,, Rafael.
3. Pinksteren: Lucht-element: Spreken in talen, communicatie astrale krachten.
,, Uriel
4. Michael: Vuurelement; Ik-krachten van de strijd tegen de draken. ,,
Michael
In het boek “ Het beleven van het jaar (in vier kosmische imaginaties)”
beschrijft Steiner heel beeldend de werking van deze vier aartsengelen.
In het 5e hoofdstuk gaat hij in op het feit, dat er ook een werking dwars
door de aarde heen gaat, wanneer het op het tegengestelde aardehalfrond
een tegengesteld seizoen is. Daarbij wordt prachtig beschreven hoe de
Aartsengelen werkend met de menselijke intenties de “gouden emmers”
aan elkaar doorgeven, als beeld voor het continue proces van het jaarverloop,
ook in de gehele kosmos.
Uitgegeven bij Pentagon ISBN 90-72052-42-0.
B) Als we kijken naar de biologische aarde-kant van de seizoenen dan ziet
het er zo uit:
1. Lente: Begin van de wilsimpuls: Sterrenbeeld: Ram, vuurteken.
2. Zomer: Grote groei en leven van de natuur. Sterrenbeeld: Kreeft, waterteken.
3. Herfst: Afnemen van de levenskrachten geur, kleur. Sterrenbeeld Weegschaal,
licht/luchtteken
4. Winter: Zaden in de grond, koude, verstarde vormen. Sterrenbeeld. Steenbok
aardeteken.
* De natuurwezens hebben in
het geheel der schepping als groep de volgende eigen globale opdracht:
Aardewezens: Vorm te geven aan wat levend wil worden.
Waterwezens: Het leven in tijdsverloop brengen door de ritmische stroming.
Licht/Luchtwezens: Zielenkwaliteiten in harmonie met elkaar brengen
Vuurwezens: Door vertering de transformatie tot licht brengen.
* Vervolg vuurwezens:
Naast de gewone gangbare verschijnselen bij de vuurwezens, merken wij
ook de werking in ons zelf op, wanneer wij op enig gebied een wilsimpuls
tot uitvoering brengen.
Je staat b.v. voor een roodstoplicht en voelt je ongeduld steeds groter
worden. L L L L !
Hier zijn vuurwezens in jouw wil aan het werk.
Een nauwkeuriger onderscheiding:
In het fysieke lichaam leven de instincten (heel basaal, dierlijk; je
kunt niet ánders).
In het ether- (of gewoonte)-lichaam leven de driften (nauwelijks te controleren)
In het astraal- (of zielen)-lichaam uiten deze zich in begeerten (denk
aan verslavingen).
Veel meer hierover (en over dubbelgangers) staat te lezen in het boek
van Bernard Lievegoed: “Mens op de drempel”
Hfdst. 8: d) “De onverloste natuurwezens als dubbelganger”.
Ook over grote natuurwezens: Hfdst. 3: “De weg naar buiten: de Noordelijke
Mysteriën”.
(Uitgeverij Vrij Geestesleven; ISBN 90-6038-179-3)
We gaan nu een laat nog bloeiende -bij gebrek aan een gastheer- kruipende
Oost-Indische Kers bekijken en daarna weer zingen; in de ons nu wel bekende
vier groepen.
Vorm: Maat
Groei, blad stengel: Ritme
Vorm, bloem: Intervallen
Het geheel: Melodie
Het klinkt goed, vindt Nicolaas. We raken nog eens gevorderd en ervaren,
echt Oost-Indische kers-achtig….Toch?!
Hierna gaan we ieder zijn eigen natuurwezen-sfeer boetseren. Daarna wordt
ieders werkstukje tot één geheel samengebracht. Hierna boetseren
we nog eenmaal boetseren wat het gebaar van de Oostindische Kers naar
ons is en dit weer laten communiceren met de chakra’s; je kunt ook
het werk van een ander op deze manier uitproberen.. Als volgt. Je ervaart
voor jouw eigen verschillende chakra’s hoe dat aanvoelt. De volgorde
is:
1) voorhoofd; 2) keel; 3) hart; 4) zonnevlecht; 5) onder de navel; 6)
stuitje; 7 boven het hoofd. Verander iets aan je kunstwerk, als je een
onevenwichtigheid opmerkt bij dit voelen.
Nu is het middag-pauze: recept voor de soep van deze keer, op speciaal
verzoek.
2 preien, een pompoen (kun je met –gewassen- schil erin doen), een
bloemkool (vorige keer broccoli); een half bosje waspeen (vorige keer
2 winterpenen); een courgette; 6 kruidenbouillonblokjes, dat laten koken
op ca 3 liter water; daarna laten doorsudderen; en een kwartier voor serveren
kieper je er bijna een heel een kuipje boursin of mireé in. (Let
wel 3 liter is voor ca 15 personen)
MIDDAGDEEL.
Bij de inmiddels lustig brandende
vuurkorf proberen we waar te nemen hoe de vuurwezens (de vuursalamanders)
zich gedragen. De tegenstelling is des te groter, aangezien we onder een
afdak staan vanwege de regen.
* Het lijkt wel, alsof het hout zich verzet om “in vlammen op te
gaan”
* De vraag komt op: Hoe zou vuur er “puur” uitzien, dus zonder
brandend hout, alleen vuur?
Natuurlijk is dat onmogelijk; deze wezens hebben elkaar nodig………….
* En bij de bliksem dan? Daar is vuur zonder enig brandbaar materiaal.
Ja, maar dat is ook eigenlijk “ondernatuur” (zoals zwaartekracht
en magnetisme); het zijn elektronen, die deze elektrische verschijnselen
veroorzaken. Het is eigen “gevallen licht”; en dat is van
een hogere orde. Net als de vuurbolbliksems (niet te verwarren met de
vuurbol-wezens); dat wijst meer in de richting van een kleine kernfusie:
een reactie waterstof en helium.; dat gaat gepaard met een enorme knal
en ze kunnen echt over de grond rollen. Ook het St. Elmisvuur, dat vaak
in de mast van schepen werd gezien is hiermee te vergelijken. Het heeft
een wonderlijke geur: (Ozon?)
Deze geur en de rook die bij een vuur vrijkomen, zijn weer te danken aan
de aardewezens (zij zorgen immers voor een vorm, als is die nog zo vaag).
Enthousiasme heeft met het hart te maken; de warmtezin zetelt in het hart,
de hartchakra:
Vuurwezens: hart zon
Licht/luchtwezens zonnevlecht Venus
Waterwezens: navel Mercurius
Aardewezens: keel Mars
We gaan nu naar de rand van
de speelplaats om te proberen de vuurbolwezens waar te nemen: Zij verspreiden
het rechtlijnig instralende zonlicht in donkere ruimten (hoewel de stralen
nu niet te zien, vanwege het regenachtige wolkendek).
Ook onder de speeltuigen (glijbaan, klimrek etc) zijn deze wezens bezig.
Ons bewustzijn is dichterbij hen dan wij denken. Zij hebben al wat wij
nog moeten ontwikkelen.
De filosofische vraag hierbij is: Dijt het licht uit? Of wordt het ergens
heen gezogen? Ontstaat ruimte van binnenuit of vanuit de wijder wordende
periferie? Het schilderij van Edward Munk “De schreeuw” is
hiervan en mooi voorbeeld.
Victor Schauberger heeft het in verband met het heelal over het tegenovergestelde
van de explosie, namelijk de implosie; dit zou nog wel een |