|
Muziektheaterspel EENS
Een Ode aan de uurgeesten van de dag,
Aan de kleuren in de atmosfeer
die de ziel van de aarde vullen,
Aan de elementalen van hoog tot laag
die de natuur in al haar pracht
doen oplichten en onderhouden
Een muziek-theaterspel van
Nicolaas Marius de Jong
ingevuld, bewerkt en uitgevoerd
door
muziektheatergroep LaukaR
Unja
Muziek die de binnen- en buitenwereld aftast
Alle optredens zijn afgelast wegens
terugtrekken van een van de hoofdrolspelers

Deze groep is ontstaan uit
een wens om muziektheater te ontwikkelen waarbij de innerlijke fysiologie
van de mens en de werkingen in de natuur met elkaar kunnen worden verbonden,
zodat beide kunnen worden onderzocht. Uitgangspunt vormt een vorm van
sterrenwijsheid, de astrosofie, die mogelijkheden biedt tot innerlijk
onderzoek door middel van klank; het wordt dan tot astrofonie.
De groep bestaat uit acht leden, die musiceren, acteren en bewegen.
Het repertoire is in opbouw.
Leden:
Marion Groenendal; zang, akteren (de Avond)
Nicolaas de Jong; zang, gitaar, lier
Bastiaan Bohlmeijer, zang
Henny Polwijk, zang
Elbert Slikkeveer; zang, acteren (de Morgen)
Angelique Steensma; zang
Patrick Steensma; beweging, zang
Cisca van der Straaten; beweging, dwarsfluit
Over
de methode
Genoemde astrofonie en klankfenomenologie
zijn ontwikkeld uit het vierledige mensbeeld, dat wil zeggen toepassing
van het inzicht in de vier lichame-lijkheden van de mens; zijn geest,
ziel, levenskrachten- en fysieke lichaam. Deze hebben elk een afspiegeling
in het muzikale; als respectievelijk muzikale motieven, als tonaliteit,
in ritmische differentiaties en in maatsoorten. Basis vormen de bewegingen
van sterren en planeten langs de dierenriem, en hun uitwerkingen binnen
de mens.
De werkingen kan men zich op kunstzinnige wijze inleven. Erin doen biedt
mogelijkheden tot de ontwikkeling van een vorm van objektieve kunst.
Nicolaas de Jong heeft deze methode ontwikkeld als voortzettingen van
het werk van Goethe, Steiner en Collot ‘d Herbois. Naast de muziekstukken
schrijft hij muziektheaterstukken, theoretische verhandelingen over de
achter-gronden van de methode, en geeft hij scholingskursussen in zang
en boetseren waarin de levenswereld in en om de mens kan worden onderzocht,
doordat men er de innerlijke waarnemingsorganen voor kan leren ontwikkelen.
Dit in de Jaspis-leergangen. Daarnaast ontwikkelt hij muziekinstrumenten
die de werkingen van sterren en planeten beleefbaar trachten te maken.
Over ‘Eens’
’Eens’ is ontstaan
uit een gedicht over de samenspraak tussen ochtend en avond die elkaar
eens weer zullen ontmoeten in een eeuwige dag. Dit is vervolgens verder
uitgewerkt:
Beide leiden elkaar vervolgens door de verschillende uren van dag en nacht
heen en proberen elkaar te zoeken.
Het tweede deel begint met een zielsmatige strijd tussenbeide die de kleuren
van de regenboog doorloopt, waarbij ze elkaar wederzijds aantrekken en
ook weer afstoten.
Het derde deel voert door de elementrijken van de aarde waarin ze elkaar
trachten terug te vinden, en de elementalen, de natuurgeesten die daarin
werkzaam zijn.
Zo ontstaat een oproep aan de toehoorder om door waarneming door de zintuigen
heen weer de licht- en donkerzijde van zijn of haar ziel in zich te kunnen
verenen, net als de ochtend en de avond.
Achtergronden van de composities
vormen de astrofonische uitwerkingen die de kosmische werkingen van sterren
en planeten vanuit hun verbinding in de mens benaderen. Ook de (dubbele)
uren van de dag hangen samen met specifieke kosmisch-menselijke muzikale
werkingen. Dit om een zo groot mogelijke objectiviteit te willen benaderen;
de methode is die van objectieve kunst (zie voor astrofonie en objectieve
kunst de boekenlijst achterin).
De stemmingen van de uren van
de dag worden improviserend gezongen door de groepsleden, en ook het publiek
wordt uitgenodigd hieraan zingend-beeldvormend mee te doen.
Hieronder volgen delen van
teksten van het muziekstuk; ook wordt telkens aangegeven welke uur-improvisatie
er wordt gezongen (de genoemde uren zijn ideaal-uren, die enkel rond herfst-
en lentepunt als zodanig op die tijd zijn te beleven, met terugrekening
van de zomertijd naar werkelijke kloktijd). In vet cursief is telkens
de improvisatie aangegeven.
Muzieksamples Eens
deel 1 :
1.
Aanvang; Refrein en zang van Avond en Morgen
7.
En als de zonne is gebracht
12.
Zoals de koude van de noorderwind Boreas
Muzieksamples Eens
deel 2:
25.
Karmijnrood versus Kobaltblauw
27.
Licht violet versus Geel
Muzieksample Eens
deel 3 :
29b.
Feeënzang
Filmfragmenten van Eens deel 3:
30a.
Filmpje van de nimfendans
Binnenkort ook op CD verkrijgbaar!

Teksten van de samples:
EENS
DEEL EEN
Refrein(avond):
“Eens” zei de avond
tot de morgen
“zal ik weer bij je komen,
zal ik weer bij je zijn
als de dagen zijn vervlogen
en het licht van onze ogen aan de hemel
zich verenigen mag
tot een innerlijk schijnende glans
als van een eeuwige dag.”
Zangimprovisatie van het eerste ochtendgloren vol beloften
voor de komende dag (6 uur).
1. (morgen) “Ken
je dan van de zon de wisselende dans van de seizoenen
die haar voeren langs de hemelboog
en de stemmingen en daden op de aarde bepalen?
Ken je dan van de maan de stemmingen der dagen
die een maand tot een hemel of een hel aaneenrijgen doen
-al naar gelang je haar toelaat voort te schuiven
en meebeweegt met haar gemoed?
Ken je dan de kadans van de uren
die de dag zijn zin geven doet
en je doen waken of verslapen
te weten wat je tot die vereniging zoal doen moet?
Refrein (avond)
2. (morgen) Ken
je dan van de kleuren
hun spel dat zich weeft om de aarde heen?
Weet je daar balans in te houden
of spoel je nog mee met elke nieuwe gril
die zijn weg wil?
3. Ken je al van de winden
de krachten die zij brengen met zich voort
en de vormen der verschijnselen inbinden
uit het spel van elementen
tusssen hen in?
En al wat jij moet doen om deze om te polen?
Ken je het weven van hun spoor tot een nieuw geheel?
En aanschouwde je reeds de wezens
in hun werken en weven aan de schoot
van de aarde?”
4.(avond) “Nee”
zei de avond, “maar leren wil ik graag
van je vurige krachten,
want om tot je ooit te komen
ben ik vervuld
als het licht van het ochtendgloren
dat zich vormt en zich verbreidt op ieder uur
uit de krachten van de koude nacht
tot aan het stralende licht van het middaguur
op de dag, dat weer neigt naar het waterig natuur
van mijn avondglans,
als de dag de adem inhoudt
voor het vallen van de nacht
vol avontuur.”
5.(koor) Achter
de oppervlakken van de dingen
weven boetserende handen
om de levenstrekken van de wezens
in te tomen
en op aarde aan het licht te doen zijn;
In de vormen der verschijnselen bieden zij houvast
om op zinvolle wijze, uit een frank en vrij gemoed,
de weg weer door de warmte naar het licht
terug te kunnen vinden
door de hartekracht,
opdat goed moge worden in de duisternis
al wat uit wijsheid van het licht ooit is ontstaan.
Na de volgende strofen klinken ingeleefde zangimprovisaties
die de stemmingen der uren uitdrukken:
6.(morgen) “Ken
je de geest van mijn ochtendgloren
die de morgen met zich voert;
gehuld in nevelen van blauwig rose
die hij weeft en zo inhult de zon
vol beloften, verwekkend de dag
met bazuinengeschal uit de schoot
van de nacht – zonnegoud.
Knisperend fris is de dauw op de velden
van de adem der aarde die haar blij begroet
-Een nieuwe dag! Volbeloften als blauwroze sluieren
waardoorheen Eos de zonne voert en draagt;
Eos is de naam van de wekker van het ochtendgloren.
Zangimprovisatie van invallende schemering met zijn vele
kleuren en uitzwermende vogels (18 uur).
12.(avond)”Zoals
de koude van de noorderwind Boreas
die de vormen doet verstarren
een diep verlangen heeft naar de zuidelijke warmte
van de zonnegloed, gebracht door Australis, de zuiderwind,
zo verlang ik naar uw glorende droge natuur
die uw komst bereidt en ervan verkondigt;
die mij vervullen kan het vocht van mijn gemoed
met de natte westenwinden, versproeiend over het land,
vanwaar ik wacht op u.
Zoals uit droogte en koude
zich de aarde weeft
als verstilling,
en uit vochtige koude het water;
zoals uit warmte en vocht zich de lucht verdicht
waarin het licht de regenboog weeft
die de aarde verbindt met de hemel,
zo wordt mijn warmte voor u
met de droogte van uw oostelijke gloren
tot een innerlijk vuur voor u
en houd ik gespannen de adem in
om tot u in te kunnen keren.
13. Dansend door schemering
van avondlucht
als een troep vogels voor ’t valende licht
van de zinkende zon die de ruimte doorweven,
zo weeft Aljoemba de vruchten der dag
met beloften van worden door de nacht
tot een mijm’rende stemming toebedacht:
Hunk’rend naar ochtendgloed
door wat de nachtwereld wemelen doet:
Innig bestreef ik gevoelvol te uiten
wat leeft in mij,
laat mij beleven wat woelt in u rond;
laat mij toch zoeken wat duister beweegt in u,
ik zal het dragen door duistere nacht.
Ik zoek te dragen wat broedt u onder het hart.
DEEL TWEE
Bij de volgende dialogen in samenzang worden de kleuren als
bewegingen naar elkaar uitgevoerd door de dansers. Tevens worden deze
als decor geprojecteerd.
25. (morgen)
“Diep gesmoord
wordt mijn stralende glans.
Ochtendlicht wordt gedrenkt met de gloed
Duisternis, vlokkend uit wolkenstreep,
rood verwordt ronnend bloed.
Rust keert in ochtendspoed –ronnend bloed rode gloed.
Zacht ronnend rood schiet omhoog,
bindend (herhaald)”
(avond) “Laat
mij blauwend je omhullen
neem de vrijheid tot bespieg’ling;
laat je vuurgloed zich verbreiden
in mijn mantelende ruimte
hemelsblauw.
‘k Zal je dragen met mijn mantel hemelsblauw.
Hemelsblauw, sprankelend toe
(herhaald)
Einder, tot aan de einder opent zich aan de (herhaald).”
(Zangspel van karmijnrood en kobaltblauw, overgaand in turquise
– groen met magenta)
27. (morgen)
“Licht diffuus
stroomt het licht
in de droom van de dag tot mij in.
Laat mij zien wat zich vormt
in de kiem lichtend violet.
Laat mij zien al wat kiemt
lichtend violet.
Het violet omvormend duisternis
(herhaald).”
(avond) “Laat
dansen in lichtglans
wat vormt zich aan ’t licht van uw innerlijk broeden,
uw inner lijk schijnen, geelgroenig bewegend
naar ’t licht. Als dansende sluiers voor ’t zonlicht.
Laat geel nu verschijnen uw inzichten rijpend
naar ’t licht.”
(Zangspel van lichtviolet – geel, overgaand in violet
– oranje)
DEEL DRIE
De zang in dialoogvorm wordt telkens voorafgegaan door een
instrumentaal of vocaal muziekspel in de elementen en elementwezens die
hen bewegen. Bewegers drukken de gebaren van de elementwerelden uit.
29. (morgen)
“ ‘k
Wil mij binden te vinden uw lichtkracht mijn vuur
door Eos en zijn gloren;
Dat zich richte tot vorm
aan uw waat’rig natuur.”
(avond) “Wevend
in avondgloed
dansen de feeën in klankharmonie
wat de ruimte vervult.
Vogels die dansen in ’t valende licht
nemen nu over dit spel vol verwondering;
Laat Aljoemba in dit schemeruur de poorte tot u vormen;
Laat u meebewegen met de dans der feeën
die betoveren kunnen
en u voeren tot mij in
- uw warmte die mee kan vormen
aan het ruimtelijke spel van de feeën
en onttover mijn schemer
en vorm met wat er opwelt uit uw glorend rode wil
met het mauve licht van mijn avondschemer,
dat alles overgiet met een betoverende sluier van duur
die de aarde zijn adem beneemt en doet houden in . . .”
30. (morgen)
“Ik wil
mijn wellend gloren nu gesmoord
in ochtendnevelen van Deiblos
de wil die zo intoomt,
opdat ik niet verdrinke in betovering van avondsluiers;
ik streef met de koning van de nymfen
die heersen over ‘t waterige rijk
naar het evenwicht in warmte en in licht
-geronnen bloed
dat is gestold al uit de warmte aan het licht
in evenwicht met de landschapsnymfen en hun heer;
bied ik uw betoverende sluieren
tegenwicht aan het rijzende daglicht
en houdt recht mijn gezicht vol vuur.”
Het volledige tekst- en informatieboekje
kan voor € 2, 50 besteld worden
via runewerkplaats@gmail.com, met vermelding van Uw adresgegevens.
Het wordt U dan toegestuurd.
Voor informatie bel 06 - 40228769 of
mail naar runewerkplaats@gmail.com
______________________
Terug naar Home
page
|